Ledjes met een weerstand in serie gesoldeerd, 2015 (foto: Xofc, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Examentraining
Elektrische schakelingen: zo pak je examenvragen aan
Ledjes met een weerstand in serie gesoldeerd, 2015 (foto: Xofc, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Examentraining
Elektrische schakelingen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Xofc / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan rekenen met lading, spanning, weerstand, serie, parallel, diagrammen, vermogen en rendement.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven en gevraagd? Reken om naar A, V, Ω, m, s en W.
2. Kies: I = Q/t, U = ΔE/Q, U = I·R, R = ρ·ℓ/A, P = U·I, E = P·t of η.
3. Schakeling: vervang parallelgroepen door Rv, reken dan Rtot, I en de spanningen uit.
4. Controleer: eenheid, significante cijfers en of de uitkomst logisch is.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Vraagtype 1: lading en spanning
I = Q/t en Q = N·e: reken mA en minuten om naar A en s.
U = ΔE/Q herleid: ΔE = U·Q = U·I·t.
Syllabus D1.1: definities van stroomsterkte en spanning, elementaire lading.
Een accu van 12 V levert 2,0 min lang 0,50 A. Hoeveel energie zet de accu om?
12 J
7,2·10² J
6,0 J
4,3·10⁴ J
t = 2,0 × 60 = 120 s; Q = I·t = 0,50 × 120 = 60 C; ΔE = U·Q = 12 × 60 = 7,2·10² J (twee significante cijfers). Afleiders: minuten niet omgerekend (12 × 0,50 × 2,0 = 12 J), U·I zonder t (6,0 J) en t in s en nog eens maal 60 (4,3·10⁴ J). Controle: 720/12 = 60 C en 60/120 = 0,50 A. Syllabus D1.1.
Bij 1,6 mA passeren in 1,0 s hoeveel elektronen door de draad?
1,0·10¹³
1,6·10⁻³
1,0·10¹⁶
2,6·10⁻²²
I = 1,6 mA = 1,6·10⁻³ A; Q = I·t = 1,6·10⁻³ × 1,0 = 1,6·10⁻³ C; N = Q/e = 1,6·10⁻³ / 1,602·10⁻¹⁹ = 1,0·10¹⁶ (twee significante cijfers). Afleiders: mA niet omgerekend (1,0·10¹³), N met Q verward (1,6·10⁻³) en Q·e in plaats van Q/e (2,6·10⁻²²). Controle: 1,0·10¹⁶ × 1,602·10⁻¹⁹ = 1,6·10⁻³ C. Syllabus D1.1.
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Vraagtype 2: weerstand en evenredigheid
R = ρ·ℓ/A met A = ¼·π·d² voor een ronde draad; reken mm om naar m.
Redeneer met verhoudingen: ℓ twee keer zo groot geeft R twee keer zo groot, A twee keer zo groot geeft R twee keer zo klein.
Syllabus D1.1: definitie van soortelijke weerstand gebruiken; redeneren met evenredigheden (A12).
Draad: ρ = 4,9·10⁻⁷ Ω·m, ℓ = 2,0 m, diameter 0,40 mm. Bereken R.
7,8 Ω
1,9 Ω
6,1 Ω
7,8·10⁻⁶ Ω
d = 0,40 mm = 0,40·10⁻³ m; A = ¼·π·d² = ¼ × π × (0,40·10⁻³)² = 1,26·10⁻⁷ m²; R = ρ·ℓ/A = 4,9·10⁻⁷ × 2,0 / 1,26·10⁻⁷ = 7,8 Ω (twee significante cijfers). Afleiders: A = π·d² zonder ¼ (1,9 Ω), A = d² zonder ¼·π (6,1 Ω) en mm² niet omgerekend (7,8·10⁻⁶ Ω). Controle: 7,8 × 1,26·10⁻⁷ / 2,0 = 4,9·10⁻⁷. Syllabus D1.1.
Een draad wordt 2 keer zo kort en de diameter 3 keer zo klein. Wat wordt R?
R wordt 1,5 keer zo groot
R wordt 4,5 keer zo groot
R wordt 9 keer zo groot
R wordt 4,5 keer zo klein
ℓ wordt ℓ/2, de diameter d/3 en dus A = ¼·π·d² wordt A/9. R = ρ·ℓ/A wordt ρ·(ℓ/2)/(A/9) = 4,5 × R. Afleiders: de diameter als A gerekend (1,5 keer), alleen A meegenomen (9 keer) en de richting omgedraaid (4,5 keer kleiner). Syllabus D1.1.
