Les 20 Eenvoudige basisgrammatica

Les 20 Eenvoudige basisgrammatica (blz. 76)
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les 20 Eenvoudige basisgrammatica (blz. 76)

Slide 1 - Tekstslide

Een dik boek, de dikke boeken
  • Het boek is dik. Wat een dik boek!
  • Het raam is vuil. Wat een vuil raam!
  • De boeken zijn dik. Wat een dikke boeken!
  • De ramen zijn vuil. Wat een vuile ramen! 

Slide 2 - Tekstslide

de-woorden
  • de kleine kamer - een kleine kamer
  • de grote stad - een grote stad
  • de dikke man -  een dikke man
  • de dunne mevrouw -  een dunne mevrouw 

Slide 3 - Tekstslide

het- woorden
  • het bange kind - een bang kind
  • het kleine huis -  een klein huis
  • het rode potlood -  een rood potlood
  • het grote dorp -  een groot dorp 

Slide 4 - Tekstslide

lange klanken


groot - grote
zuur - zure
geel - gele
raar - rare
korte klanken


bot - botte
dun - dunne
ver - verre
nat - natte
dik - dikke

Slide 5 - Tekstslide

Pak je laptop

Slide 6 - Tekstslide

Het boek is dik.
A
Het dik boek.
B
Het dikke boek.
C
Een dikke boek.
D
Het dike boek.

Slide 7 - Quizvraag

Het potlood is rood.
A
De rode potlood.
B
Een rood potlood.
C
Het rood potlood.
D
Het rode potlood.

Slide 8 - Quizvraag

Het raam is vuil.
A
Het vuile raam.
B
Een vuil raam.
C
De vuile raam.
D
De vuil raam.

Slide 9 - Quizvraag

De zwarte jas.
De jas is ..............
A
zwarte
B
blauwe
C
zwart
D
rood

Slide 10 - Quizvraag

De volle fles.
De fles is ............
A
volle
B
vol
C
leeg
D
mooi

Slide 11 - Quizvraag

Dus:

Slide 12 - Tekstslide

de-woorden
  • de kleine kamer - een kleine kamer
  • de grote stad - een grote stad
  • de dikke man -  een dikke man
  • de dunne mevrouw -  een dunne mevrouw 

Slide 13 - Tekstslide

het- woorden
  • het bange kind - een bang kind
  • het kleine huis -  een klein huis
  • het rode potlood -  een rood potlood
  • het grote dorp -  een groot dorp 

Slide 14 - Tekstslide

lange klanken


groot - grote
zuur - zure
geel - gele
raar - rare
korte klanken


bot - botte
dun - dunne
ver - verre
nat - natte
dik - dikke

Slide 15 - Tekstslide

dikke/het/boek

Slide 16 - Open vraag

kopje/gele/het

Slide 17 - Open vraag

roos/de/rode

Slide 18 - Open vraag

De grote boot.
De boot is ..........

Slide 19 - Open vraag

Het mooie weer.
Het weer is ............

Slide 20 - Open vraag

Doe de laptop dicht.

Slide 21 - Tekstslide

Werkblad

Slide 22 - Tekstslide

* makkelijk

Slide 23 - Tekstslide

** moeilijk

Slide 24 - Tekstslide

*** moeilijker

Slide 25 - Tekstslide