Een leerling leest in een leerboek, 2010
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Slim lezen
Examenstof Nederlands vmbo
Een leerling leest in een leerboek, 2010
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Slim lezen
Examenstof Nederlands vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: NE/K/6, eindterm 1 en 2 (leesstrategieën, compenserende strategieën) en NE/K/3, eindterm 1 en 3. Image credit: Aoshi_88 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een opdracht kiezen of ik globaal, zoekend of intensief lees en een onbekend woord zelf begrijpen.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe lees jij een dienstregeling, een appje en een tekst voor school? Noem de verschillen.
Verwacht: een dienstregeling lees je snel en je zoekt alleen een tijd, een appje lees je even vluchtig, een schooltekst lees je rustig en goed. Zet de woorden op het bord: dat zijn de drie leesstrategieën van vandaag. Veelgemaakte fout: denken dat je elke tekst van links naar rechts helemaal moet lezen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Waarom lees je dit?
Elke keer dat je leest, heb je een leesdoel: wat wil je weten of doen?
Een recept lees je anders dan een grappig bericht van een vriend.
Op het examen kies je de manier van lezen die bij de vraag past.
Er zijn drie leesstrategieën: globaal, zoekend en intensief lezen.
Een slimme lezer wisselt van strategie, ook binnen één tekst.
Syllabus NE/K/6, eindterm 1 (leesstrategieën hanteren: globaal, zoekend, intensief) en NE/K/3, eindterm 1 (strategieën kiezen die bij het doel passen). Dit geldt voor BB, KB en GT. Veelgemaakte fout: altijd op dezelfde manier lezen, ongeacht wat de vraag is.
Een leerling leest in een leerboek, 2010
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Globaal lezen
Je leest globaal om snel te weten waar een tekst over gaat.
Kijk naar de titel, de kopjes, de plaatjes en de eerste zin van elke alinea.
Voorspellen helpt: bedenk vooraf wat er waarschijnlijk in de tekst staat.
Je leest dus niet elk woord. Wil je meer weten? Lees dan verder.
Laat leerlingen bij een titel eerst voorspellen wat er in de tekst staat en daarna controleren. Globaal lezen is ook een goed begin op het examen: dan weet je waar de tekst over gaat voordat je de vragen beantwoordt. Veelgemaakte fout: globaal lezen overslaan en meteen woord voor woord beginnen. Image credit: Aoshi_88 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Tekst 1: Fietsen naar school
(1) Wil jij sneller op school zijn? Dan is de fiets vaak beter dan de bus.
(2) Een bus moet bij elke halte stoppen en staat soms in de file. Op de fiets ga je door tot de schooldeur.
(3) Ook is fietsen gratis en gezond. Je hebt alleen een goed slot nodig.
Eigen tekst voor Examenstof
Laat de klas alleen de titel en de eerste zin van elke alinea lezen: dat is globaal lezen. Daaruit blijkt al dat de tekst de fiets met de bus vergelijkt en de fiets aanraadt.
Je leest alleen de titel en de eerste zinnen. Welke strategie is dat?
Zoekend lezen
Intensief lezen
Globaal lezen
Voorspellen
Titel en eerste zinnen lezen om het onderwerp te weten is globaal lezen. Verwachte fout: voorspellen, omdat je dan al een idee krijgt; voorspellen is het bedenken van wat er komt, globaal lezen is het snel bekijken van de tekst zelf.
Wat weet je na globaal lezen van tekst 1?
De tekst vergelijkt de fiets met de bus
De tekst noemt de prijs van een goed slot
De tekst vertelt hoe laat de bus vertrekt
De tekst legt uit hoe je een band plakt
De titel, 'fiets' en 'bus' staan in de eerste zinnen. Verwachte fout: de prijs van een slot, omdat het woord slot in alinea 3 staat; dat zie je alleen als je alles leest, en er staat geen prijs.
Dienstregeling op een treinstation in Albanië, 2024
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Zoekend lezen
Bij zoekend lezen zoek je één gegeven: een tijd, een prijs, een naam of een plaats.
Bedenk eerst een sleutelwoord, bijvoorbeeld 'kaartje' of 'uur'.
Laat je ogen over de tekst glijden tot je het sleutelwoord of een getal ziet.
Lees dan alleen die plek goed. De rest sla je over.
Op de foto: een dienstregeling. Niemand leest die van boven naar beneden; je zoekt je halte en je tijd. Vraag: welke woorden zoek je als je wilt weten hoe laat de trein vertrekt? Veelgemaakte fout: de hele tekst lezen terwijl één gegeven genoeg is, of het eerste getal nemen dat je ziet. Image credit: Sapfan / Wikimedia Commons, CC0
Een gele markeerstift
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Intensief lezen
Bij intensief lezen lees je alles, rustig en aandachtig, omdat je het precies moet begrijpen.
Dat doe je bij een gebruiksaanwijzing, een recept of een tekst die je moet leren.
Markeer belangrijke woorden en lees moeilijke zinnen nog een keer.
Verwijst een examenvraag naar één alinea? Lees die dan intensief.
