Slim lezen (Nederlands vmbo), les 2: Examentraining

Een leerling leest in een leerboek, 2010

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Examentraining

Slim lezen: zo pak je examenvragen aan

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: de juiste leesstrategie kiezen, een gegeven zoeken, een bewering controleren en een woord afleiden uit de context. Met stappenplan, drie eigen leesteksten en 8 examenvragen.

Onderdelen in deze les

Een leerling leest in een leerboek, 2010

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Examentraining

Slim lezen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Aoshi_88 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag de juiste leesstrategie kiezen, een gegeven zoeken, een bewering controleren en de betekenis van een woord afleiden.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees eerst de vraag: wat moet je vinden of beslissen?

  • 2. Kies je strategie: één gegeven zoeken, het onderwerp bekijken of alles goed lezen?

  • 3. Ga naar de plek: let op alinea's, sleutelwoorden en getallen in de vraag.

  • 4. Lees die plek intensief: let op kleine woorden als 'niet', 'alleen' en 'behalve'.

  • 5. Controleer: staat je antwoord echt in de tekst?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Vraagtype 1: de juiste strategie kiezen

  • Vraag: 'Welke leesstrategie gebruik je het best?'

  • Kijk wat je moet vinden: één gegeven, het onderwerp of alles precies?

  • Eén gegeven is zoekend, het onderwerp is globaal, alles precies is intensief.

  • Kijk goed naar het doel in de situatie, niet naar het onderwerp.

Deze slide heeft geen instructies

Je zoekt in een folder hoe laat de open dag begint. Welke strategie?

A

Zoekend lezen

B

Globaal lezen

C

Intensief lezen

D

Alleen naar de plaatjes kijken

Je zoekt één gegeven, een tijd: zoekend lezen. Verwachte fout: globaal lezen, omdat je een folder eerst bekijkt; voor één tijd is zoeken sneller.

Je krijgt een gebruiksaanwijzing en moet elke stap goed uitvoeren. Welke strategie?

A

Globaal lezen

B

Zoekend lezen

C

Alleen de kopjes lezen

D

Intensief lezen

Je mag geen stap missen: intensief lezen. Verwachte fout: zoekend lezen, omdat je een apparaat wilt starten; je zoekt dan niet één gegeven maar je volgt alle stappen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Vraagtype 2: een gegeven zoeken

  • Vraag: 'Hoe laat ...?', 'Wat kost ...?' of 'Waar kun je ...?'

  • Bedenk een sleutelwoord uit de vraag en zoek dat in de tekst.

  • Lees de zin rond het sleutelwoord goed, want het is soms een ander getal.

  • Kijk ook naar de eenheid: uur, euro of per maand.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tekst 1: Open dag Sportcentrum Zuid

(1) Sportcentrum Zuid houdt een open dag. Je kunt dan gratis alle sporten proberen. De open dag duurt van 10.00 tot 16.00 uur.

(2) Er zijn drie zalen. In zaal 1 kun je badminton en volleybal spelen. In zaal 2 staat een klimwand. In zaal 3 geven trainers een proefles boksen en dans.

(3) Voor de pauze is er een kleine kantine. Een broodje kost € 2,50 en een fles water € 1,50. Betalen kan alleen met pinpas.

(4) Wil je lid worden? Dat kost voor leerlingen € 15 per maand. Aanmelden kan die dag aan de balie in de hal.

Eigen tekst voor Examenstof (fictief sportcentrum)

Tekst om zoekend te lezen: tijden, plaatsen en prijzen. Sleutelwoorden: boksen, betalen, kost.

Waar kun je volgens tekst 1 een proefles boksen doen?

A

In zaal 1

B

In zaal 3

C

In zaal 2

D

In de kantine

Sleutelwoord boksen staat in alinea 2: 'In zaal 3 geven trainers een proefles boksen en dans.' Verwachte fout: zaal 2, omdat dat de zaal met de klimwand is en je de regel niet precies leest.

Hoe kun je in de kantine betalen?

Modelantwoord (1 punt): alleen met pinpas. Sleutelwoord betalen, alinea 3. Verwachte fout: 'contant' of een prijs noemen; de vraag gaat over de manier van betalen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Vraagtype 3: een bewering controleren

  • Vraag: 'Welke bewering klopt volgens alinea 3?'

  • Lees de genoemde alinea intensief en vergelijk elke optie met de tekst.

