sollicitatie

Islam
1 / 15
volgende
Slide 1: Woordweb
GodsdienstMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Islam

Slide 1 - Woordweb

Waarom heeft het boeddhisme veel minder feesten en verplichte rituelen dan het hindoeïsme?
A
Het is later uit het hindoeïsme ontstaan en heeft daardoor minder gebruiken kunnen ontwikkelen.
B
Het hindoeïsme heeft veel meer leden zodat er ontelbare plaatselijke gebruiken zijn opgenomen.
C
Veel boeddhisten leven in arme landen en hebben daardoor niet de kans gehad om de woorden en handelingen te leren.
D
Volgens de boeddhistische visie moeten mensen zich bevrijden van uiterlijkheden en daar niet aan vast houden.

Slide 2 - Quizvraag

Is vrijheid een voorwaarde om gelukkig te zijn?

Slide 3 - Open vraag

1. Dit is het doel van deze ethiek. (8)



2. Een ander woord voor kwaliteit. (5)



3. Praktische wijsheid. (9)



4. Een kardinale deugd. (4)

5. De kerk heeft deze deugd er later aan toegevoegd. (6)    

6. Uitersten vermijden. (6)

Slide 4 - Sleepvraag


0100

Slide 5 - Poll

Prescriptieve ethiek is beschrijvende ethiek.
Er is geen universeel moraal mogelijk zonder God.
Wijsgerige ethiek neemt de mens als uitgangspunt.
Jeremy Bentham was de grondlegger van het Hedonisme.
Het utilisme wordt ook wel  gevolgenethiek genoemd.

Slide 6 - Sleepvraag

Hedonisme
Utilisme
Plichtethiek
De hedonistische calculus.
De mens heeft volgens deze stroming  3 soorten verlangens.
Gevolgenethiek
Van deze stroming heb je 2 versies.
De grondlegger is Bentham
Autonomie is erg belangrijk in deze stroming.
Geluk voor de meerderheid.
Het onvoorwaardelijk gebod of regel die je je zelf oplegt.
Zelf-perfectionering

Slide 7 - Sleepvraag

De paardensprong
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal. 

Er ontstaat bij een paardensprong altijd een L-vorm.
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters. Deze woorden komen uit de les van vandaag. Sleep daarna de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Tot slot leg je uit wat het woord betekent.
o
s
h
i
d
t
n
e

Slide 8 - Sleepvraag


Het Utilisme noem je ook wel                                     . De grondlegger heet                              .


Het gaat om het geluk van de                                  .                                                                                          
                                          
                                       heeft deze ethiek verder uitgebreid.  

Hij was een groot voorstander van                                                          .

Een                          is  een gedragsregel en een waarde is een                             .


Het                                              zijn de normen en waarden van een   persoon of groep.


Beschrijvende ethiek noem je ook wel                                 ethiek.

De christelijke ethiek vindt zijn basis altijd  in  de eeuwige                          .

Een                              moraal is niet mogelijk zonder God.
gevolgenethiek
meerderheid
Bentham
John Stuart Mill
vrijheid van meningsuiting
norm
ideaal
persoonlijk moraal
descriptieve
God
universeel

Slide 9 - Sleepvraag

Klik op de schaakstukken en lees de stelling. 
Is de stelling juist? Sleep het schaakstuk dan naar het juiste coördinaat. De schaakstukken vormen dan een woord.

Slide 10 - Tekstslide

F
H
B
S
A
A
D
T
N
M
P
K
L
V
W
E
K
I
H
E
T
S
T
S
G
K
Intrinsieke waarden zijn waarden die op zichzelf belangrijk zijn. (D,8)
Persoonlijk moraal zijn de normen en waarden van een groep of persoon. (A,5)
Bij ethiek bedrijven doe je geen uitspraken met zekerheid, argumentatie is belangrijk .(C,4)
Universele geldigheid van normen en waarden bestaat. (A,8)
Christelijke ethiek is hetzelfde als wijsgerige ethiek. (G,1)
Christelijke ethiek heeft God als uitgangspunt. (F,7)
Er zijn veel verschillende ethische stromingen. (H,4)
Geld is een voorbeeld van een intrinsieke waarde. (G,3)
Gewetensbezwaar betekent dat je bezwaar maakt tegen je eigen geweten. (B,2)
Het gemeenschappelijk moraal komt tot uiting in de grondwet. (D,5)
Wijsgerige ethiek heeft God als uitgangspunt. (E,4)
Prescriptieve ethiek is he zelfde als beschrijvende ethiek. (G,6)

Slide 11 - Sleepvraag


Welk woord is de oplossing?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

D
G
E
N
R
R
E
V
N
timer
0:30
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
A
B
Uitleg
In de taartpuzzel staat een woord waarvan één letter ontbreekt. Je moet, binnen de tijd, de juiste letter slepen om het woord compleet te maken. Vervolgens schrijf je dit op in de volgende slide (open vraag).
Het woord kan links- of rechtsom te lezen zijn.

Slide 14 - Sleepvraag


Geef een korte uitleg over het begrip, 
de persoon of de gebeurtenis.

Slide 15 - Open vraag