VORMING · CULTUUR
Cultuur en Hofstede
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
VORMING · CULTUUR
Cultuur en Hofstede
Examenstof maatschappijwetenschappen havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B1 (4.4). Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
VORMING · CULTUUR
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen wat cultuur, dominante cultuur en subcultuur zijn, culturen indelen met de zes dimensies van Hofstede en kritiek op dat model geven.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is voor jou typisch Nederlands, en wat typisch voor jouw eigen groep?
Laat leerlingen woorden en voorbeelden inbrengen. Verwachte woorden: taal, eten, feestdagen, kleding, muziek, directheid, fietsen, gewoontes thuis, sportclub, vriendengroep. Groepeer op het bord in wat (bijna) iedereen deelt en wat alleen een groep deelt. Dat zijn de dominante cultuur en de subculturen uit blok 1. Blok 2 gaat over de jongerencultuur, blok 3 over landen vergelijken met Hofstede en blok 4 over kritiek. Let op: als leerlingen stereotypen over landen noemen, gebruik die dan in blok 4 bij de kritiek en laat ze zien dat het model dit risico heeft.
VORMING · CULTUUR
Wat is cultuur?
Cultuur: het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.
Waarden zijn opvattingen over wat belangrijk is, normen zijn regels over hoe je je hoort te gedragen.
Cultuur is herkenbaar aan immateriële aspecten, zoals taal, waarden en normen.
En aan materiële aspecten, zoals kunstobjecten, architectuur en kleding.
Culturen vormen zich omdat groepen mensen op elkaar zijn aangewezen en iets met elkaar willen delen.
Syllabus 4.4: cultuur is het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven. Groepen hebben een min of meer gemeenschappelijke leefwijze, herkenbaar aan immateriële aspecten (taal, waarden en normen) en materiële aspecten (kunstobjecten, architectuur, kleding). Hoe cultuur wordt doorgegeven (socialisatie) kwam al aan bod in de les Socialisatie en identiteit; hier gaat het om wat cultuur is en hoe culturen van elkaar verschillen. Veelgemaakte fout: cultuur gelijkstellen aan kunst of uitgaan. In de syllabus gaat het om een hele leefwijze.
Bezoekers van de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, 2023
VORMING · CULTUUR
Dominante cultuur en subcultuur
Dominante cultuur: de cultuur van de groep met de invloedrijkste politieke of economische positie.
Dat is vaak, maar niet altijd, de grootste groep.
Subculturen: levensstijlen die deels overlappen met de dominante cultuur en er deels van afwijken.
Bekende voorbeelden zijn jeugd- of jongerenculturen.
Syllabus 4.4: de dominante cultuur is de cultuur van de groep in de samenleving met de invloedrijkste politieke of economische positie. Vaak, maar niet altijd, is dat de grootste groep. Subculturen overlappen deels met de dominante cultuur en wijken er deels van af. De foto toont het alledaagse van een gedeelde cultuur: wat mensen op een markt normaal vinden, zoals taal, omgangsvormen en wat je koopt en draagt. Vraag: welke gedeelde gewoonten zie je, en welke groep zou hier afwijken? Veelgemaakte fouten: dominant gelijkstellen aan het grootste aantal mensen, en een subcultuur zien als iets dat los staat van de samenleving. Subculturen overlappen juist deels. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
Vul in: cultuur en subcultuur
De cultuur van de groep met de invloedrijkste positie heet de dominante cultuur. Een subcultuur overlapt daar deels mee en wijkt er ook deels van af.
Syllabus 4.4. Veelgemaakte fout: subcultuur en dominante cultuur omdraaien. De dominante cultuur gaat om de invloedrijkste positie, niet om het aantal mensen.
Provo-aanhangers op het Amstelveld, Amsterdam, juni 1966
VORMING · CULTUUR
Het ontstaan van de jongerencultuur
De jongerencultuur als duidelijk afgebakende subcultuur ontstond na de Tweede Wereldoorlog.
Oorzaken: welvaartsstijging, hoger opleidingspeil, technologie en een langere opleidingsduur.
