schoonmaak en onderhoud

schoonmaak en onderhoud
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

schoonmaak en onderhoud

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe beoordeel jij jouw kennis van schoonmaak en onderhoud: van 0 tot 10?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Een gouden regel van het schoonmaken is:
Werk van boven naar beneden
A
Waar
B
niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je gaat een slaapkamer schoonmaken, wat is de goede volgorde van schoonmaken
opruimen 
ramen zemen 
vloer schoonmaken 
stof verwijderen 
bed verschonen 
1:
2:
3:
4:
5:

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn twee belangrijke regels bij schoonmaken?
A
van nat naar droog, van hoog naar laag
B
van hoog naar laag, van vuil naar schoon
C
van droog naar nat, van schoon naar vuil
D
van hoog naar laag, van schoon naar vuil

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je nodig voor ramen wassen?
Wat heb je nodig bij tafels schoonmaken?

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort bij wat?
Slaapkamer stofzuigen
Schoonmaken met een doek waarin schoonmaakmiddel is verwerkt
Ramen wassen
Oppervlak reinigen met alcohol
Nat schoonmaken
Droog schoonmaken
Desinfecteren
Klamvochtig schoonmaken

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort waar bij?
WC schoonmaken
Stofzuigen
Ramen lappen
Afval prikken

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet in de juiste volgorde
1
2
3
4
Ramen zemen kozijnen schoonmaken
Vloer moppen. 
Spinrag van het plafond halen
Vensterbank schoonmaken

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met nat schoonmaken gebruik je meer water dan met klamvochtig schoonmaken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is klamvochtig schoonmaken?
A
Stof en vuil afnemen met een natte doek.
B
Stof en vuil afnemen met een microvezeldoek
C
Stof en vuil afnemen met een goed uitgewrongen doek of met een geïmpregneerde doek.
D
Stof en vuil afnemen met een stuk keukenpapier.

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vaak moet je de volgende schoonmaaktaken uitvoeren?

Sleep de schoonmaaktaken naar de juiste frequentie.
Elke dag
Elke week ( of 2 x per week)
Elke maand
Elk jaar
1. Aanrecht opruimen en schoonmaken 
2. Badkamer schoonmaken 
3. Bed verschonen 
4. Houten vloer in de was zetten 
5. Kledingkast opruimen en schoonmaken 
6. Lamellen van zonwering schoonmaken 
7. Ramen zemen 
8.Rommel in huis opruimen 
9.Stofzuigen 

Slide 12 - Sleepvraag

Deze heb ik gewoon uit lesson up zelf gehaald. 
Welk methodes pas je toe bij droog schoonmaken?
A
stoffen, stofzuigen, vegen
B
schrobben, laten weken
C
Dweilen, moppen
D
ramen zemen,

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarop let je als je ergonomisch werkt?
A
op je representativiteit
B
op je beroepshouding
C
op je hygiëne
D
op je lichaamshouding

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schoonmaken.

Toiletruimte schoonmaken: Om hygiënisch te werken, is het belangrijk dat je een goede werkvolgorde hanteert.  Zet de werkwijze in de goede volgorde.

1
2
3
4
De wc-bril schoonmaken.
De deurkruk schoonmaken.
De binnenkant van de wc-pot schoonmaken.
De wastafel of het fonteintje schoonmaken.

Slide 15 - Sleepvraag

Het is belangrijk dat medewerkers bij het schoonmaken de juiste volgorde hanteren, omdat anders een oppervlak juist vuil wordt gemaakt. Werk dus altijd van schoon naar vuil. Gebruik schoonmaakmaterialen na een vuil gedeelte niet weer voor een schoner gedeelte. Sanitair is te onderscheiden in ‘schoon’ (wastafel, tegels) en ‘vuil’ sanitair (binnenkant toiletpot, lage tegels naast toilet).
Hoe beoordeel je kennis na deze test?
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Praktijk
We gaan ruimtes schoonmaken
We werken in groepjes
Je hoort van je docent wat je gaat doen
Alle materialen en middelen meenemen
Denk aan: hygiëne, ergonomie, efficiënt werken
Alle materiaal opruimen: borstels schoonmaken, emmers droog, werkdoekjes, ...........

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies