Organen en einde organisatie (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Bestuursvergadering, industriebedrijf Oslo. Foto: Atelier Rude, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · EINDE ORGANISATIE

Quiz

Terugblik: Organen en einde organisatie

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Quiz van 11 vragen over organen, medezeggenschap, redenen voor beëindiging, bedrijfsopvolging en faillissement. Voor docenten: gebruik de quiz als afsluiting of herhaling voor het examen.

Onderdelen in deze les

Bestuursvergadering, industriebedrijf Oslo. Foto: Atelier Rude, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · EINDE ORGANISATIE

Quiz

Terugblik: Organen en einde organisatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Atelier Rude / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat gebeurt er met een bv bij een bedrijfsopvolging?

A

De bv wordt eerst ontbonden

B

Een curator verdeelt het vermogen

C

Alle werknemers krijgen ontslag

D

De bv blijft bestaan met een nieuwe eigenaar

Syllabus 13.1.5. Bij opvolging worden de aandelen overgedragen; de bv als rechtspersoon blijft bestaan. Verwachte fout: denken dat de organisatie eerst moet stoppen.

Wat is de taak van een curator?

Goed: het beheer en de verdeling van de boedel van een failliet bedrijf, onder toezicht van de rechter-commissaris (Faillissementswet art. 68). Verwachte fout: de bedrijfsleiding voortzetten.

Een stichting heeft geen leden. Wat volgt daaruit?

A

Er is geen bestuur nodig

B

Het bestuur heeft nooit toezicht

C

De donateurs kiezen het bestuur

D

Er is geen ledenvergadering

Syllabus 13.1.4. Een stichting heeft geen leden of aandeelhouders, dus geen ledenvergadering of AvA. Er is wel een bestuur en vaak een raad van toezicht. Verwachte fout: denken dat donateurs leden zijn.

Eenmanszaak Lotte Bakker gaat failliet. Wat betekent dit voor Lotte?

A

Alleen het bedrijfsvermogen gaat naar de curator

B

Ze is ook met haar privévermogen aansprakelijk

C

De aandeelhouders betalen de schulden

D

Ze wordt preferente schuldeiser van de zaak

Syllabus 13.1.6. Een eenmanszaak is geen rechtspersoon: het faillissement van de zaak is een faillissement van de eigenaar, privévermogen hoort erbij. Verwachte fout: denken dat zaak en privé gescheiden zijn, zoals bij een bv.

Een leverancier wacht op € 8.000 van een failliet bedrijf. Wat is de kans op volledige betaling?

A

Groot, leveranciers staan voorop

B

Zeker, de curator garandeert betaling

C

Klein, want anderen gaan voor

D

Alleen als de aandeelhouders instemmen

Syllabus 13.1.6. Een gewone leverancier is concurrent schuldeiser en krijgt pas iets na boedelkosten en bevoorrechte schuldeisers, naar verhouding. Verwachte fout: denken dat leveranciers voorrang hebben.

Welke situatie is een beëindiging zonder bedrijfsopvolging of verkoop?

A

Eigenaar gaat met pensioen, bedrijf wordt opgeheven

B

Zoon neemt de zaak over

C

Een concurrent koopt het bedrijf

D

Familie verkoopt aandelen aan een investeerder

Syllabus 13.1.5. Beëindigen zonder opvolging of verkoop betekent dat de organisatie ophoudt te bestaan. Verwachte fout: overname door een concurrent als beëindiging zien.

Vanaf hoeveel werknemers is een ondernemingsraad verplicht?

A

10

B

50

C

25

D

100

Syllabus 13.1.4. Bron: Wet op de ondernemingsraden artikel 2 en rijksoverheid.nl: een onderneming met in de regel ten minste 50 werkzame personen moet een OR instellen. Verwachte fout: 100 of 10.

Vul in

Bij een faillissement worden de boedelkosten eerst betaald, schuldeisers zonder voorrecht heten concurrente schuldeisers.

boedelkosten
concurrente
dividenden
preferente

Syllabus 13.1.6. Boedelkosten (curator, loon vanaf de faillietverklaring) gaan voor; schuldeisers zonder voorrecht zijn concurrent. Verwachte fout: preferente invullen, terwijl dat juist schuldeisers met voorrecht zijn.

Wat merkt de overheid van een groot faillissement?

A

Ze krijgt als eerste al haar geld terug

B

Ze moet de schulden van de bv overnemen

C

Ze wordt eigenaar van de bezittingen

D

Minder belastinginkomsten en meer uitkeringen

Syllabus 13.1.6. Er vallen belastinginkomsten weg en werkloze werknemers krijgen een WW-uitkering. De Belastingdienst is wel bevoorrecht, maar boedelkosten en pand- en hypotheekhouders gaan voor. Verwachte fout: denken dat de overheid altijd eerst betaald wordt.

Wat is een verschil tussen de OR en de raad van commissarissen?

A

De OR vertegenwoordigt werknemers, de RvC houdt toezicht

B

De OR leidt het bedrijf, de RvC vertegenwoordigt werknemers

C

De OR beslist over de jaarrekening, de RvC niet

D

De RvC is er alleen bij stichtingen

Syllabus 13.1.4. De OR komt op voor werknemers met advies- en instemmingsrecht. De raad van commissarissen controleert en adviseert het bestuur. Verwachte fout: de rollen omdraaien.

Een vereniging heeft 300 leden. Welke twee organen heeft ze zeker?

A

Bestuur en raad van commissarissen

B

Ondernemingsraad en AvA

C

Bestuur en algemene ledenvergadering

D

Raad van toezicht en AvA

Syllabus 13.1.4. Een vereniging heeft een bestuur en een algemene ledenvergadering. Een raad van commissarissen of AvA past bij nv en bv. Verwachte fout: organen van nv en vereniging mengen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · PERSOON · EINDE ORGANISATIE

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen wie waarover beslist, waarom en hoe een organisatie stopt en wat een faillissement betekent voor de stakeholders.

Deze slide heeft geen instructies