Beleid en begroting (Economie vwo), les 1: Uitleg

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Beleid en begroting

Examenstof economie vwo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg van het begrotingssaldo, automatische stabilisatoren, anticyclisch en procyclisch begrotingsbeleid, stimulerend en verkrappend beleid, en het inverdieneffect en uitverdieneffect, met rekenvoorbeelden in een verzonnen land.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Beleid en begroting

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: I2 (2.1, 2.2, 2.3). Image credit: Rijksoverheid.nl / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen en doorrekenen hoe stabilisatoren en anticyclisch of procyclisch begrotingsbeleid het saldo en de conjunctuur beïnvloeden.

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er met het begrotingssaldo als de economie in een dip raakt, ook als de overheid niets besluit?

Verwacht: minder belasting, meer uitkeringen, een tekort. Schrijf die woorden in een woordweb. In deze les werken we uit wat vanzelf gebeurt (stabilisatoren), wat de overheid bewust kan doen (anticyclisch of procyclisch) en wat een maatregel via het saldo terugverdient (inverdieneffect).

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Het ministerie van Financiën aan het Korte Voorhout, Den Haag, 2020

Het begrotingssaldo

  • Het begrotingssaldo is belastingen min overheidsuitgaven in een jaar. Uitkeringen horen bij de uitgaven.

  • Zijn de belastingen lager dan de uitgaven, dan is er een begrotingstekort; anders een overschot.

  • Het saldo is een stroom per jaar; de staatsschuld is een voorraad (zie les Overheid en pensioen over de tijd).

  • Het saldo beweegt mee met de conjunctuur: ook zonder nieuw beleid.

Syllabus I2. Vereenvoudiging: de ontvangsten worden gelijkgesteld aan belastingen. Het Stabiliteits- en groeipact en de staatsschuld komen uitgebreid aan bod in de les Overheid en pensioen over de tijd. Veelgemaakte fout: het saldo zien als een voorraad of het tekort verwarren met de schuld. Image credit: Steven Lek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Kantoor 't Schip aan de Verheeskade, in gebruik door het UWV (2020)

Automatische stabilisatoren

  • Een automatische stabilisator dempt de conjunctuur zonder nieuw besluit: belastingen en sociale uitkeringen.

  • Laagconjunctuur: de inkomens dalen, dus dalen de belastingen en stijgen de uitkeringen.

  • Hoogconjunctuur: de belastingen stijgen en de uitkeringen dalen.

  • Ze dempen de schommelingen, maar heffen die niet op.

Syllabus I2.2. Het UWV betaalt werkloosheidsuitkeringen. Een belasting werkt alleen als stabilisator als ze meebeweegt met het inkomen. Veelgemaakte fout: denken dat de overheid hiervoor een besluit moet nemen, of dat stabilisatoren de dip helemaal wegnemen. Image credit: Choinowski / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Het saldo van Zuidmark bij hoogconjunctuur, normaal en laagconjunctuur

Het saldo beweegt vanzelf mee

  • Zuidmark: van normaal (bbp 1.000) naar laagconjunctuur (950) daalt het saldo van +20 naar -10.

  • Belastingen dalen met 20 en uitkeringen stijgen met 10: het saldo daalt met 30.

  • Bij hoogconjunctuur (bbp 1.050) is het saldo +50: de belastingen stijgen en de uitkeringen dalen.

  • Keten: bbp daalt, werkloosheid stijgt, uitkeringen stijgen en belastingen dalen, saldo daalt.

Controle (miljard euro, verzonnen): belastingen 40% van het bbp: 420, 400, 380. Uitgaven: 300 + uitkeringen 70, 80, 90 = 370, 380, 390. Saldo: 420-370=+50; 400-380=+20; 380-390=-10. Daling normaal naar laag: 20 + 10 = 30, en 20 - (-10) = 30. Output gap = (950-1.000)/1.000 = -5%. Gebruik de output gap als gegeven: die is in de les Conjunctuur en reële grootheden uitgelegd. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

Waarom is een sociale uitkering een automatische stabilisator?

A

De minister verhoogt haar bij laagconjunctuur bewust

B

Ze stijgt alleen na een verlaging van de belastingen

C

Ze stijgt vanzelf als de werkloosheid toeneemt

D

Ze verkleint bij laagconjunctuur het begrotingstekort

Uitkeringen volgen de werkloosheid, zonder besluit. In laagconjunctuur vergroten ze juist het tekort. Verwachte fout: denken dat de overheid de uitkering bewust verhoogt.