Ook veranderingen in de gezinnen en meer vrije tijd gaven jongeren tijd, ruimte en geld.
Vaak (deels) in verzet tegen de dominante cultuur.
Syllabus 4.4: de jongerencultuur als duidelijk afgebakende subcultuur ontstond na de Tweede Wereldoorlog door welvaartsstijging, stijging van het opleidingspeil, technologische ontwikkelingen, uitbreiding van de opleidingsduur, veranderingen in de gezinnen en toename van de vrije tijd. Daardoor kwamen er tijd, ruimte en geld voor een eigen identiteitsontwikkeling van jongeren, vaak (deels) in verzet tegen de dominante cultuur. De foto toont aanhangers van Provo in Amsterdam, een jongerenbeweging uit de jaren zestig die zich afzette tegen de gevestigde orde. Veelgemaakte fout: denken dat jongeren er altijd al een eigen cultuur op nahielden. Pas na de oorlog ontstond een duidelijk afgebakende jongerencultuur. Image credit: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Een skater met zijn skateboard bij een wedstrijd in New York
VORMING · CULTUUR
Wat doet een jongerensubcultuur?
Jongeren kunnen er verschillende rollen aannemen en uitproberen.
Je kunt de jeugdfase ermee oprekken.
Een middel voor een persoonlijke identiteit, waarbij nieuwe communicatiemiddelen een rol spelen.
Nu zitten er elementen uit Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse culturen in.
Syllabus 4.4: jongerensubculturen stellen jongeren in staat verschillende rollen aan te nemen en uit te proberen, bieden de mogelijkheid de jeugdfase op te rekken en kunnen een middel zijn voor een persoonlijke identiteit. Nieuwe communicatiemiddelen spelen hier een rol. Door immigratie en de kinderen en kleinkinderen van immigranten zijn in de hedendaagse jongerensubculturen elementen uit de Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse talen en culturen te herkennen. Identiteit is behandeld in Socialisatie en identiteit. Veelgemaakte fout: een subcultuur zien als gelijk aan een stijl van kleding. Het gaat om een levensstijl waarmee je rollen en identiteit uitprobeert. Image credit: Kurt Boone Photographs / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Fans en politie bij de komst van de Beatles, Amsterdam, 1964
VORMING · CULTUUR
Binding, spanning en uitsluiting
Met een jongerencultuur veranderen sociale bindingen. Dat kan effect hebben op de sociale cohesie.
Sterke subculturen kunnen botsen: sterke groepsbinding tegenover banden met anderen buiten de groep.
Het gevolg kan in- en uitsluiting zijn: wie hoort erbij en wie niet?
Syllabus 4.4: met de ontwikkeling van een jongerencultuur en jongerensubculturen veranderen sociale bindingen. Als bindingen veranderen kan dat effect hebben op de sociale cohesie. De opkomst van sterke subculturen kan leiden tot een conflict tussen een sterke groepsbinding en het onderhouden van banden met anderen buiten de groep, met in- en uitsluiting tot gevolg. De foto toont fans bij de komst van de Beatles in 1964: een sterke groepsbeleving van jongeren, waar niet iedereen in meeging. Dit is een voorbeeld van het hoofdconcept binding. Veelgemaakte fout: denken dat subculturen altijd de samenleving verdelen. De syllabus zegt dat sterke subculturen tot zo'n conflict kunnen leiden. Image credit: Hugo van Gelderen / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
Noem een oorzaak van de jongerencultuur.
Goed antwoord: een van welvaartsstijging, hoger opleidingspeil, technologische ontwikkelingen, langere opleidingsduur, veranderingen in de gezinnen of meer vrije tijd. Verwachte fout: alleen 'jongeren willen anders zijn' schrijven. Dat is een gevolg, geen maatschappelijke ontwikkeling.
Een Japanse theeceremonie met vaste omgangsvormen
VORMING · CULTUUR
Het model van Hofstede
Landen en culturen verschillen in waarden, normen en opvattingen.
Hofstede onderscheidt zes dimensies waarop je culturen van elkaar kunt onderscheiden.
Volgens het model delen inwoners van een land een dominante cultuur: gedeelde normen en waarden.
