Break-even en winstverdeling (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Gevel van ijsfabriek De Noordpool, Breda (2019) (foto: G.Lanting, CC BY 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Examentraining

Break-even en winstverdeling: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: break-even berekenen, grafieken aflezen, het resultaat verdelen en winst, cashflow en waardering, met acht vragen in examenstijl, waarvan zes rekenvragen of casussen.

Onderdelen in deze les

Gevel van ijsfabriek De Noordpool, Breda (2019) (foto: G.Lanting, CC BY 4.0)

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Examentraining

Break-even en winstverdeling: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over break-even, resultaatverdeling, cashflow en waardering van activa vlot en foutloos oplossen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: noteer alle gegevens en onderstreep wat gevraagd wordt (afzet of omzet, voor of na belasting).

  • 2. Kies: pak de formule die erbij hoort en let op eenheden: perunage is 0,40, niet 40.

  • 3. Reken: werk in stappen en schrijf tussenuitkomsten op.

  • 4. Controleer: doe een schattingscontrole: ligt de uitkomst in de juiste orde van grootte?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Vraagtype 1: break-even berekenen

  • Je krijgt prijs, kosten en soms een percentage van de omzet. Bepaal eerst de dekkingsbijdrage.

  • Break-even omzet = constante kosten / perunage. Break-even afzet = break-even omzet / verkoopprijs.

  • Gewenst resultaat: tel het resultaat bij de constante kosten op en deel door de dekkingsbijdrage.

Syllabus 30.4.1.

Zeepatelier Lotte: variabele kosten zijn 40% van de omzet, constante kosten € 7.800 per maand, verkoopprijs € 6,50. Break-even afzet?

A

2.000 stuks

B

3.000 stuks

C

1.200 stuks

D

13.000 stuks

Syllabus 30.4.1. Dekkingsbijdrage in procenten van de omzet: 60%, perunage 0,60. Break-even omzet 7.800 / 0,60 = 13.000. Break-even afzet 13.000 / 6,50 = 2.000 (controle 2.000 x 3,90 = 7.800). Afleiders: delen door 0,40 (19.500 omzet, 3.000 stuks), delen door de prijs zonder dekkingsbijdrage (1.200), de omzet als afzet (13.000).

Notenbar Kees: prijs € 5, variabele kosten € 2 per zak, constante kosten € 9.000 per maand. Gewenst resultaat € 6.000. Benodigde afzet?

A

3.000 zakken

B

2.000 zakken

C

7.500 zakken

D

5.000 zakken

Syllabus 30.4.1 en 30.4.3 (toepassen). Dekkingsbijdrage 3; (9.000 + 6.000) / 3 = 5.000; controle 5.000 x 3 = 15.000, min 9.000 = 6.000 resultaat. Afleiders: de break-even afzet (3.000), alleen het gewenste resultaat delen (2.000), delen door de variabele kosten (7.500).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Vraagtype 2: grafiek aflezen

  • Het totale resultaat is de verticale afstand tussen de opbrengstenlijn en de kostenlijn.

  • De resultaatlijn begint op min de constante kosten en snijdt de as bij de break-even afzet.

  • De helling van de resultaatlijn is de dekkingsbijdrage per product.

Syllabus 30.4.2 en 30.4.3.

Pizzeria Giulia: wat is volgens de grafiek het resultaat bij een afzet van 1.000 pizza's?

A

€ 12.000

B

€ 2.000

C

€ 10.000

D

€ 6.000

Syllabus 30.4.3. Bij 1.000 liggen de opbrengsten op 12.000 en de kosten op 10.000: verschil 2.000 (controle: dekkingsbijdrage 8 x 1.000 = 8.000 min 6.000 = 2.000). Afleiders: de opbrengsten (12.000), de kosten (10.000), de constante kosten (6.000). Image credit: Eigen figuur

Studio Pim: wat zijn volgens de resultaatlijn de constante kosten en de dekkingsbijdrage per product?

