Rekenen met geld tot 100 euro

GROEP 4 · REKENEN

Rekenen met geld tot 100 euro

Munten, briefjes, betalen en wisselgeld

€ 20 + € 5

= € 25

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenBasisschoolGroep 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

GROEP 4 · REKENEN

Rekenen met geld tot 100 euro

Munten, briefjes, betalen en wisselgeld

€ 20 + € 5

= € 25

Speelgeld in de klas maakt het meteen echt. Een winkeltje in de hoek van de klas is een mooie vervolgactiviteit. Duur ongeveer 30 minuten.

GROEP 4 · GELD

Dit ga je leren

Ik ken de munten en briefjes.

Ik tel geld bij elkaar tot 100 euro.

Ik reken uit hoeveel ik terugkrijg.

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 4 · GELD

Munten en briefjes

Munten: € 1 en € 2. Briefjes: € 5, € 10, € 20 en € 50. (Er zijn ook munten in centen, die laten we vandaag even weg.)

Laat echte of speelmunten rondgaan. Wat valt op? De munt van 2 euro is groter dan die van 1, en de briefjes worden groter als ze meer waard zijn.

GROEP 4 · GELD

Geld tellen: begin bij het grootste

Begin bij het briefje dat het meeste waard is. 20, dan 30, 35, 37. Samen is dat € 37.

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 4 · GELD

Hoeveel geld is dit samen?

A

€ 35

B

€ 30

C

€ 25

D

€ 40

Goed antwoord: € 35.

GROEP 4 · GELD

Hoeveel geld is dit samen?

A

€ 52

B

€ 62

C

€ 72

D

€ 60

Goed antwoord: € 62.

GROEP 4 · GELD

Betalen met zo weinig mogelijk

Je wilt € 45 betalen.

Pak € 20 + € 20 + € 5. Dat zijn maar 3 briefjes.

Met briefjes van 5 had je er wel 9 nodig!

Vraag: kan het nog op een andere manier met 3 briefjes of munten? (Nee, maar met 4 wel: 20, 10, 10, 5.) Een leuk puzzeltje voor snelle rekenaars.

Welk geld hoort bij welk bedrag? Sleep het naar het goede vak.

GROEP 4 · GELD

€ 15

€ 30

€ 70

10 + 5

20 + 10

50 + 20

5 + 5 + 5

10 + 10 + 10

20 + 20 + 20 + 10

Alle bedragen zijn in euro. € 15: 10 + 5 en 5 + 5 + 5. € 30: 20 + 10 en 10 + 10 + 10. € 70: 50 + 20 en 20 + 20 + 20 + 10.

GROEP 4 · GELD

Wisselgeld

Een bal kost € 17. Je betaalt met € 20.

Tel verder vanaf 17: 18, 19, 20. Dat is 3 stapjes.

Je krijgt € 3 terug.

Doortellen tot het betaalde bedrag (aanvullen) is hoe het in een winkel gaat. Het voelt voor veel kinderen natuurlijker dan 20 − 17 uitrekenen.

GROEP 4 · GELD

Een boek kost € 8. Je betaalt met € 10. Hoeveel krijg je terug?

A

€ 3

B

€ 18

C

€ 2

D

€ 8

Goed antwoord: € 2.

GROEP 4 · GELD

Een spel kost € 45. Je betaalt met € 50. Hoeveel euro krijg je terug?

Goed antwoord: 5 of € 5 of 5 euro of €5.

GROEP 4 · GELD

Je hebt € 50. Je koopt een shirt van € 25 en een pet van € 10. Hoeveel houd je over?

A

€ 35

B

€ 25

C

€ 5

D

€ 15

Goed antwoord: € 15. Eerst 25 + 10 = 35, dan van 35 doortellen tot 50.

GROEP 4 · GELD

Je wilt € 26 betalen met zo weinig mogelijk briefjes en munten. Hoeveel heb je er nodig?

Goed antwoord: 3 (€ 20 + € 5 + € 1). Er zijn ook andere oplossingen met 4 stuks, zoals 10 + 10 + 5 + 1: vraag welke korter is.

1

Geld tellen

2

Betalen met weinig geld

3

Wisselgeld uitrekenen

4

Niks, ik kan alles!

GROEP 4 · GELD

Wat vind jij het lastigst?

Deze slide heeft geen instructies

GROEP 4 · GELD

Goed gedaan!

Tel geld vanaf het grootste briefje.

Betaal met zo weinig mogelijk briefjes en munten.

Wisselgeld? Tel door tot het bedrag dat je betaalde.

Deze slide heeft geen instructies