MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Examentraining
Producenten en winst: zo pak je examenvragen aan
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Examentraining
Producenten en winst: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Alex P. Kok / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Wat ga je kunnen?
Ik kan in examenvragen winst, break-even, maximale winst en maximale omzet bepalen uit een tabel of grafiek, en toetreding en producentensurplus beoordelen.
Deze slide heeft geen instructies
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie is de producent (prijsnemer of monopolist) en wat is zijn doelstelling?
2. Zoek: past een tabel of de TO- en TK-lijn (integraal), of MO, MK, GO en GTK (marginaal)?
3. Bepaal: maximale winst bij MO = MK, maximale omzet bij MO = 0, break-even bij GO = GTK of TO = TK.
4. Lees af en schrijf: noem afzet en prijs, en geef een korte verklaring met het juiste begrip.
Deze slide heeft geen instructies
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Tabel met afzet, totale opbrengst en totale kosten van een pizzeria
Vraagtype 1: winst uit een tabel
Winst = TO - TK. Reken per afzet het verschil uit.
Maximale winst: de afzet met het grootste verschil. Break-even: TO = TK.
TO = P x q. Hier is P = 15, dus bij q = 10 is TO = 150.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Pizzeria (tabel). Bij welke afzet is de winst maximaal?
50 pizza's
30 pizza's
40 pizza's
20 pizza's
Winst: q = 0: -200; 10: -110; 20: -20; 30: 50; 40: 80; 50: 70. Maximaal bij 40 pizza's. Verwachte fout: 50 kiezen omdat TO daar het hoogst is.
Resultaat bij 20 pizza's, uit de tabel?
TO 300 min TK 320 is een verlies van 20 euro. Verwachte fout: alleen "20" noemen zonder verlies of winst, of TK en TO omdraaien.
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Taartenbakker als prijsnemer: P = MO = 12, maximale winst in W
Vraagtype 2: marginale benadering, prijsnemer
Zoek het snijpunt van MO en MK: dat is de afzet bij maximale winst.
Voor een prijsnemer is MO gelijk aan P: een horizontale lijn.
Het winstvlak ligt tussen GO en GTK, links van die afzet.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Taartenbakker (grafiek). Bij welke afzet is zijn winst maximaal?
10 taarten per dag
16 taarten per dag
4 taarten per dag
20 taarten per dag
Model: P = 12, MK = q + 2, TK = q kwadraat gedeeld door 2 + 2q + 32. MO = MK bij q = 10 (12 = 12). Bij q = 10 is GTK 10,20 en de winst (12 - 10,20) x 10 = 18 euro. Verwachte fout: 16 kiezen, het tweede break-evenpunt.
Waarom is q = 16 niet de beste afzet?
Bij q = 16 is MK (18) groter dan MO (12): een extra taart kost meer dan hij oplevert. GO = GTK, dus de winst is daar nul. Verwachte fout: alleen zeggen dat de winst daar lager is, zonder MK en MO.
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Ijscoman als monopolist: A is maximale winst, B maximale omzet
Vraagtype 3: monopolist, winst of omzet
De monopolist leest de prijs af op de GO-lijn bij de gekozen afzet.
Maximale winst: MO = MK (punt A). Maximale omzet: MO = 0 (punt B).
Vergelijk altijd wat de keuze doet met prijs, afzet en winst.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
De ijscoman streeft naar maximale omzet. Welke afzet kiest hij?
400 ijsjes
600 ijsjes
200 ijsjes
800 ijsjes
Maximale omzet bij MO = 0, dat is q = 8 (x 100). Model: GO = 16 - q, MO = 16 - 2q, MK = 2q. 400 is de maximale winst (MO = MK = 8). Verwachte fout: 400 kiezen.
De ijscoman kiest maximale omzet in plaats van maximale winst. Gevolg?
Afzet en prijs stijgen, resultaat wordt beter
Afzet stijgt, prijs daalt, resultaat wordt slechter
Afzet stijgt, prijs gelijk, winst stijgt
Afzet daalt, prijs stijgt, resultaat wordt slechter
Van A (q = 4, P = 12) naar B (q = 8, P = 8). Bij B is TO = 64 en TK = 8 x 8 + 24 = 88, dus een verlies van 24; bij A is er 8 winst (TO 48, TK 40). Verwachte fout: denken dat meer omzet altijd meer winst geeft.
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Aanbodlijn Qa0 wordt Qa1: oppervlak B van het surplus verdwijnt
Vraagtype 4: toetreding en surplus
Toetreding: vergelijk de verwachte afzet met de break-evenafzet = CK : (P - GVK).
Producentensurplus: het vlak boven de aanbodlijn en onder de marktprijs.
In de grafiek is A het surplus bij Qa1 (rood). B is wat er verdwijnt ten opzichte van Qa0.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Constante kosten 30.000, P = 12, GVK = 6, verwachte afzet 3.000. Toetreden?
Nee, de break-evenafzet is 5.000 stuks
Ja, de break-evenafzet is 2.500 stuks
Ja, de break-evenafzet is 5.000 stuks
Nee, de break-evenafzet is 2.500 stuks
Break-evenafzet = 30.000 : (12 - 6) = 5.000. Verwachte afzet 3.000 is lager: verlies van 30.000 - 3.000 x 6 = 12.000, dus niet toetreden. Verwachte fout: 30.000 delen door P (2.500).
Qa0 wordt Qa1 (duurdere grondstof), marktprijs gelijk. Producentensurplus?
Het wordt groter: oppervlak B komt erbij
Het blijft gelijk: de marktprijs is gelijk
Het wordt kleiner: oppervlak B valt weg
Het wordt kleiner: oppervlak A valt weg
De minimale aanbodprijs stijgt, dus het vlak tussen aanbodlijn en marktprijs wordt kleiner. Wat overblijft is A, wat verdwijnt is B. Verwachte fout: denken dat het surplus gelijk blijft omdat de marktprijs niet verandert.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Winst uit een tabel
Marginale benadering, prijsnemer
Monopolist, winst of omzet
Toetreding en surplus
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
MARKT · PRODUCENTENGEDRAG
Tips voor op het examen
Maximale winst: zoek MO = MK (of het grootste verschil tussen TO en TK), niet het snijpunt van TO en TK.
Maximale omzet is MO = 0; de winst is dan meestal lager dan bij maximale winst.
Een prijsnemer heeft P = GO = MO; een monopolist leest de prijs af op de GO-lijn.
Bij toetreding: break-evenafzet = CK : (P - GVK) en vergelijk met de verwachte afzet.
Deze slide heeft geen instructies