Medisch rekenen les 4

Medisch rekenen Les 4
Medisch rekenen boekje
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Medisch rekenen Les 4
Medisch rekenen boekje

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je begrijpt wat de aanduiding mg/ml betekent
  • Je kunt berekeningen van doseringen van drankjes waarbij medicatie in mg/ml staat aangegeven en het voorschrift in mg foutloos uitvoeren
  • Je kunt voorraad- en controleberekeningen foutloos uitvoeren

Slide 2 - Tekstslide

Voorbeelden van medisch rekenen
  • Maak de opgaven in een schrift of map en in in het boekje. Je kunt dan op een later tijdstip de opgaven nog een keer herhalen.
  • Werk nauwkeurig en netjes, hiermee voorkom je onnodige fouten. Zorg voor ruimte tussen de verschillende uitwerkingen, dus lege regels. Hiermee voorkom je dat de uitwerkingen één grote cijferbrij worden.
  • Lees eerst de gegevens goed door en ga na wat deze gegevens betekenen voor het oplossen van de opgave. Noteer eventueel belangrijke gegevens in je schrift.
  • Lees daarna de vragen en ga na wat er van je wordt verwacht in deze opgave.
  • Begin pas dan met de uitwerking. Onderstreep of markeer je antwoord. Schrijf achter elk getal om welke eenheid het gaat. Je kunt dan bij controle van de uitwerking beter nagaan of alles klopt.
  • Controleer je antwoorden en ga na of je alle opgaven per casus hebt gemaakt. 

Slide 3 - Tekstslide

Oefenen

Slide 4 - Tekstslide

Casus 1
Meneer Berendsen moet 4x daags 750 mg paracetamol innemen. Aanwezig is een doosje met 50 tabletten 500 mg per tablet.
a. Hoeveel tabletten krijgt de patiënt per keer?
b. Hoeveel mg krijgt de patiënt per dag?
c. Hoeveel tabletten zijn er nodig voor 1 volle week?
d. Hoeveel gram krijgt de patiënt per dag?

Slide 5 - Tekstslide

antwoorden casus 1
a. 1,5 tabletten per keer
b. 3000 mg per dag
c. 42 tabletten
d. 3 gram per dag

Slide 6 - Tekstslide

Casus 2
Aanwezig: 1 doosje van 30 tabletten ibuprofen 400 mg
Voorschrift: Drie maal daags 800 mg
a. Hoeveel tabletten krijgt de patiënt per keer?
b. Hoeveel tabletten krijgt de patiënt per dag?
c. Hoeveel tabletten zijn nodig voor 10 dagen?
d. Is één doosje van 30 tabletten voldoende voor 10 dagen?

Slide 7 - Tekstslide

antwoorden casus 2
a. 2 tabletten per keer
b. 6 tabletten per dag
c. 60 tabletten
d. Nee, niet voldoende. Er zijn 60 tabletten nodig

Slide 8 - Tekstslide

Casus 3
Er is 1 doosje van 50 tabletten amoxicilline 250 mg aanwezig. Mevrouw Pietersen moet vier keer per dag 500 mg amoxicilline innemen.
a. Hoeveel tabletten per keer?
b. Hoeveel mg per dag?
c. Hoeveel tabletten zijn nodig voor 7 dagen?
d. Hoeveel tabletten blijven er over uit het doosje?

Slide 9 - Tekstslide

antwoorden casus 3
a. 2 tabletten per keer
b. 2000 mg per dag
c. 56 tabletten
d. Er blijven geen tabletten over. Er zijn 6 tabletten tekort. 

Slide 10 - Tekstslide

Geef de les een cijfer
0100

Slide 11 - Poll