Les - Voedselveiligheid - HACCP

Les: Voedselveiligheid - HACCP
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Les: Voedselveiligheid - HACCP

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Jij:
  • Kan de betekenis van HACCP benoemen.
  • Kan het nut van een zorgsysteem toelichten.
  • Kan de 4 gevaren categorieën benoemen.
  • Kan per categorie voorbeelden uit eigen praktijk benoemen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke soorten gevaren zijn er mogelijk bij een slechte persoonlijke en bedrijfshygiëne?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Benoem de 4 kwetsbare doelgroepen

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke besmettingsbronnen zijn er?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is kwaliteit?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Kwaliteit
  • Organoleptisch
  • Samenstelling van het product
  • Inhoud van de verpakking
  • Houdbaarheid van het product
  • De verpakking 
  • De prijs

Slide 8 - Tekstslide

De mate waaraan een product voldoet aan de wensen van de klant en is vastgelegd in een product specificatie.
Kwaliteit is heel persoonlijk.

Als je als consument een product koopt verwacht je dat het product goed smaakt, dat het er goed uitziet en dat er ook in zit wat op de verpakking staat. Dat is kwaliteit: een product met de kenmerken waar de consument om vraagt. Kwaliteit begint namelijk niet bij wat de fabrikant belangrijk vindt, maar bij wat de klant belangrijk vindt. En wat de consument precies verwacht van een voedingsmiddel hangt af van het soort voedingsmiddel en van de consument zelf.

De mate waaraan een product voldoet aan de wensen van de klant en is vastgelegd in een product specificatie.
Kwaliteit is heel persoonlijk.

 Ondanks de verschillen tussen consumenten is het mogelijk een aantal algemene productkenmerken te noemen die de doorsnee-consument bij elk voedingsmiddel belangrijk vindt:


• Organoleptische kenmerken die de klant met zijn zintuigen kan waarnemen. Denk aan smaak, geur, kleur, consistentie en homogeniteit.
• Kenmerken die te maken hebben met de samenstelling van het product, zoals het gehalte aan koolhydraten, eiwitten en vetten, het gehalte aan vitamines en het gehalte aan stoffen die voor dieetpatiënten belangrijk zijn (bijvoorbeeld suiker en natrium).
• De inhoud van de verpakking: het gewicht, het volume of het aantal.
• Het uiterlijk van de verpakking: vorm en afmeting, stevigheid, productinformatie
(Wat voor product is het precies? Welke ingrediënten zitten erin?), hoeveelheidsaanduiding (bijvoorbeeld 250 gram), informatie over de fabrikant (naam, telefoonnummer) en gebruiksaanwijzing.
• De houdbaarheid van het product.

Het bedrijf is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het product en voor de distributie (transport en opslag). Een goede kwaliteit betekent vooral ook een constante kwaliteit. Smaak, geur en kleur moeten steeds hetzelfde zijn. Een verandering wordt door de klant vaak als een achteruitgang in kwaliteit ervaren. Een goede, constante kwaliteit van een product kun je alleen bereiken als elke afdeling binnen het bedrijf een optimaal product aflevert
Klanten
  • De consument
  • De warenwet
  • Vervoerders en afnemers
  • Medewerkers in de fabriek "interne klant"" 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zorgsystemen
  • Productkwaliteit
  • Voedselveiligheid
  • ARBO
  • Bescherming van het milieu 

Slide 10 - Tekstslide

Een bedrijf moet producten leveren van goede kwaliteit die voldoen aan de eisen van de voedselveiligheid. Ook moet een bedrijf ervoor zorgen dat er veilig en prettig gewerkt kan worden. Tot slot moet het productieproces het milieu zoveel mogelijk sparen. Deze doelen probeer je te bereiken met zorgsystemen. De kern van de zorgsystemen is bij elk bedrijf hetzelfde: bedrijfsprocessen worden zo georganiseerd dat voedselveiligheid, productkwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu bijna automatisch gewaarborgd zijn. Je probeert dus het productieproces volledig te beheersen (procesbeheersing).
Waar staat de afkorting HACCP voor?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Hazard
Analysis
Critical
Control
Points

Gevaren
Analyseren op 
Kritieke
Beheers
Punten
HACCP

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geschiedenis

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het belangrijk om een zorgsysteem te hebben?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kiezen voor een kwaliteitszorgsysteem
  1. Helderheid en duidelijkheid voor iedereen.
  2. De basisstructuur van alle werkzaamheden in het bedrijf
    zijn overzichtelijk vastgelegd.  
  3. Knelpunten komen aan het licht en worden waar mogelijk
    opgelost. 
  4. Besparingen, verbetert de werksfeer, omdat er minder
    misgaat.  
  5. Bij certificering kan onafhankelijk worden aangetoond dat
    het bedrijf voldoet aan de gestelde normen. 
  6. Eis van de klant. 
  7. Verplicht vanuit de overheid.  

