Slim lezen (Nederlands vmbo), les 3: Terugblik quiz

Een leerling leest in een leerboek, 2010

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Quiz

Terugblik: Slim lezen

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Quiz van 11 vragen over leesstrategieën, het leesdoel en het afleiden van woordbetekenissen, met twee korte teksten, een invulvraag en een open vraag.

Onderdelen in deze les

Een leerling leest in een leerboek, 2010

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Quiz

Terugblik: Slim lezen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Aoshi_88 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Wat bepaalt vooral welke leesstrategie je kiest?

A

Wat je met de tekst wilt weten of doen

B

Hoe lang de tekst is

C

Hoe moeilijk de woorden zijn

D

Of er plaatjes bij de tekst staan

Het leesdoel bepaalt de strategie. Verwachte fout: de lengte van de tekst, omdat lange teksten sneller afschrikken; ook een korte tekst kun je intensief of zoekend lezen.

Je wilt weten of een artikel past bij je spreekbeurt. Wat doe je eerst?

A

Het hele artikel intensief lezen en markeren

B

Elk onbekend woord opzoeken in het woordenboek

C

Globaal lezen: titel, kopjes en plaatjes bekijken

D

Alleen de laatste zin van het artikel lezen

Je beslist eerst of de tekst bruikbaar is; dat doe je globaal. Verwachte fout: intensief lezen, omdat je een spreekbeurt serieus wilt voorbereiden; dat is pas nodig als het artikel past.

Hoe laat kun je op zaterdag bellen?

Bellen kan op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.30 uur.

A

Tot 17.00 uur

B

Vanaf 8.30 uur

C

Tot 12.30 uur

D

Tot 9.00 uur

Zoekend lezen: sleutelwoord zaterdag. Verwachte fout: 17.00 uur, omdat dat de laatste tijd in de zin is die bij werkdagen hoort.

Je moet een recept precies volgen. Welke strategie past?

A

Intensief lezen

B

Globaal lezen

C

Zoekend lezen

D

Voorspellen

Bij een recept mag je geen stap missen: intensief lezen. Verwachte fout: zoekend lezen, omdat je ingrediënten en hoeveelheden zoekt; je moet echter alle stappen goed doen.

Vul in

Bij globaal lezen kijk je naar de titel en de kopjes. Bij zoekend lezen zoek je maar één gegeven.

globaal
zoekend
intensief
voorspellen

Globaal lezen is snel kijken waar het over gaat; zoekend lezen is één gegeven zoeken. Verwachte fout: intensief bij het eerste gat.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tekst 4: Nieuwe lampen

(1) De school heeft nieuwe lampen in de gymzaal. De lampen zijn zuinig: ze gebruiken veel minder stroom dan de oude. Zo houdt de school geld over.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte tekst met een woord dat je uit de context kunt afleiden: 'zuinig' wordt uitgelegd door de dubbelepunt-zin erna.

Wat betekent 'zuinig' in tekst 4?

A

Heel fel schijnen

B

Erg duur zijn

C

Snel kapotgaan

D

Weinig stroom gebruiken

De zin na de dubbele punt legt het uit: 'ze gebruiken veel minder stroom'. Verwachte fout: erg duur, omdat nieuwe lampen duur lijken; de tekst zegt juist dat de school geld overhoudt.

Wat is voorspellen bij de titel 'Fietsen of bus: wat is sneller?'

A

De laatste alinea als eerste lezen

B

Bedenken wat er waarschijnlijk in de tekst staat

C

De moeilijke woorden opzoeken

D

Alle woorden in de titel markeren

Voorspellen is vooraf bedenken wat er in de tekst staat, bijvoorbeeld een vergelijking van tijd en kosten. Verwachte fout: de laatste alinea eerst lezen; dat is een andere manier om snel te kijken.

Welke is een compenserende strategie?

A

Een onbekend woord uit de zinnen eromheen afleiden

B

Een sleutelwoord zoeken in de tekst

C

De titel lezen voordat je begint

D

De tekst voor de zekerheid nog eens lezen

Een compenserende strategie gebruik je als je taalkennis tekortschiet, zoals de context gebruiken. Verwachte fout: de tekst nog eens lezen, omdat dat ook helpt; maar dat vult geen gebrek aan woordkennis aan.

Hoe ontdek je wat een woord betekent?

Modelantwoord (1 punt): de context gebruiken (de zinnen eromheen lezen) of het woord opzoeken in een woordenboek; ook goed: vragen wat het betekent, als dat kan. Verwachte fout: 'gewoon doorlezen' zonder uit te leggen hoe je de betekenis vindt.

Wanneer pak je een woordenboek?

A

Bij elk woord dat je leest

B

Voordat je de tekst globaal bekijkt

C

Als de context niet genoeg helpt

D

Alleen als je zoekend leest

Eerst de context, dan pas het woordenboek. Verwachte fout: bij elk woord, bij leerlingen die geen enkel risico willen nemen; dat kost veel tijd en breekt het lezen af.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tekst 5: Donderdag anders

(1) Op donderdag is er een roosterwijziging. De eerste twee lessen vallen uit voor 3A en 3B, want de docenten gaan mee op excursie.

(2) Leerlingen van 3A en 3B beginnen om 10.00 uur. Leerlingen van 3C hebben gewoon les vanaf 8.30 uur.

Eigen tekst voor Examenstof (fictieve school)

Korte tekst waarin je intensief moet lezen: de details bepalen welke klas wanneer begint.

Welke klassen moeten donderdag om 8.30 uur op school zijn?

A

Alleen 3A en 3B

B

Alleen 3C

C

3A, 3B en 3C

D

Geen enkele klas

Alinea 2: 3C heeft gewoon les vanaf 8.30 uur, 3A en 3B beginnen om 10.00 uur. Verwachte fout: 3A, 3B en 3C, bij leerlingen die alinea 1 niet goed lezen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Goed gedaan!

Je kunt nu kiezen hoe je een tekst leest en hoe je een onbekend woord zelf begrijpt.

Deze slide heeft geen instructies