Vul in

Bij laagconjunctuur dalen de belastingen en stijgen de uitkeringen vanzelf, waardoor het begrotingssaldo daalt.

laagconjunctuur
belastingen
uitkeringen
hoogconjunctuur
overheidsuitgaven

Bij laagconjunctuur dalen de inkomens en stijgt de werkloosheid, zonder nieuw besluit.

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Plaatsing van een nieuwe brug met een kraan in Rotterdam (Parksluizen)

Anticyclisch begrotingsbeleid

  • Bij anticyclisch begrotingsbeleid werkt de overheid bewust tegen de conjunctuur in.

  • Bij laagconjunctuur: stimulerend beleid, dus hogere uitgaven of lagere belastingen.

  • Bij hoogconjunctuur: verkrappend beleid, dus lagere uitgaven of hogere belastingen.

  • Voorbeeld: een brug laten bouwen bij een negatieve output gap geeft bouwers en leveranciers werk.

Syllabus I2.1. Anticyclisch = tegen de golfbeweging in; de output gap wordt kleiner. Veelgemaakte fout: stimulerend en verkrappend verwarren met anticyclisch en procyclisch. Stimulerend en verkrappend gaan over de richting van de maatregel, anticyclisch en procyclisch over de richting ten opzichte van de conjunctuur. Image credit: Herbert Behrens / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Anticyclisch en procyclisch beleid bij laag- en hoogconjunctuur

Procyclisch begrotingsbeleid

  • Bij procyclisch begrotingsbeleid werkt de overheid in dezelfde richting als de conjunctuur.

  • Bij laagconjunctuur is dat verkrappend beleid, bij hoogconjunctuur stimulerend beleid.

  • Het versterkt de schommelingen in inkomen en werkloosheid en vergroot dus het welvaartsverlies.

  • Kijk eerst naar de output gap, dan pas naar de maatregel.

Syllabus I2.1. Schommelingen in inflatie, inkomen en werkloosheid veroorzaken welvaartsverliezen (conjunctuur en welvaart). Laat leerlingen de tabel eerst afdekken. Veelgemaakte fout: denken dat verkrappend altijd anticyclisch is. Dat geldt alleen bij hoogconjunctuur. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

De plenaire zaal van de Tweede Kamer, Den Haag

Waarom soms procyclisch?

  • Het tekort loopt bij laagconjunctuur vanzelf op; een tekortnorm kan dan tot bezuinigen dwingen.

  • Bij hoogconjunctuur vallen de belastinginkomsten mee en wil iedereen dat geld uitgeven.

  • Ook de timing telt: een maatregel die pas werkt als de economie al herstelt, werkt procyclisch.

  • Anticyclisch beleid vraagt dus het juiste moment en de juiste dosering.

Syllabus I1.5 (timing en dosering) en I2.1. Het Stabiliteits- en groeipact met zijn tekortnorm is behandeld in de les Overheid en pensioen over de tijd: hier alleen verwijzen. Veelgemaakte fout: procyclisch beleid zien als bewuste keuze voor een crisis; vaak is het een gevolg van regels, politieke druk of timing. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

De output gap is positief en de overheid verhoogt de belastingen. Welk beleid is dit?

A

Procyclisch verkrappend begrotingsbeleid

B

Anticyclisch verkrappend begrotingsbeleid

C

Anticyclisch stimulerend begrotingsbeleid

D

Procyclisch stimulerend begrotingsbeleid

Positieve output gap is hoogconjunctuur. Hogere belastingen verkrappen en gaan tegen de conjunctuur in, dus anticyclisch.

Vul in

Bij laagconjunctuur is anticyclisch beleid stimulerend en procyclisch beleid verkrappend; dat laatste versterkt de schommelingen.

stimulerend
verkrappend
versterkt
afremmend
dempt

Anticyclisch bij laagconjunctuur: stimuleren. Procyclisch: verkrappen, wat de dip versterkt.

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Het inverdieneffect

  • Stimulerend beleid laat de economie groeien: meer bestedingen, meer productie en minder werklozen.

  • Daardoor stijgen de belastingen en dalen de uitgaven aan uitkeringen: het inverdieneffect.

  • Een deel van de extra uitgaven of van de belastingverlaging komt zo terug in de begroting.

  • Het saldo verslechtert dus minder dan de maatregel zelf.