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat waren de 4 soorten gevaren ook al weer?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten gevaren
  • Chemische gevaren
  • Fysische gevaren
  • Microbiologische gevaren
  • Allergenen

Ongedierte valt, afhankelijk van het bedrijf,
Onder verschillende categorieën (MB of Fysisch)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fysische gevaren
Voorbeelden van fysische gevaren:
  • Metaal (slijtage apparatuur)
  • Glas
  • Hout
  • Gereedschap
  • Plastic
  • Etc. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zou je fysische gevaren kunnen beheersen?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Beheersmaatregelen Fysische gevaren
  • Zeven
  • Metaaldetectoren
  • Magneten
  • Glasinspectie
  • Hygiëne, orde en netheid regels
  • Etc.  

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Chemische gevaren
  • Resten reinigingsmiddelen
  • Smeermiddelen
  •  Mycotoxines (schimmelgifstoffen)
  • Resten bestrijdingsmiddelen
  • Antibiotica
  • Overige contaminanten zoals zware metalen, PAK`s etc.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Microbiologische gevaren
  • Bacteriën 
  • Gisten
  • Schimmels
  • Virussen 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Allergenen
Eiwitten die allergische reacties opwekken

  • Voedselallergenen
  • Inhalatieallergenen
  • Contactallergenen


Slide 24 - Tekstslide

Voedselallergenen:  zij komen het lichaam binnen via eten.
Men kan allergisch zijn voor veel verschillende eiwitten in het voedsel. Hiervan zijn 14 vastgestelde allergenen die het meest voorkomen en dus altijd dikgedrukt of in een ander lettertype  vermeld moeten worden op het etiket. 

Inhalatieallergenen: Zij komen het lichaam binnen via inademing. Voorbeelden zijn: stuifmeelpollen of uitwerpselen van huisstofmijt.

Contactallergenen: zij komen het lichaam binnen via contact met de huid. Voorbeelden zijn: bestanddelen van cosmetica.

Recalls

Slide 25 - Tekstslide

Hier zie je een overzicht van alle recalls in 2018 hieruit blijkt dat het grootste gedeelte van de recalls (terugroepacties komt door besmetting met allergenen of verkeerde etikettering) het is dus zeer belangrijk dat het allergenenmanagement goed in elkaar zit en de werkwijze en regels goed worden nageleefd.
Verschijnselen allergie:
  • Jeuk of vlekjes op de (hele) huid, allergisch eczeem;
  • Gezwollen oogleden;
  • Gezwollen oogwit;
  • Tranende ogen;
  • Kriebel in de neus;
  • Tintelingen van de tong;
  • Niezen;

  • Loopneus;  
  • Hoesten, piepen of benauwdheid kunnen wijzen op een allergie; 
  • Overgeven, diarree, buikklachten; 
  • Dikke keel, benauwdheid;
  • Anafylactische shock (welke kan leiden tot de dood).

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sporen.....
  • Als een product in een fabriek wordt gemaakt waar het in aanraking kan komen met allergenen, dan geven fabrikanten dit vaak voor de zekerheid aan. 
  • Er staat dan op: ‘kan sporen bevatten van…’. 
  • Hiermee dekt de fabrikant zich in voor mogelijke kruisbesmetting

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intolerantie                                VS

  • Niet-allergische reactie 
  • Afweersysteem speelt geen of onbelangrijke rol 
  • Bijvoorbeeld tekort aan bepaald enzym of stoffen die al in voeding aanwezig zijn 
  • Triggers
Allergie 

  • Heel heftige reactie op bepaalde eiwitten 
  • Eiwitten worden allergenen genoemd 
  • Antistoffen worden gevormd en er komt histamine vrij 
  • Histamine: allergische klachten

Slide 29 - Tekstslide

Voedselallergie is een allergische reactie van het afweersysteem op een eiwit in de voeding. Een voorbeeld is pinda-allergie;
Bij voedselintolerantie is het afweersysteem niet rechtstreeks betrokken, zoals bij een intolerantie voor melksuiker (gebrek aan enzym dat lactose afbreekt);
Bij voedselallergie zijn mensen meestal gevoeliger voor kleinere spoortjes van het allergeen en zijn de reacties vaak heftiger dan bij voedselintoleranties
Check: Lesdoelen
Jij:
  • Kan de betekenis van HACCP benoemen.
  • Kan het nut van een zorgsysteem toelichten.
  • Kan de 4 gevaren categorieën benoemen.
  • Kan per categorie voorbeelden uit eigen praktijk benoemen.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
  • Maak praktijk en kennisvragen:  Voedselveiligheid en HACCP

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies