Lesweek 10 W3

Wonen en huishouden
                      W3
Lesweek 10
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Wonen en huishouden
                      W3
Lesweek 10

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les weet je de verschillende aandachtsgebieden van hygiënisch werken.
  • Aan het einde van de les weet je waar je op moet letten bij persoonlijke hygiëne, voedingshygiëne en huishoudelijke hygiëne.

Slide 2 - Tekstslide

zelfverzorging, ook wel persoonlijke hygiëne genoemd;
- kopen, bewaren en bereiden van voedsel, ofwel voedingshygiëne.
- zorgen voor een schone leefomgeving, ofwel huishoudelijke hygiëne;
Programma
  • Terugblik vorige les
  • Theorieles Hygiënisch werken
  • Zelfstandig werken

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betekent een gevoel van geborgenheid, het gevoel dat iemand kan zijn wie hij is en beschermd wordt tegen negatief gedrag van anderen.
Welke veiligheid wordt hier beschreven?
A
Fysieke veiligheid
B
Sociale veiligheid
C
Emotionele veiligheid

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke Factoren spelen mee als het om veiligheid gaat?

Slide 5 - Woordweb

- de leeftijd van de cliënten;
- het ontwikkelingsniveau;
- de aanwezigheid van bijzonder gedrag;
- persoonlijke beperkingen
Hoe kan je ervoor zorgen dat de algemene veiligheid wordt gewaarborgd?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Moet je een bijna ongeluk altijd melden?
A
Ja
B
Nee

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorie les 
Pak je aantekeningen/notities erbij

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is de huishoudelijke zorg voor cliënten flink verminderd. Eerst wordt gekeken wat de cliënt zelf nog kan en welke mensen in zijn sociale netwerk iets van de zorg kunnen overnemen.

Hygiëne is het geheel aan maatregelen en handelingen die bijdragen aan een goede gezondheid, met name gericht op bestrijden van ziekteverwekkers om infecties te voorkomen.

Hygiënisch werken(Hygiënisch handelen) heeft verschillende aandachtsgebieden:
- zelfverzorging, ook wel persoonlijke hygiëne genoemd;
- kopen, bewaren en bereiden van voedsel, ofwel voedingshygiëne.
- zorgen voor een schone leefomgeving, ofwel huishoudelijke hygiëne; 


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

persoonlijke hygiëne
Hand hygiëne:
- Handen wassen
- Desinfectie van de handen
Wanneer desinfecteer je de handen bij voorkeur?

- voor en na elk direct contact met zorgvragers;

- na het verrichten van verzorgende handelingen;

- na hoesten of niezen;

- na het uittrekken van handschoenen (als je deze hebt gebruikt tijdens de verzorging).

Het is niet goed om eerst je handen te wassen en ze dan alsnog te desinfecteren. Dubbele handhygiëne geeft een te grote belasting voor de huid!


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overige persoonlijke hygiëne:
-
Nagels. Deze zijn kortgeknipt en schoon. Eventuele nagellak is intact (niet gebrokkeld of geschilferd). Kunstnagels worden uit hygiënisch oogpunt afgeraden. Ze belemmeren een goede handhygiëne. Kunstnagels kunnen een bron van besmetting vormen. 
- Haar. Je haar is schoon. Steek lang haar op of bind het bijeen. Baarden en/of snorren zijn goed verzorgd en kort geknipt. 
- Sieraden. Tijdens je werk (vooral de hygiënische verzorging van de cliënt) draag je geen ringen, armbanden of polshorloges. Zij vormen een bron van infecties en kunnen cliënten verwonden. Voor het dragen van piercings gelden in verschillende organisaties verschillende regels. Houd rekening met je doelgroep, het maakt nogal uit of je als jobcoach werkt met jonge cliënten met een licht verstandelijke beperking, of dat je activiteitenbegeleider bent bij ouderen. 
- Kleding. Draag schone kleding tijdens je werk. Met kleding breng je namelijk gemakkelijk bacteriën over van de ene naar de andere plek. 
- Schoenen. Draag dichte schoenen en maak deze regelmatig schoon. Dichte schoenen zijn niet alleen hygiënischer, ze zijn ook veiliger dan slippers of open sandalen. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedingshygiëne

Voedingshygiëne is de hygiëne die tijdens het kopen, bewaren en bereiden van voedsel nodig is om besmetting met micro-organismen te voorkomen.