Overeenkomsten binnen nationale culturen zijn dan altijd groter dan de variaties binnen een land.
Syllabus 4.4: Hofstede onderscheidt zes dimensies waarop je culturen van elkaar kunt onderscheiden. Volgens dit model delen inwoners van een land een dominante cultuur, wat zich uit in gedeelde normen en waarden. Hieruit volgt dat de overeenkomsten in normen, waarden en opvattingen binnen landen, opgevat als nationale culturen, altijd groter zijn dan de variaties binnen die landen. De foto toont gedeelde omgangsvormen bij een theeceremonie in Japan: normen die zichtbaar worden in gedrag. Vraag: welke vaste regels zie je? De dimensies volgen op de volgende dia's. Veelgemaakte fout: denken dat Hofstede mensen indeelt. Het model deelt samenlevingen in, niet individuen. Image credit: KuboBella / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
VORMING · CULTUUR
De dimensies 1 tot en met 3
Machtsafstand: bij grote machtsafstand verwachten en accepteren mensen dat macht ongelijk is verdeeld, bij kleine machtsafstand minder.
Individualistisch: mensen stellen het belang van het individu boven dat van de groep en de banden zijn los.
Collectivistisch: het groepsbelang gaat voor en mensen worden vanaf hun geboorte opgenomen in sterke, hechte groepen.
Masculien: genderrollen zijn duidelijk gescheiden. Bij feminien kunnen genderrollen elkaar overlappen.
Syllabus 4.4, de eerste drie dimensies: grote versus kleine machtsafstand (macht ongelijk verdeeld, bijvoorbeeld in politiek, school, gezin of organisaties); individualistisch versus collectivistisch; masculien versus feminien (genderrollen duidelijk gescheiden of overlappend, omdat mensen minder duidelijke grenzen trekken op basis van gender). Laat leerlingen elke dimensie als een schaal zien met twee uitersten. Veelgemaakte fouten: masculien opvatten als 'mannen hebben de macht' en collectivistisch opvatten als 'mensen zijn aardiger'. Het gaat om de verwachte rolverdeling, respectievelijk om het belang van groep of individu.
VORMING · CULTUUR
De dimensies 4 tot en met 6
Onzekerheidsvermijding: bij hoge onzekerheidsvermijding voelen mensen zich sneller bedreigd door onbekende situaties.
Dat uit zich in meer of minder formele en informele regels.
Langetermijngerichtheid: streven naar beloning in de toekomst, door volharding en spaarzaamheid.
Kortetermijngerichtheid: respect voor traditie, gezichtsverlies voorkomen en sociale verplichtingen nakomen.
Hedonisme: vrije behoeftebevrediging staat centraal. Bij soberheid wordt genieten gereguleerd door strikte sociale normen.
Syllabus 4.4, de laatste drie dimensies: hoge versus lage onzekerheidsvermijding (mensen voelen zich sneller bedreigd door onzekere of onbekende situaties; meer of minder formele en informele regels); langetermijngerichtheid versus kortetermijngerichtheid (beloning in de toekomst via volharding en spaarzaamheid, tegenover respect voor traditie, het voorkomen van gezichtsverlies en het voldoen aan sociale verplichtingen); hedonisme versus soberheid (de zesde dimensie, nieuw in de syllabus 2027). Veelgemaakte fout: onzekerheidsvermijding opvatten als angst bij individuen. Het gaat om hoeveel regels een samenleving maakt om onzekerheid te beperken. Noem zes dimensies, niet vijf: hedonisme en soberheid wordt vaak vergeten.
Vul in: de dimensies
Is een samenleving collectivistisch, dan gaat het groepsbelang voor. Is ze individualistisch, dan gaan de belangen van het individu voor en zijn de banden tussen mensen los.
Syllabus 4.4. Veelgemaakte fout: de twee uitersten omdraaien. Collectivistisch: sterke, hechte groepen. Individualistisch: losse banden.
VORMING · CULTUUR
Kritiek op Hofstede
Het model van Hofstede is niet onomstreden.
Kritiek 1: een statisch idee van cultuur. Het model gaat ervan uit dat een nationale cultuur nauwelijks verandert.