  • Een optie die bijna klopt, is vaak het tegenovergestelde of een deel van de waarheid.

  • Streep opties af die niet in de alinea staan.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tekst 2: Op tijd naar bed

(1) Veel tieners gaan laat naar bed. Ze appen nog even, kijken een filmpje of gamen tot na middernacht. Pas als de wekker gaat, merken ze hoe moe ze zijn.

(2) Slaap is belangrijk voor je hoofd. Wie genoeg slaapt, kan zich beter concentreren en onthoudt meer van de les. Wie te weinig slaapt, maakt meer fouten.

(3) Het licht van een telefoon kan het moeilijker maken om in slaap te vallen. Leg je telefoon daarom een uur voor bedtijd weg.

(4) Vind je dat te moeilijk? Begin dan met een kleine stap. Zet je telefoon 's avonds op de oplader in de gang. Dan ligt hij niet naast je bed.

Eigen tekst voor Examenstof

Informatieve tekst met adviezen. De alinea's bevatten kleine, precieze zinnen waar de vragen naar verwijzen.

Welke bewering klopt volgens alinea 3?

A

Telefoonlicht kan inslapen moeilijker maken

B

Telefoonlicht helpt je sneller te ontspannen

C

Je legt je telefoon pas weg als je in bed ligt

D

Je telefoon moet de hele avond uit staan

Alinea 3: 'Het licht van een telefoon kan het moeilijker maken om in slaap te vallen.' Verwachte fout: pas in bed wegleggen, terwijl er staat 'een uur voor bedtijd'; de hele avond uit staat er niet.

Wat gebeurt er volgens alinea 2 bij te weinig slaap?

A

Je onthoudt meer van de les

B

Je kunt je beter concentreren

C

Je maakt meer fouten

D

Je hebt minder tijd voor huiswerk

Alinea 2: 'Wie te weinig slaapt, maakt meer fouten.' Verwachte fout: een van de twee tegenovergestelde opties, bij wie te snel leest en 'genoeg' en 'te weinig' door elkaar haalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Vraagtype 4: een woord afleiden uit de context

  • Vraag: 'Wat betekent het woord ... in alinea 2?'

  • Lees de hele zin en de zinnen ervoor en erna.

  • Zoek een uitleg, een voorbeeld of een tegenstelling in de buurt.

  • Vervang het woord door je antwoord: past het in de zin?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tekst 3: Een nieuwe fietsenstalling

(1) Onze school krijgt een nieuwe fietsenstalling. De oude stalling was veel te krap. Elke ochtend stonden er fietsen buiten, waardoor het plein vol stond.

(2) De nieuwe stalling is overdekt en heeft plek voor driehonderd fietsen. Zo blijven de zadels droog als het regent. Wie zijn fiets er neerzet, hoeft niet bang te zijn dat die nat wordt.

(3) De bouw begint na de meivakantie. Tot die tijd blijft de oude stalling gewoon in gebruik. De school vraagt de leerlingen daarom om geduld.

Eigen tekst voor Examenstof (fictieve school)

Twee woorden die je uit de context kunt afleiden: 'krap' (fietsen stonden buiten) en 'overdekt' (zadels droog bij regen).

Wat betekent 'krap' in alinea 1?

A

Te oud

B

Te weinig ruimte

C

Te duur

D

Te vies

De volgende zin zegt: fietsen stonden buiten en het plein stond vol. Dat past bij te weinig ruimte. Verwachte fout: te oud, omdat het over de oude stalling gaat.

Welke zin legt 'overdekt' uit?

Modelantwoord (1 punt): Zo blijven de zadels droog als het regent. Daaruit leid je af dat er een dak boven de fietsen zit. Ook goed als de leerling 'zadels droog' en 'regent' noemt. Verwachte fout: de eerste zin van alinea 2 overschrijven, die het woord noemt maar het niet uitlegt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De juiste strategie kiezen

2

Een gegeven zoeken

3

Een bewering controleren

4

Een woord afleiden uit de context

Bespreek de uitkomst en oefen het gekozen vraagtype nog een keer met een korte tekst.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag, dan pas de tekst: dan weet je waar je op moet letten.

  • Zoek je één gegeven? Pak een sleutelwoord of getal en sla de rest over.

  • Lees kleine woorden als 'niet', 'alleen' en 'behalve' extra goed.

  • Een onbekend woord? Lees de zinnen eromheen voordat je opgeeft.

Deze slide heeft geen instructies