A

€ 9.000 en € 6

B

€ 9.000 en € 1.500

C

€ 1.500 en € 6

D

€ 6 en € 9.000

Syllabus 30.4.2. De lijn begint op min 9.000 (constante kosten) en snijdt de as bij 1.500 (break-even afzet). Bij 3.000 is het resultaat 9.000: stijging 18.000 over 3.000 producten = 6 per product (controle 9.000 / 1.500 = 6). Afleiders: de break-even afzet als dekkingsbijdrage, de waarden verwisseld. Image credit: Eigen figuur

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Vraagtype 3: resultaat verdelen

  • Volgorde: resultaat voor belasting, min vennootschapsbelasting, min dividend (preferent en gewoon), rest is reservering.

  • Dividendbelasting houdt de bv in op het dividend. De reservering verandert daardoor niet.

  • Stock dividend: nieuwe aandelen in plaats van geld, het geld blijft in de bv.

Syllabus 30.5.

Duinzicht B.V.: resultaat voor belasting € 260.000, vennootschapsbelasting 25%. Preferent dividend 6% over € 400.000, gewoon € 1,20 x 90.000 aandelen. Reservering?

A

€ 87.000

B

€ 128.000

C

€ 63.000

D

€ 43.200

Syllabus 30.5. Vennootschapsbelasting 65.000; na belasting 195.000. Dividend 24.000 + 108.000 = 132.000. Reservering 195.000 min 132.000 = 63.000. Afleiders: het preferente dividend vergeten (87.000), de belasting vergeten (128.000), de dividendbelasting (15% van 132.000 = 19.800) ook aftrekken (43.200).

Een nv keert € 400.000 dividend uit in stock in plaats van cash. Wat is het gevolg voor liquide middelen en aantal aandelen?

A

Liquide middelen dalen € 400.000, aantal aandelen gelijk

B

Liquide middelen gelijk, aantal aandelen stijgt

C

Liquide middelen dalen € 400.000, aantal aandelen stijgt

D

Liquide middelen stijgen, aantal aandelen stijgt

Syllabus 30.5 (dividend: stock en cash). Bij stock dividend gaat er geen geld de nv uit: de aandeelhouders krijgen nieuwe aandelen. Verwachte fout: dividend altijd als geldstroom zien.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Vraagtype 4: winst, cashflow, waardering

  • Cashflow = resultaat + afschrijvingen. Een andere afschrijving verandert het resultaat, niet de cashflow.

  • Afschrijving op actuele waarde: deel de actuele waarde door de levensduur en vergelijk.

  • Bij herwaardering zonder inhaalafschrijving deel je de nieuwe boekwaarde door de resterende jaren.

Syllabus 30.6.1 en 30.6.2.

Bakkerij Brood B.V. kocht een oven voor € 300.000 (10 jaar, restwaarde nul); een nieuwe oven kost nu € 360.000. Effect op resultaat per jaar bij afschrijven op actuele waarde?

A

€ 60.000 lager

B

€ 6.000 hoger

C

€ 36.000 lager

D

€ 6.000 lager

Syllabus 30.6.2. Historisch: 300.000 / 10 = 30.000; actueel: 360.000 / 10 = 36.000; 6.000 meer afschrijving, dus 6.000 minder resultaat. Afleiders: het hele prijsverschil (60.000), hoger in plaats van lager, de hele afschrijving (36.000).

Een oven (boekwaarde € 200.000, 5 jaar resterend) wordt herwaardeerd naar € 260.000, zonder inhaalafschrijving. Afschrijving per jaar daarna?

A

€ 40.000

B

€ 60.000

C

€ 12.000

D

€ 52.000

Syllabus 30.6.2. Nieuwe boekwaarde 260.000 / 5 = 52.000 per jaar (voor herwaardering 200.000 / 5 = 40.000). De 60.000 waardestijging gaat naar de herwaarderingsreserve. Afleiders: de oude afschrijving (40.000), de waardestijging (60.000), de waardestijging gedeeld door 5 (12.000).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Break-even berekenen

2

Grafiek aflezen

3

Resultaat verdelen

4

Winst, cashflow en waardering

Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype je nog een keer doet.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Tips voor op het examen

  • Schrijf bij elke vraag eerst de dekkingsbijdrage op: verkoopprijs min variabele kosten.

  • Perunage: 40% is 0,40. Delen door 40 geeft een uitkomst die honderd keer te klein is.

  • De dividendbelasting verandert de reservering niet: ze wordt ingehouden op het dividend.

  • Een langere afschrijvingsperiode geeft een hoger resultaat, maar niet meer cashflow.

Deze slide heeft geen instructies