Gehandicaptenzorg




Mens en Activiteit
Gehandicaptenzorg
Donderdag 9 maart 2023



1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les




Mens en Activiteit
Gehandicaptenzorg
Donderdag 9 maart 2023



Slide 1 - Tekstslide

Tekst
Waar denk jij aan bij het woord handicap?

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Video

Handicap
- Handicap = er is verlies van mogelijkheden om op een normale manier deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer.

- Een handicap is een participatieprobleem.
participatieprobleem betekent:de problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het maatschappelijk leven.


Slide 4 - Tekstslide

les doelen
1 Soorten handicaps
2 Dagbesteding
3 Activiteiten begeleiding

Slide 5 - Tekstslide

programma
uitleg
( soort handicaps/ dagbesteding/activiteiten begeleiden)
filmpje
quiz
evaluatie


Slide 6 - Tekstslide

3 Soorten handicaps
-Lichamelijk beperking

-Verstandelijke beperking

-Sociale beperking

Slide 7 - Tekstslide

Lichamelijke beperking

-Motorisch

iemand heeft bijvoorbeeld een verlamming

-Zintuigelijke

iemand slechthorend/ slechtziend

-Iets aan de organen hebben

iemand heeft bijvoorbeeld geen gezonde nieren of heeft diabetes

Slide 8 - Tekstslide

Lichamelijke beperking 
  • beperkingen ten gevolge van hersenletsel
  • aangeboren beperkingen
  • beperkingen door ziekte of aandoeningen
  • beperkingen door ongevallen



Slide 9 - Tekstslide

Verstandelijk beperking

Slide 10 - Tekstslide

 verstandelijke beperking
  • Licht : iemand kan ongeveer het verstandelijk niveau van een twaalfjarige bereiken
  • Matig: iemand kan ongeveer het verstandelijk niveau van een twaalfjarige bereiken
  • Ernstig: iemand kan het verstandelijk niveau van een driejarige bereiken

Slide 11 - Tekstslide

Sociale beperking
Autisme:
iemand kan erg moeilijk contact maken met anderen

Slide 12 - Tekstslide

Beroepen in de gehandicaptenzorg

Helpende niveau 2

Hier leer je hoe prettige woon en leefomgeving voor de cliënten kunt creëren

je ondersteund de cliënt bij de dagelijkse activiteiten


Medewerker maatschappelijke zorg niveau 3

Hier doe je kennis op over verschillende ziektebeelden en handicaps

je ondersteund bij de persoonlijke verzorging


Persoonlijk begeleider niveau 4

Hier leer je mensen met een of meerdere beperkingen te begeleiden bij zelfstandig wonen.

je ondersteund bij huishoudelijke taken en ook bij persoonlijke verzorging

Slide 13 - Tekstslide

Wat is dagbesteding?

Slide 14 - Woordweb

Dagbesteding 
Het besteden, opmaken van de dag. 
Doelgerichte, zo veel mogelijk zinvolle, gestructureerde invulling van activiteiten om de tijd die je tot je beschikking hebt te besteden.bv sport en bijbaantje
dagelijkse bezigheden geven betekenis aan het leven
door iets te doen of te beleven, leer je over jezelf, de ander en de wereld om je heen.

Slide 15 - Tekstslide

Belangrijk bij dagbesteding
  • Gedrag
  • Zingeving
  • Werken
  • Scholing
  • Vrije tijd 

Slide 16 - Tekstslide

doelen dagbesteding
-het bieden van structuur en ritme
-het bevorderen van een gevoel erbij te horen
-het bevorderen van het opdoen van sociale ervaring
-het motiveren tot het leveren van kwaliteit op het gebied van arbeid

Slide 17 - Tekstslide

Het juiste antwoord.....
In de zorg komt het vaak voor dat je activiteiten onderneemt met je doelgroep. Deze activiteiten kun je met één cliënt uitvoeren of met een groep.
Wat is een activiteit?

Slide 18 - Woordweb

Noem voorbeelden
van activiteiten

Slide 19 - Woordweb

Welke activiteiten vond je zelf vroeger leuk om te doen?

Slide 20 - Woordweb

Soorten activiteiten
- Sociale activiteiten:
doel om sociale contacten te bevorderen
- Recreatieve activiteiten:
doel om zich te ontspannen
- Sportieve activiteiten:
langer gezond blijven en fit voelen
- Educatieve activiteiten :
waar je iets van kunt leren

Slide 21 - Tekstslide

Doelen kunnen zijn...
  • persoonlijke ontwikkeling stimuleren;
  • zelfstandigheid bevorderen;
  • ontspanning bieden;
  • vorming/educatie;
  • sociaal contact bevorderen; 
  • beweging bevorderen; 
  • geheugen trainen; 
  • gedrag veranderen.

Slide 22 - Tekstslide

Groeps activiteit
A
Een activiteit die je alleen doet
B
Een activiteit die je met twee of meerdere personen doet
C
Een activiteit die je alleen met jongeren doet

Slide 23 - Quizvraag

Bij een individuele activiteit
A
kun je als begeleider al je aandacht aan één persoon geven
B
moet je je aandacht verdelen over de hele groep

Slide 24 - Quizvraag

Wat is het doel van een educatieve activiteit?
A
Mensen voelen zich minder eenzaam
B
Mensen gaan meer bewegen
C
Mensen leren iets
D
Mensen gaan meer ontspannen

Slide 25 - Quizvraag

Recreatieve activiteiten

A
Activiteiten die je moet doen
B
Activiteiten alleen voor kinderen
C
Activiteiten die je alleen op school doet.
D
Activiteiten die je voor je plezier doet

Slide 26 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van een recreatieve activiteit
A
zwemmen, iets waar je ontspant
B
geheugen trainen
C
iets waar je van leert
D
heeft met sport te maken

Slide 27 - Quizvraag

Wat voor activiteit is puzzelen?
A
Sportieve
B
Educatieve
C
Sociale
D
Recreatieve

Slide 28 - Quizvraag

Wanneer iemand geen benen heeft, noemt met dat een vorm van
A
Lichamelijke beperking
B
Verstandelijke beperking
C
Sociale beperking
D
Geen beperking

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een motorische beperking?
A
Doof of slechthorend
B
Verstandelijke handicap
C
Beperking in het bewegen
D
Blind of slechtziend

Slide 30 - Quizvraag

Over wat voor soort beperking gaat het? "Iemand kan moeilijk contact maken met anderen"
A
Zintuigelijk
B
Autisme
C
Verstandelijke beperking
D
functionele bewerking

Slide 31 - Quizvraag

Vragen???

Slide 32 - Tekstslide

en inzet!!!!! :)

Slide 33 - Tekstslide