Amsterdamsche Bank aan de Herengracht, Amsterdam, ca. 1902-1930
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Quiz
Terugblik: Vermogensstructuur en risico
Amsterdamsche Bank aan de Herengracht, Amsterdam, ca. 1902-1930
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Quiz
Terugblik: Vermogensstructuur en risico
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0
Vos bv: EV € 120.000, VV € 360.000. Ze geeft voor € 120.000 nieuwe aandelen uit. Wat wordt VV : EV?
3
4
1,5
0,67
Syllabus 22.1. Rekenen: EV 120.000 + 120.000 = 240.000, VV blijft 360.000, dus 360.000 / 240.000 = 1,5. Afleiders: verhouding vóór de emissie (3), het bedrag bij het VV optellen (480.000 / 120.000 = 4), EV : VV (240.000 / 360.000 = 0,67).
Welke verschaffer draagt als eerste de verliezen van een bv?
De bank met een hypothecaire lening
De eigenaar met eigen vermogen
De leverancier met een openstaande factuur
De houder van een obligatielening
Syllabus 22. Het EV vangt verliezen eerst op. Verwachte fout: een schuldeiser aanwijzen omdat die het geld heeft uitgeleend.
Wat betekent een negatief EV voor schuldeisers?
Syllabus 22.1. Goed: de bezittingen zijn minder waard dan de schulden, dus de schuldeisers krijgen bij een faillissement niet alles terug. Verwachte fout: zeggen dat alleen de eigenaren iets verliezen.
Welke verschaffer eist doorgaans het laagste geëist rendement?
Een aandeelhouder van een startende bv
Een crowdfunder zonder enige zekerheid
Een belegger in nieuwe aandelen
Een bank met een lening met onderpand
Syllabus 22. Vaste interest, aflossing en onderpand betekenen weinig risico, dus een lager geëist rendement dan bij EV of een lening zonder zekerheid.
Een bv heeft helemaal geen VV. Wat geldt dan?
Het geëist rendement van het EV is nul
De bv kan dan nooit verlies lijden
Het faillissementsrisico is dan het grootst
Er zijn geen vaste lasten voor interest en aflossing
Syllabus 22.1. Zonder VV zijn er geen interest en aflossing. Er blijft wel ondernemersrisico, dus de eigenaren eisen nog steeds rendement. Verwachte fout: denken dat zonder VV ook het risico voor de eigenaren verdwijnt.
Waarom stelt een bank strengere voorwaarden bij een hoge VV : EV?
Omdat ze dan minder interest ontvangt
Omdat haar risico op verlies dan groter is
Omdat de eigenaren dan meer zeggenschap hebben
Omdat de marktrente dan altijd stijgt
Syllabus 22.1. Weinig EV als buffer betekent meer kans dat de bank verlies lijdt. Verwachte fout: de marktrente aanwijzen in plaats van het risico van deze organisatie.
Een bank eist: VV hoogstens 3 keer EV. Welke bv voldoet?
EV € 100.000 en VV € 350.000
EV € 150.000 en VV € 600.000
EV € 200.000 en VV € 500.000
EV € 250.000 en VV € 800.000
Syllabus 22.1. Rekenen: 500.000 / 200.000 = 2,5 (voldoet). 350.000 / 100.000 = 3,5. 600.000 / 150.000 = 4. 800.000 / 250.000 = 3,2. Verwachte fout: naar het bedrag van het VV kijken in plaats van de verhouding.
Vul in
De interest op VV moet ook in een slecht jaar worden betaald, daarom is het een vaste last voor de organisatie.
Syllabus 22.1. Interest is een vaste last, ook bij een laag resultaat. Verwachte fout: dividend invullen: dat hoeft een organisatie niet te betalen bij een slecht resultaat.
Wat betekent meer EV voor de bank als schuldeiser?
Verliezen worden eerst door het EV opgevangen, dus het risico daalt
De bank krijgt zeggenschap over de bv
De bank eist een hogere interest vanwege meer winst
De bank krijgt een groter deel van het resultaat
Syllabus 22.1. Het EV is de buffer. Verwachte fout: denken dat een schuldeiser iets met zeggenschap of resultaat te maken heeft.
Studio Lux heeft EV € 90.000 en VV € 270.000. Ze leent € 180.000 extra, het EV blijft gelijk. Wat gebeurt er met VV : EV?
Het blijft 3
Het stijgt van 3 naar 5
Het stijgt van 3 naar 6
Het daalt van 3 naar 2
Syllabus 22.1. Rekenen: eerst 270.000 / 90.000 = 3. Daarna (270.000 + 180.000) / 90.000 = 5. Afleiders: 6 komt van het verdubbelen van het VV.
Roos bv leent € 400.000 tegen 5%. Na herfinanciering is het VV € 600.000 tegen 7%. Hoeveel meer interest per jaar?
€ 12.000
€ 42.000
€ 8.000
€ 22.000
Syllabus 22.1. Rekenen: eerst 0,05 x 400.000 = 20.000, daarna 0,07 x 600.000 = 42.000. Verschil 22.000. Afleiders: alleen het hogere percentage over het nieuwe bedrag (12.000), alleen de nieuwe interest (42.000), alleen het percentageverschil over het oude bedrag (8.000).
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN
Goed gedaan!
Je kunt nu analyseren hoe de verhouding tussen EV en VV en de keuze tussen lenen en aandelen het faillissementsrisico, de interest en het geëist rendement beïnvloeden. Succes met het examen!
Deze slide heeft geen instructies