CONJUNCTUUR · BEGROTING
Examentraining
Beleid en begroting: zo pak je examenvragen aan
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Examentraining
Beleid en begroting: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rijksoverheid.nl / Wikimedia Commons, CC0
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over begrotingsbeleid beantwoorden: typeren, het saldo doorrekenen en de effecten beredeneren.
Deze slide heeft geen instructies
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de situatie: output gap positief of negatief, en wat doet de overheid?
2. Typeer: stimulerend of verkrappend, en anticyclisch of procyclisch.
3. Reken: saldo = belastingen min overheidsuitgaven; tel belastingen en uitkeringen apart op.
4. Beredeneer: werk de keten uit, op korte en lange termijn.
Deze slide heeft geen instructies
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Vraagtype 1: beleid typeren
Stap 1: bepaal de situatie met de output gap.
Stap 2: bepaal of de maatregel stimuleert of verkrapt.
Stap 3: tegen de conjunctuur in is anticyclisch, mee is procyclisch.
Deze slide heeft geen instructies
Output gap -3%. De overheid schrapt uitgaven om te bezuinigen. Welk beleid?
Anticyclisch verkrappend begrotingsbeleid
Procyclisch verkrappend begrotingsbeleid
Anticyclisch stimulerend begrotingsbeleid
Procyclisch stimulerend begrotingsbeleid
Negatieve output gap: laagconjunctuur. Lagere uitgaven verkrappen en gaan mee met de conjunctuur: procyclisch. Verwachte fout: verkrappend automatisch anticyclisch noemen.
Output gap +2%. Welke maatregel is anticyclisch?
De uitgaven aan wegen verhogen
De belastingen verlagen
De uitkeringen verhogen
De belastingen verhogen
Hoogconjunctuur vraagt verkrappen: hogere belastingen. De andere maatregelen stimuleren en zijn dus procyclisch.
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Vraagtype 2: het saldo doorrekenen
Verandering saldo = verandering belastingen min verandering uitkeringen.
Belastingen: tarief x verandering bbp. Stijgende uitkeringen verlagen het saldo.
Reken in dezelfde eenheid en let op het teken.
Deze slide heeft geen instructies
Bbp -100. Belastingen zijn 30% van het bbp, uitkeringen +10. Saldoverandering?
-30
-20
-10
-40
Belastingen -30, uitkeringen +10 (saldo -10): totaal -40. Verwachte fouten: uitkeringen vergeten (-30), teken fout (-20), alleen uitkeringen (-10).
Zet van laagste naar hoogste begrotingssaldo
Saldi: -60, -20, +20 en +40.
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Vraagtype 3: in- en uitverdienen
Inverdieneffect = extra belastingen + lagere uitkeringen.
Effect op het saldo = maatregel + inverdieneffect (de uitgave telt negatief).
Bij bezuinigen: de bezuiniging verbetert het saldo, het uitverdieneffect verslechtert het.
Deze slide heeft geen instructies
Uitgaven +80, bbp +100, belasting 40% van bbp, uitkeringen -10. Effect op het saldo?
-40
-30
-80
+50
Belastingen +40, uitkeringen -10: inverdieneffect 50. Saldo: -80 + 50 = -30. Verwachte fouten: uitkeringen vergeten (-40), niets terugverdienen (-80), alleen het inverdieneffect (+50).
Een bezuiniging van 60 verbetert het saldo met 20. Hoe groot is het uitverdieneffect?
20
60
40
80
60 - 20 = 40. Verwachte fouten: het saldo-effect zelf noemen (20), de bezuiniging (60) of optellen (80).
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Vraagtype 4: beleid beoordelen
Denk aan korte en lange termijn: het saldo, de staatsschuld en de conjunctuur.
Vraag je af of de timing goed is: werkt de maatregel nog als de economie al herstelt?
Een goed antwoord noemt de oorzaak, het gevolg en de termijn.
Deze slide heeft geen instructies
Het kabinet voert stimulerend beleid bij laagconjunctuur. Welk nadeel kan er op lange termijn zijn?
Een hoger tekort en dus een hogere staatsschuld
Meer werkloosheid door het inverdieneffect
Een overschot door het uitverdieneffect
Lagere uitgaven door hogere belastingen
Stimuleren kost geld: het tekort en de staatsschuld lopen op, ook al is er een inverdieneffect. De andere opties beschrijven geen nadeel van stimuleren.
Stimulerend beleid werkt pas als de economie al herstelt. Wat is het gevolg?
Het beleid werkt dan anticyclisch
Het beleid werkt dan procyclisch
Het beleid heeft dan geen inverdieneffect
De stabilisatoren werken dan niet meer
Door slechte timing versterkt de stimulans de opleving: procyclisch. Inverdieneffecten en stabilisatoren werken gewoon door.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Beleid typeren
Het saldo doorrekenen
In- en uitverdienen
Beleid beoordelen
Deze slide heeft geen instructies
CONJUNCTUUR · BEGROTING
Tips voor op het examen
Bepaal altijd eerst de situatie met de output gap, dan pas de maatregel.
Anticyclisch en procyclisch gaan over de conjunctuur, stimulerend en verkrappend over de maatregel.
Een saldo bereken je als belastingen min overheidsuitgaven; stijgende uitkeringen verlagen het saldo.
Deze slide heeft geen instructies