keuzevak Horeca voor zorg en welzijn

keuzevak Horeca voor zorg en welzijn
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 140 min

Onderdelen in deze les

keuzevak Horeca voor zorg en welzijn

Slide 1 - Tekstslide

H
 O             HOTEL
r
e               RESTAURANT
c
a               CAFE

Slide 2 - Tekstslide

Het assortiment in de horeca

Assortiment 



alle producten die een bedrijf verkoopt.

Breed assortiment
Verkoopt producten uit verschillende productgroepen
Bijvoorbeeld een hotel: verkoopt logies, gerechten en dranken




Slide 3 - Tekstslide

Het assortiment in de horeca
Smal assortiment
Verkoopt producten uit één of twee productgroepen
Bijvoorbeeld een bed & breakfast: verkoopt alleen logies en ontbijtu



Slide 4 - Tekstslide

waar staat de RE in het woord horeca voor
A
recht
B
restaurant
C
recreatie
D
relax

Slide 5 - Quizvraag

welk horeca gelegenheid verkoopt een smal Assortiment
A
hotel
B
restaurant
C
cafe
D
bad & breackfast

Slide 6 - Quizvraag

Hygiëne in de keuken

Hygiëne: 

Slide 7 - Tekstslide

persoonlijke hygiëne
  • handen wassen
  • geen sieraden
  • geen nepnagels
  • geen nagellak
  • nagels kort 

Slide 8 - Tekstslide

levensmiddelen hygiëne
werkwijze die moet voorkomen dat eten besmet raakt.


Slide 9 - Tekstslide

Hygiënecode: boek waarin alle gevaren beschreven staan die kunnen ontstaan wanneer je met eten werkt.

HACCP: punten waar het gemakkelijk fout kan gaan goed controleren en bijsturen

Slide 10 - Tekstslide

Voedselinfectie:



ziek worden van door bacteriën besmet eten.

Slide 11 - Tekstslide

Voedselvergiftiging:

ziek worden van het gif van bacteriën in besmet voedsel.

Slide 12 - Tekstslide

Kruisbesmetting:

het besmetten van bereidde producten met bacteriën van rauwe producten

Slide 13 - Tekstslide

Na besmetting:


het opnieuw besmetten van gare producten.
(gare kip op dezelfde snijplank snijden als waar je de rauwe kip op gesneden hebt

Slide 14 - Tekstslide

Bedrijfshygiëne


hygiënisch houden van de bedrijfsruimten (schoonmaken)
Schoonmaken
Met de hand = handmatig
Met de machine = machinaal
Desinfecteren
Doden van bacteriën



Slide 15 - Tekstslide

Mise-en-place  
 voorbereiding

Schoonmaaktechnieken
Opdeeltechnieken
Koud voorbewerken

Slide 16 - Tekstslide

Gereedschappen in de keuken

Slide 17 - Tekstslide

Verschillende kleuren voor verschillende producten voorkomt kruisbesmetting

Wit = Brood en kaas
Rood = Rauw vlees en wild
Blauw = Vis
Groen =   Aardappels, groenten, fruit
Bruin = Gaar vlees en wild
Geel =  Gevogelte

Slide 18 - Tekstslide

Schoonmaaktechnieken
Schoonmaken van aardappelen, groenten, fruit, kruiden en vis.


Schillen
Schoonmaken
Wassen
Pellen
Plukken
 monderen
   

Slide 19 - Tekstslide

Opdeeltechnieken
Nodig om producten kleiner te snijden.
Zo kun je ze makkelijker bereiden.
 Brunoise
 Julienne
    Chinoise 
Carré



Slide 20 - Tekstslide

wat kunnen we hier mee in de keuken
A
Bakken
B
Poffen
C
Pureren,Koken
D
Frituren

Slide 21 - Quizvraag

wat zijn dit voor
gewassen/groente?
A
wortel en knolgewas
B
aardappels
C
stengelgroeten
D
geen idee

Slide 22 - Quizvraag

wat is geen peulvrucht
A
linzen
B
sperziebonen
C
sojabonen
D
spliterwten

Slide 23 - Quizvraag

wat is geen koolsoort
A
boerenkool
B
spitskool
C
rodekool
D
uien

Slide 24 - Quizvraag

wat valt er onder de uien-familie

Slide 25 - Open vraag

wat is pitfruit

Slide 26 - Open vraag

noem exotisch fruit

Slide 27 - Open vraag

Voorbeelden zuivel:


Chocolademelk
Koffiemelk
Karnemelk
Slagroom
Boter
Yoghurt
Roomijs
Vla
Kaas

Slide 28 - Tekstslide

Recept-receptuur
Recept: een instructie hoe je een gerecht moet bereiden.
Doel: hulpmiddel voor constante kwaliteit.
Een recept bestaat altijd uit een beschrijving van:
ingrediënten met de juiste hoeveelheden;
het aantal personen voor wie het gerecht is bedoeld;
de bereidingswijze: hoe je het moet klaarmaken.


Slide 29 - Tekstslide

Wegen en meten



Het gewicht geeft de hoeveelheid van een product aan, vaak in grammen of in kilo’s.
Vloeistoffen meet je af met een litermaat of een maatbeker.


Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide