Nova H7.1 opfrissen voorkennis les 1

  • DEZE LES





Deze les nodig:
- schrift
- pen
- Binas
NOVA HAVO5      Les 0
opfrissen voorkennis H7
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

  • DEZE LES





Deze les nodig:
- schrift
- pen
- Binas
NOVA HAVO5      Les 0
opfrissen voorkennis H7

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reactievergelijkingen (2-tallen)
Vergelijk je uitwerkingen met de leerling naast je.
Noteer de nummers van de opgaven waar jullie 
samen niet uitgekomen zijn. Je moet kunnen uitleggen
wat het probleem is/wat er niet lukte.
Deze vragen bespreken we straks klassikaal.
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reactievergelijkingen (klassikaal)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

test je voorkennis H7 (BTC)
De docent verdeelt de groepjes over de BTC-borden.
We herhalen de voorkennis die nodig is voor het volgende hoofdstuk.
Houd een schrift bij de hand voor aantekeningen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



- schillenmodel / atoombouw
- edelgasconfiguratie 
- het verschil tussen atomen en ionen
- ionladingen (leren!)
1. atoombouw
test je kennis over:

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Teken een atoom Na-23 volgens het schillenmodel

Teken een natrium-ion volgens het schillenmodel
BTC
timer
5:00

Slide 6 - Tekstslide

Nabespreken:
- Wat is het verschil tussen een atoom en een ion?
- Wat zijn de namen van de schillen?
- Hoeveel elektronen passen er in elke schil?

Waar hoort wat?
18
8
2
M
L
K
Schil:
Schil:
Schil:
Aantal e<sup>-</sup>
Aantal e<sup>-</sup>
Aantal e<sup>-</sup>

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het Mg-atoom graag twee elektronen afstaat en het S-atoom graag twee elektronen opneemt. 
Gebruik vaktaal.
timer
2:00

Slide 8 - Tekstslide

Nabespreken:
- edelgasconfiguratie moet genoemd worden
- leg uit waarom het Mg-ion positief geladen is
- Leg uit waarom het S-ion negatief geladen is
Welke lading krijgt een atoom als hij 2 elektronen afstaat?
A
2+
B
2-

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke lading krijgt een atoom als hij 2 elektronen opneemt?
A
2+
B
2-

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

edelgasconfiguratie
Kijk naar het Periodiek Systeem in Binas:
  • welke elementen in het periodiek systeem hebben edelgasconfiguratie?
  • hoeveel elektronen hebben zij in hun buitenste schil?
  • welk element is hierop de uitzondering?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pak je schrift en noteer wat je hebt geleerd:
-




- bij edelgasconfiguratie heeft atoom 8 elektronen in de buitenste schil (behalve H: 2 elektronen)
- een negatief ion is een atoom met meer elektronen dan protonen
- een positief ion is een atoom met minder elektronen dan protonen
>> atoomnummer = #protonen
     massagetal = # protonen + aantal neutronen
timer
4:00

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. zouten
Wat weet je nog van

- namen en lading van ionen
- zoutformules opstellen en herkennen
- lading van ionen berekenen
- oplosvergelijking geven

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

zoutformules (BTC)
De docent leest de naam van een zout voor.
Noteer eerst de naam van het zout op je bord en daarna de juiste formule.
Klaar? Kijk na op een ander bord
Vraag om een nieuwe naam (laat de gemaakte opgaven staan!)
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

zoutformules:
aluminiumbromide
zilverjodide
ijzer(II)fosfaat
magnesiumnitraat
zinkhydroxide
natriumcarbonaat



timer
0:30
nitrietion
acetaation
ammoniumion
hydroxide‑ion
 fosfaation
carbonaation
&nbsp;CO<sub>3</sub>⁠<sup>2-</sup>
PO<sub>4</sub><sup>3-</sup>
OH<sup>-</sup>
NH4⁠<sup>+</sup>
CH<sub>3</sub>COO<sup>-</sup>
NO<sub>2</sub><sup>-</sup>⁠

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opstellen zoutformule:
  1. noteer naam van het zout
  2. zet de ionen met lading in symbolen
  3. zet de verhouding eronder, de totale lading moet nul zijn
  4. schrijf de verhoudingsformule op. Aantallen noteer je rechtsonder, laat het cijfer 1 weg
  5. schrijf de zoutformule op zonder lading


Voorbeeld:
  1. magnesiumchloride
  2.       Mg2+       Cl-                                          
  3.          1       :        2     (1x2+) + (2x1-) = 0                                                          
  4.    Mg2+  Cl- 2                                              
  5. Mg Cl 2

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef de verhoudingsformule van:
1. aluminiumoxide
2. koper(I)sulfide
timer
2:00

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef de verhoudingsformule van:
1. aluminiumoxide
2. koper(I)sulfide
timer
2:00

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

sleep de juiste zoutnaam achter de verhoudingsformule. 
Na​2​​SO​3​​
Cu​3​​(PO​4​​)​2​​
Fe​2​​(CO​3​​)​3​​
timer
2:00
natriumsulfaat
natriumsulfiet
koper(II)fosfaat
koper(IV)fosfaat
ijzer(II)carbonaat
ijzer(III)carbonaat

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef de juiste naam van de volgende zouten:


Hg​2​​O
Fe​2​​S​3​​
timer
2:00

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef de juiste naam van de volgende zouten:


Hg​2​​O
Fe​2​​S​3​​
timer
1:00

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Pak je schrift en noteer wat je hebt geleerd:

- een zout bestaat uit positieve en negatieve ionen
- de totale lading van een zout = 0
- een groepje atomen met een lading heet een samengesteld ion. Als dit ion méér dan 1x voorkomt in het zout, noteer je het tussen haakjes
- een Romeins cijfer in de naam van het zout = de lading van het metaalion
timer
2:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4.1
Leer uit je hoofd

(= ook toets-stof SE1)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zouten oplossen (BTC)
Luister naar de naam van het zout.
Geef eerst de formule van het zout en daarna de oplosvergelijking.
Klaar? 
Vraag om een nieuwe opgave
timer
2:00

Slide 25 - Tekstslide

opdrachten: oplosvergelijking van
- kaliumsulfaat
- ijzer(III)chloride
Oplossen  van zouten
In de afbeelding hiernaast zie je wat er op microniveau gebeurt als een zout goed oplosbaar is in water: de ionen laten elkaar los en worden omringd door moleculen water. Dit proces heet hydratatie.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pak je schrift en noteer wat je hebt geleerd:

- Zout oplossen in water = 
dan valt het uiteen in losse ionen
- losse ionen worden gehydrateerd 
(= omringd door watermoleculen)
- in formuletaal noteer je:

NaCl(s) -> Na+(aq) + Cl-(aq)
vast zout                gehydrateerde ionen
                                         los van elkaar

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het opstellen van een oplosvergelijking:
  • In een oplosvergelijking zet je neer hoe een zout oplost in water.
  • Je begint altijd met vaste stof, zout is vast bij kamertemperatuur.
  • Je eindigt met alle ionen opgelost in water (aq).
  • LET OP: er staat GÉÉN H2O in de vergelijking

NOTEER & LEER

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef de oplosvergelijking voor
Na​2​​SO​4​​
timer
1:30

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

eigen werk
- planning maken voor SE-1

- leren (havo4): namen en lading ionen en opstellen zoutformules H4.1
                opstellen oplosvergelijkingen H4.2
- maken (havo5): voorkennistoets H7 en kijk na

  

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies