Les 9: Presentaties - Eet smakelijk

Les 1: Jagers-verzamelaars
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2BasisschoolGroep 1,2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 1: Jagers-verzamelaars

Slide 1 - Tekstslide

Jullie presentatie gaat over:
Recepten
Reclame (voor garum, VK3)
Optioneel: Handelsroute Romeinen, Marktstalletje Romeinen, Munt ontwerp (ME+O’reiz.)
Venndiagram
Voedselroute ME + O’reiz.
Optioneel: R5: tekst beschrijving arm OF rijk kind, Handelsroute VOC en WIC
Reclameposter schoolmaaltijden
Voedselbonnen
Reclameposter (1950 ongezonds als gezond aanprijzen)
Kleinkind eet ooit

Perspectieven
Kinderen en voedsel
Wat hebben we hiervan geleerd?







































Slide 2 - Tekstslide

1. Waarom kiezen steeds meer mensen voor vegetarisch eten?
A
Omdat vlees schaars is
B
Omdat het gezonder en beter voor het milieu is
C
Omdat het verboden is vlees te eten
D
Omdat groenten goedkoper zijn

Slide 3 - Quizvraag

2. Wat is een belangrijk probleem bij voedsel in de moderne tijd?
A
Mensen koken niet meer zelf
B
Supermarkten hebben te weinig producten
C
Voedselverspilling
D
Er is geen exotisch fruit meer

Slide 4 - Quizvraag

3. Wat betekent globalisering van voedsel?
A
Alle landen eten hetzelfde gerecht
B
Voedsel uit de hele wereld komt in de supermarkt terecht
C
Voedsel wordt alleen in eigen land geproduceerd
D
Mensen kopen minder voedsel

Slide 5 - Quizvraag

4. Wat is een groot probleem van intensieve veehouderij?
A
Dieren leven vaak in kleine ruimtes
B
Dieren eten te veel groenten
C
Er zijn te weinig dieren op aarde
D
Dieren maken geen melk meer

Slide 6 - Quizvraag

5. Waarom zoeken mensen naar alternatieven voor vlees?
A
Omdat vlees niet lekker meer is
B
Omdat vlees duurder is dan groente
C
Omdat dierenwelzijn en milieu belangrijk zijn
D
Omdat mensen geen dieren meer kennen

Slide 7 - Quizvraag

6. Welke oplossing wordt vaak genoemd om vlees te vervangen?
A
Meer snoep eten
B
Helemaal niets meer eten
C
Alleen fruit eten
D
Kweekvlees of insecten gebruiken

Slide 8 - Quizvraag

7. Wat is een voorbeeld van globalisering in cultuur?
A
Alleen aardappels eten
B
Pizza uit Italië eten in Nederland
C
Nooit buitenlands eten proberen
D
Altijd hetzelfde eten

Slide 9 - Quizvraag

8. Waarom is eten belangrijk in cultuur?
A
Het bepaalt feestdagen en gewoontes
B
Omdat mensen anders geen eten hebben
C
Alleen om gezond te blijven
D
Omdat er anders geen restaurants zijn

Slide 10 - Quizvraag

9. Welke invloed heeft sociale media op eten?
A
Mensen leren nieuwe recepten kennen
B
Er zijn geen kookboeken meer
C
Mensen stoppen met koken
D
Niemand fotografeert eten

Slide 11 - Quizvraag

10. Waarom groeien bananen niet in Nederland?
A
Omdat mensen ze niet lekker vinden
B
Omdat bananen verboden zijn
C
Omdat er geen water is
D
Omdat het klimaat hier te koud is

Slide 12 - Quizvraag

11. Wat is een probleem door klimaatverandering?
A
Meer mensen eten rijst
B
Droogte maakt landbouw moeilijker
C
Transport wordt makkelijker
D
Er zijn te veel supermarkten

Slide 13 - Quizvraag

12. Wat bedoelen we met verticale landbouw?
A
Bomen heel hoog laten groeien
B
Gewassen in de grond begraven
C
Groente kweken op daken of in hoge gebouwen
D
Groente laten zweven

