5
De overgang
Hoe voorkom je dat de klas ontploft als je van activiteit wisselt?
5
De overgang
Hoe voorkom je dat de klas ontploft als je van activiteit wisselt?
In veel klassen zorgen overgangen voor onrust. Leerlingen blijven napraten, zoeken spullen of wachten af tot jij opnieuw de aandacht pakt.
In dit hoofdstuk leer je hoe je met een vast transitieritueel wisselmomenten rustig en voorspelbaar maakt, zodat leerlingen sneller schakelen en jij de regie houdt.
1 tot 2
3 tot 4
5 tot 6
7 of meer
Hoeveel overgangen heeft een gemiddelde les van jou?
Wat zeg jij bij een overgang?
Schrijf zo letterlijk mogelijk op wat jij zegt als je van activiteit wisselt.
Voorbeeld: 'Oké, we gaan nu verder met...', 'Stop maar, we doen iets anders', enzovoort.
Verwachting
Vertel wat je verwacht tijdens de overgang: 'Dan liggen je spullen klaar en kijk jij naar mij.'
stappen transitieritueel
2
Aankondiging
Geef een waarschuwing: 'Over 2 minuten gaan we over naar de volgende opdracht.' Leerlingen kunnen hun gedachten afsluiten. Ze worden niet overvallen.
1
Timer
Gebruik een zichtbare timer op het bord. Leerlingen letten zelf op de klok.
Bevestiging
Controleer of iedereen klaar is en bevestig: 'Iedereen klaar? Dan gaan we nu door.'
3
4
4
Sleep de vier stappen in de volgorde zoals ze horen.
Schrijf voor jouw eigen klas de vier zinnen van het ritueel uit. Kies woorden die bij jou passen.
Aankondiging
'Over [X] minuten...'
Timer
Welk middel gebruik ik? (bord, telefoon, app, zandloper)
Verwachting
'Dan...'
Bevestiging
'Iedereen klaar? ...'
Scenario: drie leerlingen kletsen door
Situatie: Je kondigt de overgang aan. Drie leerlingen praten nog met elkaar en lijken je niet te horen.
Je staat stil en wacht zwijgend totdat iedereen je aankijkt.
Je praat harder zodat ze je boven hun gesprek uit horen.
Je roept de hele klas tot de orde: 'Iedereen stil!'
Je noemt de naam van één van de drie, maakt oogcontact en wijst non-verbaal naar het bord.
Waarom antwoord . . .
A werkt als de rest al stil is. Je stilte trekt aandacht zonder te escaleren. D werkt als je snel iemand specifiek wilt bereiken. B en C verhogen de spanning in de klas en zijn niet de boodschap die je wilt sturen.
A
D
&
In welke les gebruik je jouw transitie-aankondiging voor het eerst?
Aankondiging: ...
Verwachting: ...
Bevestiging: ...
Timer: ...