Blauw kunststofgranulaat, de grondstof voor spuitgieten en extruderen (foto: ISIPLAST S.A de C.V, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Examentraining
Polymeren: zo pak je examenvragen aan
Blauw kunststofgranulaat, de grondstof voor spuitgieten en extruderen (foto: ISIPLAST S.A de C.V, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Examentraining
Polymeren: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: ISIPLAST S.A de C.V / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan monomeren afleiden, een stuk polymeer tekenen en eigenschappen, verwerking en afbreekbaarheid uit de structuur verklaren.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven, een monomeer, een stuk polymeer of een eigenschap?
2. Bepaal: polyadditie (C=C, alleen C–C in de keten) of polycondensatie (ester of amide in de keten).
3. Knip of koppel: per twee C-atomen één monomeer; bij ester en amide knip je tussen C en O of C en N.
4. Controleer: kloppen alle atomen, en komt bij condensatie H₂O vrij?
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Vraagtype 1: monomeer afleiden
Een additiepolymeer heeft alleen C–C in de keten: knip om de twee C-atomen.
Zet bij elk stuk de dubbele binding terug. Bij een copolymeer krijg je twee soorten stukken.
Deze slide heeft geen instructies
Monomeren van –CH₂–CH₂–CH₂–CH(CH₃)–CH₂–CH₂–?
etheen en but-1-een
propeen en but-1-een
etheen en propaan
etheen en propeen
Syllabus R2.3. Knippen om de twee C-atomen geeft CH₂–CH₂ (etheen), CH₂–CH(CH₃) (propeen) en weer CH₂–CH₂ (etheen). Verwachte fout: de CH₃-zijgroep als deel van de keten tellen en but-1-een kiezen.
Geef het monomeer van –CH₂–CHBr–CH₂–CHBr–.
Syllabus R2.3. Antwoord: CH₂=CHBr (bromoetheen). Verwachte fout: de keten per C-atoom knippen, of de dubbele binding vergeten.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Vraagtype 2: een stuk polymeer tekenen
Open bij elk monomeer de C=C en koppel de C-atomen aan elkaar.
De zijgroepen blijven hangen en elke eenheid heeft twee C-atomen in de hoofdketen.
Deze slide heeft geen instructies
Geef twee eenheden polymeer van but-1-een.
Syllabus R2.1 en R1.11. But-1-een is CH₂=CH–CH₂–CH₃. Antwoord: –CH₂–CH(C₂H₅)–CH₂–CH(C₂H₅)– (de zijgroep is C₂H₅). Verwachte fout: de ethylgroep in de hoofdketen opnemen.
Welk stuk keten ontstaat uit etheen, chlooretheen, etheen (in die volgorde)?
–CH₂=CH₂–CH₂=CHCl–CH₂=CH₂–
–CH₂–CH₂–CH₂–CHCl–CH₂–CH₂–
–CH₂–CHCl–CH₂–CH₂–CH₂–CHCl–
–CH₂–CH₂–CH₂–CHCl–CH₂–
Syllabus R2.1 en R2.3. Elke eenheid heeft twee C-atomen in de keten: CH₂–CH₂, CH₂–CHCl, CH₂–CH₂. Verwachte fout: de dubbele bindingen laten staan of een C-atoom vergeten.
Polyadditie en polycondensatie naast elkaar (eigen figuur)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Vraagtype 3: polycondensatie
Zoek de estergroep of amidegroep in de keten en knip tussen C en O of tussen C en N.
Voeg aan het C-deel een OH toe en aan het O- of N-deel een H: zo zet je water terug.
Image credit: Eigen figuur
Monomeren van –O–CH₂–CH₂–O–C(=O)–CH₂–CH₂–C(=O)–?
HO–CH₂–CH₂–OH en HOOC–CH₂–COOH
HO–CH₂–CH₂–OH en HO–CH₂–CH₂–COOH
HO–CH₂–CH₂–OH en HOOC–CH₂–CH₂–COOH
CH₂=CH₂ en HOOC–CH₂–CH₂–COOH
Syllabus R2.3. Knip bij de estergroep O–C(=O): links blijft O–CH₂–CH₂–O over (diol), rechts C(=O)–CH₂–CH₂–C(=O) (dizuur). Verwachte fout: het aantal CH₂-groepen tussen de COOH-groepen verkeerd tellen.
Noem de binding C(=O)–NH in een polypeptide.
Syllabus R1.11 en R2.1. Antwoord: peptide-binding (amide-binding). Verwachte fout: ester-binding, omdat er ook een C=O in zit.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Vraagtype 4: structuur en eigenschap
Koppel de verwerking aan de structuur: thermoplast spuitgieten, extruderen of blazen; thermoharder in de mal.
Koppel afbreekbaarheid aan de binding: ester of amide wel, alleen C–C niet.
Deze slide heeft geen instructies
Smeltende korrels worden in een mal gespoten en afgekoeld. Welke verwerking en welk polymeer?
spuitgieten van een thermoplast
spuitgieten van een thermoharder
extruderen van een thermoharder
polymeriseren in een mal van een thermoplast
Syllabus R4.2. Smelten en opnieuw stollen kan alleen bij een thermoplast, het in een mal spuiten heet spuitgieten. Verwachte fout: thermoharder kiezen omdat een mal wordt genoemd.
Een bioplastic is een polyester. Waarom breekt het in compost beter af dan polyetheen?
Polyetheen heeft C=C bindingen in de keten
Ester-bindingen worden gesplitst door water
De ketens van polyesters zijn korter
Polyetheen bevat ook ester-bindingen
Syllabus M6.1. Polyesters bevatten ester-bindingen die door hydrolyse worden gesplitst; polyetheen heeft alleen C–C. Verwachte fout: denken dat polyetheen C=C in de keten houdt; die verdwijnt bij de polyadditie.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Monomeer afleiden
Een stuk polymeer tekenen
Polycondensatie
Structuur en eigenschap
Bespreek het lastigste vraagtype en doe het stappenplan opnieuw op een voorbeeld.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · POLYMEREN
Tips voor op het examen
Controleer bij een additiepolymeer: geen C=C meer in de keten, per twee C-atomen één monomeer.
Bij polycondensatie hoort bij elke binding één H₂O; tel de bindingen, niet de monomeren.
Knip een ester tussen C en O, een amide tussen C en N, en voeg water toe: OH aan C en H aan O of N.
Noem bij structuur en eigenschap altijd de binding of het netwerk als reden, niet alleen het materiaal.
Deze slide heeft geen instructies