Slide 14 - Quizvraag

13. Wat is een probleem voor boeren in arme landen?
A
Ze krijgen vaak weinig geld voor hun producten
B
Ze eten geen groente
C
Ze hebben te veel geld
D
Ze willen geen handel drijven

Slide 15 - Quizvraag

14. Wat betekent Fairtrade?
A
Dat producten duurder zijn
B
Dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor hun werk
C
Dat er geen transportkosten zijn
D
Dat producten alleen lokaal worden verkocht

Slide 16 - Quizvraag

15. Wat levert veel geld op in de wereldeconomie?
A
Het verkopen van groente in dorpen
B
Cadeaus en speelgoed
C
Het eten van insecten
D
Producten zoals koffie, cacao en soja

Slide 17 - Quizvraag

16. Wat betekent halal?
A
Dat voedsel verboden is
B
Dat voedsel volgens islamitische regels bereid is
C
Dat voedsel uit het buitenland komt
D
Dat eten alleen biologisch is

Slide 18 - Quizvraag

17. Wat betekent koosjer?
A
Dat voedsel uit Israël komt
B
Dat voedsel geen groente bevat
C
Dat voedsel altijd vlees bevat
D
Dat voedsel volgens joodse regels is bereid

Slide 19 - Quizvraag

18. Welke religie verbindt de koe met iets heiligs?
A
Islam
B
Christendom
C
Boeddhisme
D
Hindoeïsme

Slide 20 - Quizvraag

19. Welke voedingsstof geeft het meeste energie?
A
Vitamines
B
Koolhydraten
C
Mineralen
D
Water

Slide 21 - Quizvraag

20. Wat is kweekvlees?
A
Vlees dat op een boerderij wordt gemaakt
B
Vlees dat in een laboratorium wordt gegroeid uit dierlijke cellen
C
Vlees dat van groenten wordt gemaakt
D
Vlees van wilde dieren

Slide 22 - Quizvraag

21. Wat onderzoeken biologen bij voedsel?
A
Hoe mensen met elkaar praten
B
Hoe voedingsstoffen in het lichaam werken
C
Hoe auto’s rijden
D
Hoe landen handel drijven

Slide 23 - Quizvraag

22. Waarom groeien cacao en bananen niet in Nederland?
A
Omdat het hier te koud is
B
Omdat mensen dat niet willen
C
Omdat er geen regen is
D
Omdat ze verboden zijn

Slide 24 - Quizvraag

23. Wat gebeurt er door klimaatverandering?
A
Landbouw wordt overal makkelijker
B
Er ontstaan meer supermarkten
C
Sommige gebieden worden droger of juist natter
D
Mensen eten minder groente

Slide 25 - Quizvraag

24. Wat betekent irrigatie?
A
Het vervoeren van voedsel per vliegtuig
B
Het bewaren van voedsel in koelkasten
C
Het telen van groente in kassen
D
Het kunstmatig bevloeien van landbouwgrond

Slide 26 - Quizvraag

25. Wat is een probleem bij kinderen en eten?
A
Kinderen eten nooit groente
B
Kinderen eten te veel suiker en vet
C
Kinderen kopen nooit snoep
D
Kinderen hebben geen invloed

Slide 27 - Quizvraag

26. Waarom krijgen scholen vaak een moestuin of kookles?
A
Omdat kinderen daar plezier in hebben
B
Omdat er anders geen groente groeit
C
Omdat kinderen zo leren over gezond en duurzaam voedsel
D
Omdat scholen te veel land hebben

Slide 28 - Quizvraag

27. Waarom kunnen kinderen sneller nieuwe voedselgewoonten aannemen dan volwassenen?
A
Omdat kinderen koppig zijn
B
Omdat kinderen nooit vlees eten
C
Omdat kinderen reclame maken
D
Omdat kinderen openstaan voor nieuwe ideeën

Slide 29 - Quizvraag