Cultuur en Hofstede (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VORMING · CULTUUR

Quiz

Terugblik: Cultuur en Hofstede

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van elf vragen over cultuur, subculturen, de dimensies van Hofstede en de kritiek erop.

Onderdelen in deze les

VORMING · CULTUUR

Quiz

Terugblik: Cultuur en Hofstede

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0

Welk voorbeeld is een materieel aspect van een cultuur?

A

Taal

B

Waarden

C

Normen

D

Kleding

Goed: volgens de syllabus zijn kunstobjecten, architectuur en kleding materiële aspecten. Taal, waarden en normen zijn immateriële aspecten.

Noem een jongerensubcultuur.

Goed antwoord: een concrete jongerensubcultuur, bijvoorbeeld skaters, gamers of fans van een muziekstijl, liefst met een kenmerk dat afwijkt van de dominante cultuur. Verwachte fout: 'jongeren' zonder een bepaalde levensstijl.

Wat bood een jongerensubcultuur jongeren volgens de syllabus?

A

De kans om rollen uit te proberen

B

Een manier om de jeugdfase te bekorten

C

Zekerheid dat de dominante cultuur blijft

D

Een plek zonder invloed van communicatiemiddelen

Goed: jongeren kunnen er rollen aannemen en uitproberen. De jeugdfase wordt juist opgerekt, en nieuwe communicatiemiddelen spelen een rol.

Wat kan een sterke subcultuur volgens de syllabus veroorzaken?

A

Een lagere machtsafstand in het hele land

B

Het verdwijnen van de dominante cultuur

C

Spanning tussen groepsbinding en banden daarbuiten

D

Een hogere sociale cohesie voor iedereen

Goed: sterke groepsbinding kan botsen met banden met anderen buiten de groep, met in- en uitsluiting tot gevolg. Een leerling die hogere cohesie kiest, vergeet dat bindingen veranderen en dat dat de cohesie ook kan schaden.

Vul in: Hofstede

Hofstede onderscheidt zes dimensies. Volgens het model zijn de overeenkomsten binnen een land groter dan de variaties binnen dat land.

dimensies
variaties
subculturen
normen

Syllabus 4.4. Veelgemaakte fout: subculturen invullen bij het tweede gat. Het model gaat juist uit van weinig variatie binnen een land.

In land W doen mannen en vrouwen duidelijk verschillende taken. Welke dimensie?

A

Individualistisch

B

Hoge onzekerheidsvermijding

C

Masculien

D

Hedonisme

Goed: duidelijk gescheiden genderrollen horen bij een masculiene samenleving. Bij feminien overlappen de rollen.

In land V maken onbekende situaties mensen onrustig, dus er zijn veel regels. Welke dimensie?

A

Hoge onzekerheidsvermijding

B

Kleine machtsafstand

C

Feminien

D

Langetermijngerichtheid

Goed: mensen voelen zich sneller bedreigd door onzekere situaties en maken daarom meer formele en informele regels. Een leerling die kleine machtsafstand kiest, ziet regels maar mist het gevoel van bedreiging.

In land U gaat het groepsbelang voor eigen wensen: je blijft bij het familiebedrijf. Welke dimensie?

A

Individualistisch

B

Hedonisme

C

Grote machtsafstand

D

Collectivistisch

Goed: het groepsbelang gaat voor, dat is collectivistisch. Individualistisch is het tegenovergestelde.

Land T kent strikte sociale normen voor uitgaan en feesten. Plezier wordt getemperd. Welke dimensie?

A

Hedonisme

B

Soberheid

C

Feminien

D

Individualistisch

Goed: bij soberheid wordt behoeftebevrediging gereguleerd door strikte sociale normen. Hedonisme is het andere uiterste van de zesde dimensie.

Een docent zegt: 'Landen veranderen niet, hun cultuur ligt vast.' Welke kritiek op Hofstede past?

A

Het beeld van cultuur is statisch

B

Het model benadrukt te veel de variatie

C

Het model gebruikt geen nationale culturen

D

Het model verdeelt de dimensies te ruim

Goed: het idee dat cultuur niet verandert is het statische cultuurbegrip, een kritiekpunt op Hofstede. De andere opties zijn niet de kritiek uit de syllabus.

Wat zijn normen in een cultuur?

Goed antwoord: regels of verwachtingen over hoe je je hoort te gedragen in een groep of samenleving. Verwachte fout: normen verwarren met waarden (wat belangrijk is).

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VORMING · CULTUUR

Goed gedaan!

Je weet nu wat cultuur, dominante cultuur en subcultuur zijn, hoe de jongerencultuur ontstond, welke zes dimensies Hofstede onderscheidt en welke kritiek er is op zijn model.

Deze slide heeft geen instructies