Een voedselinfectie: Het levensmiddel is bedorven door bacteriën of gisten/schimmels.
- ontstaat door het eten van voedsel met een ziekmakende hoeveelheid bacteriën, parasieten of virussen;
- geeft heftige buikkrampen en diarree, soms in combinatie met overgeven;
- geeft meestal pas twaalf uur na het eten klachten.
Denk aan salmonella.


Een voedselvergiftiging: dan zat er al vóór consumptie gif in het voedsel
ontstaat door giftige stoffen in voedsel, meestal geproduceerd door bacteriën of schimmels;
- geeft behalve buikkrampen, diarree of braken vooral misselijkheid;
- geeft meestal binnen 8 uur na besmetting klachten

Je kunt voedselinfectie en voedselvergiftiging voorkomen door het eten goed te bewaren, op tijd weg te gooien en hygiënisch te bewerken in de keuken.  Kruisbesmetting, HACCP, Hygiënecode


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kruisbesmetting: Overdracht van een microbiële besmetting van het ene naar het andere product of voedingsmiddel.

Kruisbesmetting van voedsel kan bijvoorbeeld via een snijplank gaan. In een professionele keuken zijn er verschillende kleuren snijplanken voor verschillende voedingswaren. Zo is de rode plank voor vlees en de groene plank voor groente. Die kleuren staan vast in de HACCP-normen:
- rood voor rauw vlees;
- blauw voor vis, schaal- en schelpdieren;
- groen voor groenten en fruit;
- geel voor gevogelte;
- bruin voor gebraden vlees en worst;
- wit voor kaas en brood.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alle organisaties die voeding bereiden, bewaren, transporteren en/of verstrekken, zijn wettelijk verplicht te werken aan voedselveiligheid. Het systeem dat deze veiligheid moet garanderen is de HACCP (hazard analysis critical control points)

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij huishoudelijke hygiëne gaat het om zorgen voor een schone leefomgeving. Je houdt de materiële leefomgeving schoon. Dit is het ‘stoffelijke’ in de woon- of verblijfsituatie. Je kunt hierbij denken aan
- verschillende leefruimten: van slaapkamer tot douche en wc;
- het interieur: van meubels tot deurknoppen;
- gebruiksvoorwerpen: van serviesgoed en huishoudelijke apparaten tot tandenborstels en scheermesjes;
- wasverzorging: van kleding en beddengoed tot huishoudtextiel. Handdoeken en vooral vaatdoekjes bevatten vrijwel altijd bacteriën

Een huishoudplan is een schema of overzicht waarin alle huishoudelijke werkzaamheden staan,
Huishoudelijke hygiëne

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn algemene manieren om een ruimte zo vrij mogelijk te houden van micro-organismen.
Dagelijkse aandachtspunten zijn bijvoorbeeld:
- ventileer om te veel vocht in de lucht te voorkomen 
- maak niet direct het bed op, laat het eerst open om te luchten; 
- leeg regelmatig afvalemmers en prullenbakken; 
- voorkom de aanwezigheid van vliegen en mieren in huis; 
- laat de afzuigkap tot vijftien minuten na het koken aan staan; 
- ruim regelmatig op, dat maakt schoonmaken gemakkelijker.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Thieme Meulenhoff opdrachten maken
Boek leefomgeving
Thema 3.8: 1A, 2AB, 3AB, 5AB, 6A
Boek persoonlijke verzorging
Thema 6.22: 3AB, 4AC, 5AB

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies