Organen en einde organisatie (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Ledenvergadering van een vrijwilligersorganisatie

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Examentraining

Organen en einde organisatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met casussen en een berekening: het juiste orgaan kiezen, toezicht en medezeggenschap onderscheiden, redenen om te stoppen herkennen en gevolgen van een faillissement beschrijven, met acht vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

Ledenvergadering van een vrijwilligersorganisatie

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Examentraining

Organen en einde organisatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Johnscotaus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Wat ga je kunnen?

Ik kan bevoegdheden aan het juiste orgaan toewijzen, redenen voor het einde van een organisatie herkennen en de gevolgen van een faillissement voor stakeholders beschrijven.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat voor organisatie is het en wat voor beslissing of taak speelt er?

  • 2. Zoek de rol: leiden, eigenaren of leden, toezicht of medezeggenschap?

  • 3. Kies: het orgaan dat bij die organisatie en die rol past.

  • 4. Controleer: past je antwoord bij de rechtsvorm, en bij een faillissement bij de stakeholder uit de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

Aandeelhoudersvergadering van een beursfonds (VS), 2025

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Vraagtype 1: het juiste orgaan

  • Je krijgt een taak of beslissing en kiest het orgaan.

  • Zoek eerst: leiden, meebeslissen als eigenaar of lid, toezicht of medezeggenschap.

  • Kijk daarna of de organisatie een bv, een vereniging of een stichting is.

Image credit: Good-investing / Wikimedia Commons, CC0

Bij bouwbedrijf Dijk bv tekent iemand namens de bv een contract met een leverancier. Wie doet dat normaal?

A

De algemene vergadering van aandeelhouders

B

Het bestuur

C

De raad van commissarissen

D

De ondernemingsraad

Syllabus 13.1.5. Het bestuur vertegenwoordigt de organisatie naar buiten. Verwachte fout: de AvA, omdat de aandeelhouders de eigenaren zijn; zij sluiten geen contracten namens de bv.

Voetbalclub Oranje wil de statuten wijzigen. Welk orgaan besluit hierover?

A

De algemene ledenvergadering

B

Het bestuur alleen

C

De raad van toezicht

D

De ondernemingsraad

Syllabus 13.1.5. De ALV besluit over wijziging van de statuten. Verwachte fout: het bestuur alleen, omdat die de club leidt; het bestuur kan wel een voorstel doen.

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Vraagtype 2: toezicht of medezeggenschap

  • Toezicht (RvC, RvT) controleert het bestuur.

  • Medezeggenschap (OR, MR) vertegenwoordigt personeel, bij een school ook ouders en leerlingen.

  • OR bij een onderneming, MR bij een school; adviesrecht gaat vooraf, instemmingsrecht is een toestemming.

Deze slide heeft geen instructies

Een bedrijf overweegt een overname. Welke rol heeft de ondernemingsraad?

A

De OR besluit zelf of de overname doorgaat

B

De OR hoeft pas na de overname gehoord te worden

C

De directie vraagt de OR vooraf om advies

D

De OR keurt de overname goed namens de aandeelhouders

Syllabus 13.1.5. Bij een overname heeft de OR adviesrecht: vooraf gehoord worden, maar de leiding beslist. Verwachte fout: dat de OR beslist, omdat de OR meepraat; of namens de aandeelhouders spreekt, dat doet de AvA.

Op een middelbare school praten personeel, ouders en leerlingen mee via:

A

De ondernemingsraad

B

De medezeggenschapsraad

C

De raad van toezicht

D

De algemene ledenvergadering

Syllabus 13.1.5. Op een school heet de medezeggenschap MR. Verwachte fout: de ondernemingsraad, omdat dat ook medezeggenschap is bij een bedrijf.

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Vraagtype 3: redenen om te stoppen

  • Je leest waarom een organisatie ophoudt en benoemt de reden.

  • Vrijwillig: pensioen of ziekte, te laag resultaat, doel bereikt, geen koper of opvolger.

  • Gedwongen: faillissement. Bij bedrijfsopvolging of verkoop gaat de organisatie juist door.

Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Sofia (64) stopt met haar schuldenvrije kapsalon. Er is geen koper. Wat gebeurt er?

A

De salon gaat automatisch over op haar medewerkers

B

De rechtbank verklaart de salon failliet

C

De salon blijft bestaan zonder eigenaar

D

De salon wordt beëindigd, zonder opvolging of verkoop

Syllabus 13.1.6. Er is geen opvolger of koper, dus de organisatie houdt op; er zijn geen schulden, dus geen faillissement. Verwachte fout: faillissement kiezen, omdat de salon stopt.

Noem twee redenen om een bedrijf te beëindigen.

Syllabus 13.1.6. Goed antwoord, twee van: de eigenaar wil of kan niet verder (pensioen, ziekte, andere loopbaan), het resultaat blijft te laag of er zijn steeds verliezen, er is geen opvolger of koper. Verwachte fout: bedrijfsopvolging noemen, dan gaat de organisatie juist door.

Een leeg winkelpand in Groningen, 2018

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Vraagtype 4: gevolgen van een faillissement

  • Je beschrijft wat een faillissement betekent voor een stakeholder uit de casus.

  • Gewone schuldeisers, zoals leveranciers, delen het overgebleven bedrag naar verhouding van hun vordering.

  • Uitkering in procenten = beschikbaar bedrag : totale vorderingen x 100.

Image credit: Donald Trung / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Na een faillissement is € 30.000 over voor gewone schuldeisers, die samen € 120.000 tegoed hebben. Leverancier Vos heeft € 6.000 tegoed. Wat krijgt Vos?

A

€ 6.000

B

€ 4.500

C

€ 3.000

D

€ 1.500

Syllabus 13.1.7. Uitwerking: uitkering = 30.000 : 120.000 = 25%; 25% van 6.000 = € 1.500. Controle: 120.000 x 25% = 30.000. Verwachte fouten: € 6.000 is de hele vordering, € 4.500 is 75% genomen (het verlies in plaats van de uitkering), € 3.000 is de helft.

Bij het failliete Fietsbedrijf Roos betaalt het UWV een deel van het onbetaalde loon. Voor wie is dat?

A

Voor de leveranciers van het bedrijf

B

Voor de werknemers van het bedrijf

C

Voor de aandeelhouders van het bedrijf

D

Voor de bank van het bedrijf

Syllabus 13.1.7. Het UWV betaalt werknemers via de loongarantieregeling onder voorwaarden een deel van het onbetaalde loon; leveranciers, aandeelhouders en banken vallen daar niet onder. Verwachte fout: de leveranciers, omdat ook zij onbetaalde rekeningen hebben.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het juiste orgaan kiezen

2

Toezicht of medezeggenschap

3

Redenen om te stoppen

4

Gevolgen van een faillissement

Bespreek het gekozen vraagtype klassikaal en laat leerlingen de stappen hardop volgen.

EXAMENSTOF · PERSOON · ORGANEN EN EINDE

Tips voor op het examen

  • Kijk eerst naar de organisatie: bv of nv, vereniging, stichting of school. Dat bepaalt welke organen er zijn.

  • Toezicht controleert het bestuur, medezeggenschap praat namens personeel mee. Gebruik die twee zinnen om te kiezen.

  • Noem bij een faillissement altijd de stakeholder uit de vraag en zeg wat die verliest of krijgt.

  • Bij rekenvragen: schat eerst of de uitkomst kleiner dan de vordering moet zijn.

Deze slide heeft geen instructies