PET-preforms, de voorvormen van drankflessen (foto: CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · POLYMEREN · MATERIALEN
Quiz
Terugblik: Polymeren en materialen
PET-preforms, de voorvormen van drankflessen (foto: CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · POLYMEREN · MATERIALEN
Quiz
Terugblik: Polymeren en materialen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: 01x07x2022000 / Wikimedia Commons, CC0
Welk polymeer is een condensatiepolymeer?
polyester (PET)
polychlooretheen (PVC)
polypropeen (PP)
polystyreen (PS)
Syllabus R2.1. PET ontstaat uit een dizuur en een diol met afsplitsing van H₂O; de andere drie zijn additiepolymeren van monomeren met een C=C.
PET: 1,00 kg dizuur (166,1 g/mol) reageert met diol (62,07 g/mol). Massa PET?
1,37 kg
1,27 kg
1,16 kg
0,94 kg
Syllabus R2.1 (massabehoud). 1000 g : 166,1 g/mol = 6,02 mol dizuur; diol 6,02 mol × 62,07 = 374 g; per eenheid 2 H₂O: 2 × 6,02 × 18,02 = 217 g. PET = 1000 + 374 − 217 = 1157 g = 1,16 kg (controle: 6,02 mol × 192,2 = 1157 g). Verwachte fouten: water vergeten (1,37 kg), maar één H₂O per eenheid aftrekken (1,27 kg), water dubbel aftrekken (0,94 kg).
Vul in
Bij hogere temperatuur trillen de atomen in het metaalrooster sterker, waardoor lagen makkelijker schuiven en het metaal beter vervormbaar wordt.
Syllabus M5.1: metaalroosters, invloed van de temperatuur. Verwachte fout: denken dat een hogere temperatuur het metaal harder maakt.
Zet de polymerisatiestappen op volgorde
Syllabus R2.2: initiatie, propagatie, terminatie. Verwachte fout: terminatie te vroeg zetten.
Waarom smelt een thermoharder niet?
Syllabus M4.1. Antwoord: een thermoharder is één netwerk van ketens verbonden door crosslinks (atoombindingen); de ketens kunnen niet langs elkaar glijden. Verwachte fout: alleen zeggen dat de stof hard is.
Welk polymeerfragment kan door hydrolyse worden afgebroken?
–CH₂–CH(C₆H₅)–CH₂–CH(C₆H₅)–
–O–CH₂–C(=O)–O–CH₂–C(=O)–
–CF₂–CF₂–CF₂–CF₂–
–CH₂–C(CH₃)₂–CH₂–C(CH₃)₂–
Syllabus M5.1: biodegradeerbaarheid van polymeren en karakteristieke groepen. Alleen het eerste fragment (een polyester van hydroxyethaanzuur) heeft estergroepen die door water of enzymen gesplitst worden. De andere drie zijn additiepolymeren met alleen C–C bindingen in de keten. Verwachte fout: de fenylgroep of de F-atomen als karakteristieke groep zien die hydrolyseert.
Een polyester ontstaat uit één soort monomeer. Welk monomeer kan dat zijn?
HO–CH₂–CH₂–OH
HOOC–CH₂–COOH
CH₂=CH–COOH
HO–CH(CH₃)–COOH
Syllabus R2.1. Alleen een monomeer met zowel een OH als een COOH kan zelf een polyester vormen. Verwachte fout: CH₂=CH–COOH kiezen; dat geeft een additiepolymeer.
Waarom heeft polyetheen een gemiddelde M?
Syllabus R2.3. Antwoord: de terminatie vindt op een willekeurig moment plaats, dus de ketens zijn niet even lang. Verwachte fout: het alleen hebben over verschillende monomeren.
Nylon vormt sterke vezels. Welke binding tussen de ketens helpt daarbij?
ionbindingen tussen geladen ketens
atoombindingen als crosslinks
metaalbindingen langs de keten
waterstofbruggen tussen amidegroepen
Syllabus M5.1: soorten monomeren en karakteristieke groepen. De amidegroepen (C=O en N–H) vormen waterstofbruggen tussen de ketens; nylon is geen thermoharder.
Waarom is keramiek (Al₂O₃) bros, terwijl een metaal vervormt?
Keramiek heeft vrije elektronen die lagen vastzetten
Verschuiven zet gelijke ionen naast elkaar: afstoting
Keramiek bestaat uit lange ketens met crosslinks
Keramiek heeft alleen zwakke vanderwaalsbindingen
Syllabus M4.1 en M5.1: ionrooster en brosheid. Bij een verschuiving in het ionrooster komen ionen met dezelfde lading naast elkaar en stoten elkaar af: het rooster splijt.
Polyetheen A heeft polymerisatiegraad 500, B heeft 5000. Welk is sterker?
A: kortere ketens hebben meer crosslinks
Even sterk, want het monomeer is hetzelfde
B: langere ketens, meer contact en verstrengeling
A: kortere ketens passen dichter op elkaar
Syllabus M5.1: ketenlengte. Langere ketens hebben meer vanderwaalscontact en verstrengelen sterker. Verwachte fout: denken dat hetzelfde monomeer dezelfde sterkte geeft.
Wat doen vezels en kunsthars in een composiet?
Syllabus M4.2. Antwoord: de vezels dragen de kracht (sterk en stijf), de kunsthars (matrix) houdt de vezels op hun plek en verdeelt de belasting. Verwachte fout: de rollen omdraaien.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · POLYMEREN · MATERIALEN
Goed gedaan!
Je weet nu hoe polymeren ontstaan en hoe structuur en eigenschappen samenhangen, van keten tot composiet. Kijk de vragen na die je fout had en zoek het onderwerp op in les 1.
Deze slide heeft geen instructies