Intensief lezen kost de meeste tijd en gebruik je daarom alleen waar het nodig is. Op het examen hoeft dat meestal niet voor de hele tekst, maar wel voor de plek waar de vraag naar verwijst. Veelgemaakte fout: één kleine, belangrijke zin (zoals 'behalve op woensdag') missen omdat je te snel leest. Image credit: Svdmolen / Wikimedia Commons, CC BY 2.5
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Tekst 2: Zwembad De Golf
(1) Zwembad De Golf is open van maandag tot en met vrijdag van 15.00 tot 21.00 uur. In het weekend kun je van 10.00 tot 18.00 uur zwemmen.
(2) Een kaartje kost voor leerlingen € 3,50 en voor volwassenen € 5,00. Kinderen onder de vier jaar zwemmen gratis.
(3) Op woensdag is er tussen 15.00 en 17.00 uur geen vrij zwemmen, want dan hebben de zwemlessen voorrang.
Eigen tekst voor Examenstof (fictief zwembad)
Een tekst waarin je zoekend leest: je zoekt een tijd of een prijs. Alinea 3 laat zien waarom je soms ook de details moet lezen: een uitzondering op woensdag.
Hoe laat sluit het zwembad op zaterdag?
21.00 uur
15.00 uur
10.00 uur
18.00 uur
Zoekwoorden: weekend en sluit. In alinea 1 staat 10.00 tot 18.00 uur voor het weekend. Verwachte fout: 21.00 uur, omdat dat het eerste sluitingstijdstip in de tekst is (maandag tot en met vrijdag).
Vul in
Een prijs zoeken doe je met zoekend lezen. Een tekst voor een toets leren doe je met intensief lezen.
Zoekend lezen voor één gegeven, intensief lezen voor leren. Verwachte fout: globaal bij het tweede gat, omdat je een tekst eerst globaal bekijkt; voor leren is dat niet genoeg.
Het duimregister van een woordenboek
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Een woord niet begrepen?
Soms ken je een woord niet. Dan gebruik je een compenserende strategie.
Eerst: lees de zinnen eromheen. De context geeft vaak een hint.
Daarna: zoek het woord op in een woordenboek, of vraag wat het betekent als dat kan.
Op een toets kun je vaak niemand iets vragen. Dan is de context je beste hulp.
Syllabus NE/K/6, eindterm 2 en NE/K/3, eindterm 3: compenserende strategieën zijn informatie afleiden uit de context, vragen naar betekenis en het woordenboek gebruiken. Een compenserende strategie gebruik je als je eigen taalkennis tekortschiet. Veelgemaakte fout: het woord opgeven en de hele zin overslaan, of meteen een woordenboek pakken zonder eerst de context te bekijken. Image credit: Till Niermann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Hints in de context
Soms staat er een uitleg bij: 'de stalling, dat is een plek voor fietsen'.
Soms staat er een tegenstelling in: 'niet druk, maar rustig'.
Soms helpt een voorbeeld of de rest van de zin.
Bedenk een woord dat past, vervang het en lees de zin opnieuw. Klopt het?
Laat leerlingen bij een zin met een gat zelf een woord invullen. Daarna pas het echte woord laten zien: zo oefenen ze het bedenken van een gokwoord. Veelgemaakte fout: een gokwoord kiezen dat bij het onderwerp past, maar niet bij de zin.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Tekst 3: De lunchbar
(1) De nieuwe lunchbar op school is een groot succes. Op de eerste dag kochten bijna alle leerlingen een broodje.
(2) Er is wel één probleem: de rij is lang. Veel leerlingen haken na een paar minuten af. Ze lopen weg en kopen niets, want ze willen hun pauze niet in de rij doorbrengen.
Eigen tekst voor Examenstof
Het woord 'haken af' kun je afleiden uit de zinnen erna: 'Ze lopen weg en kopen niets'. De context legt het woord uit.
Wat betekent 'haken af' in alinea 2?
Ze gaan sneller in de rij staan
Ze stoppen met wachten en gaan weg
Ze bestellen meer broodjes
Ze klagen bij de lunchbar
De zin erna zegt: 'Ze lopen weg en kopen niets'. Verwachte fout: klagen, omdat de rij lang is en dat past bij het onderwerp; het past alleen niet bij 'lopen weg en kopen niets'.
Zet op volgorde: je kent een woord niet
Eerst de context, dan een gokwoord, dan controleren, en pas als het nog niet lukt het woordenboek. Verwachte fout: het woordenboek te vroeg inzetten.
Welke manier van lezen gebruik jij het minst?
Globaal lezen
Zoekend lezen
Intensief lezen
Een woord afleiden uit de context
Bespreek de uitkomst. Neem in de training het gekozen onderdeel extra mee.
Welke strategie ga jij vaker gebruiken?
Verwacht een strategie met een reden of vak erbij, bijvoorbeeld 'zoekend lezen bij de dienstregeling' of 'bij wiskunde de opgave intensief lezen'. Laat een paar voorbeelden voorlezen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Begrippen (1/2)
leesdoel: wat je wilt weten of doen met een tekst
globaal lezen: snel kijken waar een tekst over gaat
zoekend lezen: één bepaald gegeven in een tekst zoeken
intensief lezen: alles rustig en aandachtig lezen om het precies te begrijpen
voorspellen: vooraf bedenken wat er in de tekst staat
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SLIM LEZEN
Begrippen (2/2)
context: de woorden en zinnen om een woord heen
compenserende strategie: een hulpmiddel als je taalkennis tekortschiet
woordenboek: boek of website waar je de betekenis van een woord opzoekt
Deze slide heeft geen instructies