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Vraagtype 3: diagrammen aflezen
Lees in een (I,U)- of (R,T)-diagram waarden af en reken daarmee verder: R = U/I.
Bij de NTC-vraag staat de NTC in serie met 3,0 kΩ op een bron van 9,0 V.
Syllabus D1.2: componenten lamp en NTC in een schakeling, spanningsdeling, schakelschema interpreteren; vaardigheid grafieken aflezen (A12).
Bepaal de weerstand van de lamp bij 8,0 V.
Lees af: bij U = 8,0 V is I = 0,25 A. R = U/I = 8,0/0,25 = 32 Ω (twee significante cijfers). Controle: 32 × 0,25 = 8,0 V. Bij U = 12 V is I = 0,30 A en R = 40 Ω: de weerstand van de lamp neemt toe. Verwachte fout: de helling van de lijn als R nemen. Syllabus D1.2. Image credit: Eigen figuur
Bepaal U over de NTC bij 40 °C.
Lees af: bij 40 °C is R_NTC = 2,0 kΩ. Rtot = 2,0 + 3,0 = 5,0 kΩ; I = 9,0/5,0 = 1,8 mA; U_NTC = 1,8 mA × 2,0 kΩ = 3,6 V (of 9,0 × 2,0/5,0). Controle: U over de vaste weerstand is 1,8 × 3,0 = 5,4 V en 3,6 + 5,4 = 9,0 V. Verwachte fout: de spanning over de vaste weerstand (5,4 V) of een gelijke verdeling (4,5 V). Syllabus D1.2. Image credit: Eigen figuur
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Vraagtype 4: vermogen en rendement
P = U·I = I²·R = U²/R; E = P·t; η = Enuttig/Ein = Pnuttig/Pin.
In kWh werk je met P in kW en t in h; 1 kWh = 3,6·10⁶ J.
Syllabus D1.3: vermogen en rendement van energieomzettingen in een stroomkring; contexten verwarmingselement en elektromotor.
Een verwarmingselement van 2,0 kW werkt op 230 V. Bereken zijn weerstand.
8,7 Ω
4,6·10⁵ Ω
0,038 Ω
26 Ω
R = U²/P = 230²/2000 = 52900/2000 = 26 Ω (twee significante cijfers). Of: I = P/U = 2000/230 = 8,70 A en R = U/I = 230/8,70 = 26 Ω. Afleiders: de stroom als weerstand (8,7 Ω), U·P (4,6·10⁵ Ω) en P/U² (0,038 Ω). Controle: 230²/26,45 = 2000 W. Syllabus D1.3.
Motor 230 V, 3,0 A: last van 40 kg in 25 s 12 m omhoog (g = 9,81 m/s²). Bereken η.
27%
73%
3,7·10²%
0,27%
Ein = U·I·t = 230 × 3,0 × 25 = 1,7·10⁴ J (17250 J). Enuttig = Ez = m·g·h = 40 × 9,81 × 12 = 4,7·10³ J (4709 J). η = Enuttig/Ein = 4709/17250 = 0,27 = 27% (twee significante cijfers). Afleiders: het deel dat verloren gaat (73%), Ein/Enuttig (3,7·10² %) en niet omgerekend naar procenten (0,27%). Controle: 0,27 × 17250 = 4700 J. Syllabus D1.3.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Lading en spanning
Weerstand en evenredigheid
Diagrammen aflezen
Vermogen en rendement
Bespreek het gekozen vraagtype en laat een leerling de aanpak voordoen.
EXAMENSTOF · D1 · ELEKTRISCHE SYSTEMEN
Tips voor op het examen
Reken eerst alle gegevens om: mm² naar m², mA naar A, minuten naar seconden en kWh naar J.
Controleer bij parallel of Rtot kleiner is dan de kleinste losse weerstand.
Lees in een diagram een punt af en reken met U/I; de helling van de lijn is niet R.
Geef het antwoord met evenveel significante cijfers als het gegeven met de minste en vergeet de eenheid niet.
Deze slide heeft geen instructies