Kritiek 2: een homogeen idee van cultuur. Alle inwoners van een land lijken hetzelfde te denken en te doen.
Kritiek 3: het stigmatiserende karakter. Mensen worden vanwege hun land in een hokje gestopt.
Syllabus 4.4: kritiek op de studie van Hofstede richt zich op het statische, homogene idee van cultuur en het stigmatiserende karakter dat deze benadering zou hebben. Statisch: cultuur lijkt vast te liggen en veranderingen blijven buiten beeld. Homogeen: binnen een land zijn er in werkelijkheid verschillen, bijvoorbeeld tussen subculturen, generaties en groepen mensen; het model veronderstelt dat de overeenkomsten altijd groter zijn. Stigmatiserend: een groep krijgt een eigenschap toegedicht die ze niet allemaal hebben. Koppel aan blok 2: subculturen laten juist zien dat er verschillen binnen een samenleving bestaan. Veelgemaakte fout: kritiek formuleren als 'het model klopt niet' zonder te zeggen waarom. Eis dat de leerling het kritiekpunt noemt en uitlegt.
VORMING · CULTUUR
Een cultuur classificeren
Lees de casus en zoek de aanwijzing: wat doen of verwachten mensen, wie heeft de macht, wat is het belang?
Koppel de aanwijzing aan één kant van een dimensie en noem de dimensie bij naam.
Voorbeeld: op een school spreekt niemand de docent tegen en iedereen vindt dat vanzelfsprekend. Dat wijst op grote machtsafstand.
Let op: het model beschrijft samenlevingen in het algemeen. Over één persoon zegt een dimensie niets zeker.
Syllabus 4.4 en A2 (concepten toepassen in een nieuwe context). Leerlingen classificeren in het examen een cultuur of samenleving aan de hand van de dimensies en koppelen gegeven informatie uit een bron aan een concept. De tweede bullet is de kern: noem altijd de dimensie en de kant, bijvoorbeeld grote machtsafstand of lage onzekerheidsvermijding. Het voorbeeld in de derde bullet komt in de vragen niet terug. Veelgemaakte fout: alleen de dimensie noemen zonder de aanwijzing uit de casus. De laatste bullet sluit aan bij de kritiek op het model.
Noem één kritiekpunt op Hofstedes model.
Goed antwoord: het model heeft een statisch idee van cultuur, een homogeen idee van cultuur (alle inwoners van een land lijken gelijk) of een stigmatiserend karakter. Verwachte fout: 'het is verouderd' zonder het begrip statisch of een uitleg.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Dominante cultuur en subcultuur
Het ontstaan van de jongerencultuur
De zes dimensies van Hofstede
De kritiek op Hofstede
Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Welke subcultuur ken jij en waarin wijkt die af?
Goed antwoord: een concrete subcultuur (bijvoorbeeld skaters, gamers, een muziekstijl, een sportsupportersgroep) met een kenmerk waarin ze afwijkt van de dominante cultuur, zoals kleding, taal of normen, en waarin ze overlapt. Verwachte fout: alleen een naam noemen zonder het verschil uit te leggen.
VORMING · CULTUUR
Begrippen (1/2)
cultuur: het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven
dominante cultuur: de cultuur van de groep met de invloedrijkste politieke of economische positie
subcultuur: een levensstijl die deels overlapt met de dominante cultuur en er deels van afwijkt
jongerencultuur: de afgebakende subcultuur van jongeren, ontstaan na de Tweede Wereldoorlog
machtsafstand: in hoeverre mensen accepteren dat macht ongelijk is verdeeld
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · CULTUUR
Begrippen (2/2)
individualistisch / collectivistisch: het belang van het individu of van de groep gaat voor
masculien / feminien: genderrollen zijn duidelijk gescheiden of overlappen elkaar
onzekerheidsvermijding: hoe sterk mensen zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties
langetermijngerichtheid: streven naar beloning in de toekomst, door volharding en spaarzaamheid
hedonisme / soberheid: vrije behoeftebevrediging of genieten gereguleerd door strikte sociale normen
Deze slide heeft geen instructies