Erfelijkheid en kruisingen (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Quiz

Terugblik: Erfelijkheid en kruisingen

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met twaalf vragen over kruisingen, X-chromosomale overerving, gekoppelde genen, bloedgroepen, ingrijpen in de erfelijkheid en milieu.

Onderdelen in deze les

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Quiz

Terugblik: Erfelijkheid en kruisingen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jamain / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Hoeveel autosomen heeft een lichaamscel van de mens?

A

22

B

44

C

23

D

46

22 paren is 44 autosomen, dus 44. Het 23e paar zijn de geslachtschromosomen. Verwachte fout: 46 kiezen, dat is het totaal.

Welke geslachtscel bepaalt het geslacht van een kind?

A

De eicel, met een X of een Y

B

De zaadcel, die altijd een X heeft

C

Beide cellen, die ieder een X of een Y hebben

D

De zaadcel, met een X of een Y

Een eicel heeft altijd een X, een zaadcel een X of een Y. Verwachte fout: de eicel noemen.

Aa x aa. Kans (in %) op een kind aa?

Goed: 50%. De helft van de geslachtscellen van Aa is a en aa maakt alleen a. Verwachte fout: 25% geven, de kans bij Aa x Aa.

Roze (RW) x roze (RW), onvolledig dominant: verhouding rood : roze : wit?

A

1 : 2 : 1

B

3 : 0 : 1

C

1 : 1 : 1

D

2 : 1 : 1

RR, RW, RW en WW geven 1 rood : 2 roze : 1 wit. Verwachte fout: 3 : 1 kiezen omdat dat bij dominant en recessief hoort.

Hoeveel verschillende genotypen hebben nakomelingen van AaBb x AaBb?

A

16

B

4

C

9

D

8

Per gen drie genotypen (AA, Aa, aa), samen 3 x 3 = 9. Verwachte fout: 16 kiezen, dat is het aantal vakjes.

Aa x Aa, autosomaal recessieve ziekte: kans op een dochter met de ziekte?

A

1/4

B

1/2

C

1/8

D

1/16

Kans op aa is 1/4 en de kans op een dochter 1/2: samen 1/8. Verwachte fout: 1/4 kiezen door het geslacht te vergeten.

Moeder XhXh en vader XHY: welke kinderen ontstaan er?

A

Alle zonen aangedaan, alle dochters draagster

B

Alle kinderen aangedaan

C

De helft van de zonen aangedaan, dochters gezond

D

Alle zonen gezond, alle dochters aangedaan

De moeder geeft altijd Xh. Zonen krijgen Y van de vader en zijn XhY, dus aangedaan. Dochters krijgen XH van de vader en zijn XHXh, dus draagster. Verwachte fout: denken dat een zoon het X van de vader krijgt.

AaBb x AaBb met gekoppelde genen (AB/ab), zonder crossing-over. Verhouding?

A

9 : 3 : 3 : 1

B

1 : 2 : 1

C

1 : 1 : 1 : 1

D

3 : 1

Geslachtscellen AB en ab geven 1 AABB : 2 AaBb : 1 aabb, dus 3 A_B_ tegen 1 aabb. Verwachte fout: 9 : 3 : 3 : 1 kiezen.

Ouders met bloedgroep A en B krijgen een kind met O. Welke genotypen?

A

IAIA en IBIB

B

IAi en IBi

C

IAIA en IBi

D

IAi en IBIB

Een kind ii krijgt van elke ouder een i, dus beide ouders hebben een i. Verwachte fout: IAIA of IBIB kiezen, dan kan het kind geen O zijn.

Vul in

De varianten van een gen heten allelen. Een autosoom is geen geslachtschromosoom.

allelen
autosoom
genotypen
gameten

Allelen zijn varianten van een gen; autosomen zijn alle chromosomen behalve de geslachtschromosomen. Verwachte fout: genotypen invullen.

Welke ingreep is een voorbeeld bij een prokaryoot?

A

Bacteriën een gen voor menselijk insuline geven

B

Rijstplanten extra bètacaroteen laten maken

C

Embryo's testen op een erfelijke aandoening

D

Runderen fokken die meer melk geven

Bacteriën zijn prokaryoten; planten, mensen en runderen zijn eukaryoten. Verwachte fout: gouden rijst kiezen omdat dat ook genetische modificatie is.

Stekken van één plant groeien bij ander licht. Wat verklaart het fenotypeverschil?

A

Door verschillende allelen in elke stek

B

Door een ander genoom in de stek in de schaduw

C

Door milieufactoren, want het genotype is gelijk

D

Door een letale factor in de stek in de schaduw

Stekken hebben hetzelfde genotype; het verschil in licht is een milieufactor. Verwachte fout: een verschil in genotype aanwijzen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ERFELIJKHEID · KRUISINGEN

Goed gedaan!

Je kunt nu met kruisingsschema's en stambomen kansen berekenen, afwijkende overerving herkennen en argumenten over ingrijpen in de erfelijkheid benoemen. Mutaties, meiose en variatie volgen in een eigen les.

Deze slide heeft geen instructies