Syllabus I2.3. Hoeveel het bbp stijgt door een maatregel (de multiplier) komt in een latere les; hier is het bbp-effect steeds een gegeven. Veelgemaakte fout: denken dat een stimulans zichzelf volledig terugverdient.

CONJUNCTUUR · BEGROTING

De doorrekening van een stimulans in Zuidmark

Rekenen aan het inverdieneffect

  • Zuidmark verhoogt de uitgaven met 100. Het bbp stijgt daardoor met 150 (gegeven).

  • Belastingen zijn 40% van het bbp: +60. De uitkeringen dalen met 15.

  • Inverdieneffect: 60 + 15 = 75. Effect op het saldo: -100 + 75 = -25.

  • Het saldo verslechtert dus maar met 25, niet met 100.

Controle: 40% x 150 = 60; 60 + 15 = 75; -100 + 75 = -25. Stappen: eerst de maatregel, dan de bbp-verandering (gegeven), dan belastingen en uitkeringen, dan optellen. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Demonstratie tegen bezuinigingen op het Binnenhof, Den Haag, 1982

Het uitverdieneffect

  • Bij verkrappend beleid krimpt de economie: het uitverdieneffect is het omgekeerde van het inverdieneffect.

  • De belastingen dalen en de uitgaven aan uitkeringen stijgen.

  • Een bezuiniging van 100 met een bbp-daling van 150: belastingen -60, uitkeringen +15, uitverdieneffect 75.

  • Het saldo verbetert dan maar met 25: bezuinigen levert minder op dan je denkt.

Syllabus I2.3: het omgekeerde bij uitverdieneffecten. Controle: 100 - 75 = 25 (40% x 150 = 60; 60 + 15 = 75). Foto: demonstratie tegen bezuinigingen, 1982. Bij een bezuiniging in laagconjunctuur is het uitverdieneffect extra pijnlijk: het beleid is procyclisch. Veelgemaakte fout: denken dat een bezuiniging het saldo precies met het bedrag verbetert. Image credit: Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0

Zet de keten van het inverdieneffect op volgorde

1

De overheid verhoogt de uitgaven bij laagconjunctuur

2

De werkloosheid daalt

3

Belastingen stijgen en uitkeringen dalen

4

De bestedingen en het bbp stijgen

Maatregel, bestedingen en bbp, werkloosheid, en dan pas de effecten op belastingen en uitkeringen.

Wat bedoelen economen met het inverdieneffect?

A

Een deel van de belastingen gaat naar de schuld

B

De uitgaven stijgen doordat de uitkeringen groeien

C

Het bbp stijgt doordat het saldo verbetert

D

Een deel van de uitgaven komt terug via het saldo

Inverdienen: hogere belastingen en lagere uitkeringen doordat de economie wordt gestimuleerd. Verwachte fout: oorzaak en gevolg omdraaien.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Automatische stabilisatoren

2

Anticyclisch of procyclisch

3

In- en uitverdieneffecten

4

Het saldo doorrekenen

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Wat betekent procyclisch? Leg uit.

Goed antwoord: begrotingsbeleid dat in dezelfde richting werkt als de conjunctuur en de schommelingen versterkt, bijvoorbeeld bezuinigen bij laagconjunctuur.

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Begrippen (1/2)

  • begrotingssaldo: Belastingen min overheidsuitgaven in een jaar.

  • begrotingstekort: Negatief begrotingssaldo: de uitgaven zijn hoger dan de belastingen.

  • automatische stabilisator: Belastingen en sociale uitkeringen die de conjunctuur vanzelf dempen.

  • anticyclisch begrotingsbeleid: Beleid tegen de conjunctuur in: stimuleren bij laag, verkrappen bij hoog.

  • procyclisch begrotingsbeleid: Beleid met de conjunctuur mee: verkrappen bij laag, stimuleren bij hoog.

Deze slide heeft geen instructies

CONJUNCTUUR · BEGROTING

Begrippen (2/2)

  • stimulerend begrotingsbeleid: Hogere uitgaven of lagere belastingen.

  • verkrappend begrotingsbeleid: Lagere uitgaven of hogere belastingen.

  • inverdieneffect: Hogere belastingen en lagere uitkeringen doordat de economie wordt gestimuleerd.

  • uitverdieneffect: Lagere belastingen en hogere uitkeringen doordat verkrappend beleid de economie afremt.

Deze slide heeft geen instructies