Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 2
Stoffen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2
Stoffen

Slide 1 - Tekstslide

2.1 Stoffen in huis

Slide 2 - Tekstslide

Doelen
- Je kunt 4 stofeigenschappen noemen
- Je kunt stoffen herkennen aan hun stofeigenschap
- Je kunt uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn. 

Slide 3 - Tekstslide

Stoffen herkennen
Veel stoffen lijken op elkaar. 
Je kunt stoffen herkennen door de geur waar te nemen.

Slide 4 - Tekstslide

Stoffen en veiligheid
Sommige stoffen die in het huishouden gebruikt worden , kunnen gevaarlijk zijn. 
- Spiritus
- Bleekwater
- Wasbenzine

Vaak: slijmvliezen van je neus en longen beschadigen

Slide 5 - Tekstslide

Wanneer is een stof gevaarlijk?

Slide 6 - Tekstslide

Stoffen ordenen
Eigenschappen van een stof noem je stofeigenschappen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

2.2 Zuivere stoffen en mengsels

Slide 9 - Tekstslide

Doelen
- Je kunt na deze les het verschil aangeven tussen zuivere stoffen en mengsels

- Je kunt beschrijven hoe je stoffen kunt scheiden door middel van extraheren of filtreren. 

Slide 10 - Tekstslide

Mengsels en zuivere stoffen (1)
Ingrediënten
Het belangrijkste ingrediënt staat voorop.
Conserveermiddel zorgt ervoor 
dat het product langer goed blijft. 
Mengsel
Producten met meerdere ingrediënten noem je een mengsel

Slide 11 - Tekstslide

Mengsels en zuivere stoffen (2)
In huis vindt je maar weinig zuivere stoffen.
- Kristalsuiker

Er zitten dus geen andere stoffen bij!

Slide 12 - Tekstslide

Oplossingen
Als suiker opgelost is in water, bijvoorbeeld bij frisdrank dan noem je dat een oplossing.

Oplossingen zijn altijd helder. Je kunt er doorheen kijken. 

Het blijft goed gemengd.

Slide 13 - Tekstslide

Oplossingen herkennen
Als een mengsel troebel is kan het geen oplossing zijn.
Verf is een suspensie.

Verf ontmengt. Als het een tijdje staat zakt de poeder die in verf zit naar beneden. 

Slide 14 - Tekstslide

Mengsels extraheren en filtreren (1)
Als je heet water bij gemalen koffie doet, lossen de geur-, kleur- en smaakstoffen uit de koffie op in het water. 
Je gebruikt dus water om de geur-, kleur- en smaakstoffen uit de koffie te halen.
Dit noem je extraheren.

Slide 15 - Tekstslide

Mengsels extraheren en filtreren (2)
Om het koffiedik uit de koffie te houden gebruik je een filter. 
In zo'n filter zitten hele kleine gaatjes.

Het koffiedik komt niet in de kan terecht. Dat noem je filteren.

Slide 16 - Tekstslide

2.3 Massa en volume

Slide 17 - Tekstslide

Doelen
Je leert het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
Je kunt het volume van een rechthoek berekenen.
Je kunt rekenen met verschillende maten voor massa.

Slide 18 - Tekstslide

Een hoeveelheid stof afmeten
Vaste stoffen kun je wegen met een weegschaal.

Vloeistoffen meet je af met een maatbeker.

Slide 19 - Tekstslide

Massa
Met een weegschaal kun je de massa van een voorwerp meten. 
Je meet dan in gram (g) of kilogram (kg)


Slide 20 - Tekstslide

Het volume van vloeistoffen
Met een maatcilinder kun je de volume van een vloeistof bepalen.

1L = 1000 mL
1dm3 = 1L

Slide 21 - Tekstslide

Het volume van rechthoekige voorwerpen
Volume = lengte x breedte x hoogte

Het volume druk je uit in kubieke cm3

1dm3 = 1000 cm3


Slide 22 - Tekstslide

Volume rechthoekig voorwerp

Slide 23 - Tekstslide

Bepaal het volume van de steen

Slide 24 - Tekstslide

2.4 Dichtheid

Slide 25 - Tekstslide

Doelen
Je kunt na deze les
- uitleggen wat de dichtheid van een stof is,
- de dichtheid van een stof berekenen

Slide 26 - Tekstslide

Lichte en zware stoffen
Je kunt stoffen met elkaar vergelijken


Slide 27 - Tekstslide

Dichtheid van een stof
Dichtheid is een stofeigenschap. Je kunt hieraan een stof herkennen. 

Slide 28 - Tekstslide

De dichtheid bepalen (1)

Slide 29 - Tekstslide

De dichtheid bepalen (2)

Slide 30 - Tekstslide

Drijven, zinken en zweven
Een kurk drijft op water. De dichtheid van de kurk is kleiner dan die van water. 

Een gouden ring zinkt in water. De dichtheid van de ring is groter dan die van water. 

Is de dichtheid gelijk dan blijft het voorwerp zweven.

Slide 31 - Tekstslide