Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.2 blz. 48
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
Verwachtingen vandaag!
Mijn boek ligt open op paragraaf: 2.2 blz. 48
Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.
Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
Als de docent praat ben ik stil
Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
Leerdoelen Herhalen
Je weet welke verschillende soorten uitgaven er zijn.
Je kunt een budgetplan opstellen.
Je kunt een reservering berekenen.
Je weet welke gevolgen jouw bestedingen hebben voor anderen.
H2 Geld genoeg?
Paragraaf 2.2 Ga je sparen of beleggen?
Voorkennis
Waar denk jij aan bij Beleggen?
Leerdoelen vandaag
Je weet welke redenen er zijn om te sparen.
Je kunt enkelvoudige rente berekenen.
Je kunt samengestelde rente berekenen.
Je weet wat het gevolg van inflatie is voor je spaargeld.
Je weet wat de kenmerken van beleggen zijn.
Spaarmotieven
Redenen om te sparen noem je spaarmotieven.
Sparen voor een doel: geld opzijzetten voor een grote aankoop, zoals een telefoon of vakantie.
Sparen uit voorzorg: een buffer opbouwen voor onverwachte uitgaven.
Sparen voor rente: je ontvangt rente als beloning van de bank voor je spaargeld.
Voordoen + Zelf oefenen
Spaardeposito
Over spaargeld ontvang je rente (ook wel interest genoemd).
Hoeveel rente je krijgt, hangt af van:
het rentepercentage;
het spaarsaldo;
de tijd dat het geld op de rekening staat.
Het rentepercentage wordt meestal per jaar aangegeven.
Op een spaardeposito zet je geld voor langere tijd vast tegen een vaste rente.
Als de rente elk jaar wordt uitbetaald en niet wordt meegespaard, spreek je van enkelvoudige rente.
Voordoen
Zelf oefenen
Samengestelde rente
Op de meeste spaarrekeningen wordt rente bij het spaargeld opgeteld.
Het volgende jaar ontvang je rente over:
je oorspronkelijke spaargeld;
én de eerder ontvangen rente.
Dit heet samengestelde rente of rente op rente.
Om de groei van spaargeld te berekenen, gebruik je de groeifactor.
Groeifactor = 1 + rentepercentage als decimaal
Bijvoorbeeld: 1,2% rente → groeifactor = 1,012.
Hoe langer je spaart, hoe groter het effect van rente op rente.
Voordoen
Zelf oefenen
De koopkracht van je spaargeld
Hoeveel je later kunt kopen van je spaargeld hangt af van de rente en de inflatie.
De rente die je van de bank krijgt, heet de nominale rente.
Door rente groeit je spaargeld.
Door inflatie worden producten en diensten duurder.
Daarom kijk je naar de reële rente om te bepalen of je koopkracht stijgt of daalt.
De reële rente is de nominale rente gecorrigeerd voor inflatie.
Voordoen + Zelf oefenen
Beleggen
In plaats van sparen kun je ook beleggen.
Bij beleggen koop je iets waarvan je verwacht dat de waarde stijgt.
Voorbeelden zijn:
aandelen
obligaties
goud
gebouwen
De opbrengst van een belegging noem je het rendement.
Het rendement kan hoger, maar ook lager zijn dan de rente op een spaarrekening.
Bij obligaties leen je geld uit aan een bedrijf of de overheid en ontvang je een vaste rente.
Cryptomunten zijn risicovolle beleggingen, omdat de waarde sterk kan stijgen en dalen.
Voordoen + Zelf oefenen
Aan het werk!
Maken opdrachten 2.2: -
Maken Rekenopdrachten: 10, 11 en 13
Klaar?
Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.
Klaar? Werk laten zien aan docent.
Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 2.2
Veel goed? -> Maken plusopdrachten 2.2
m
s
Leerdoelen checken
Je weet welke redenen er zijn om te sparen.
Je kunt enkelvoudige rente berekenen.
Je kunt samengestelde rente berekenen.
Je weet wat het gevolg van inflatie is voor je spaargeld.
Je weet wat de kenmerken van beleggen zijn.