Goede zinnen maken.
Learning objective
Goede zinnen maken.
Learning objective
lesdoel
Vandaag gaan we samen goede , lange een mooie zinnen maken. Let op de werkwoorden, wie doet wat, wanneer doet hij of zij wat en waar doet hij of zij wat. Je mag ook aangeven waarom zijn dat doet. Let er wel op dat die zin dan anders wordt.
Schrijf de werkwoorden op die je nu in je hoofd hebt.
Maak je eigen zin met het woordje: Luisteren.
Nu gaan we het doen zoals we het hebben geleerd van juf Radha. Wie? Wanneer en Waar?
W
Maak een zin met het woordje praten
Nu gaan we ook de waarom vraag proberen.
Vandaag gaan wij praten over werkwoorden, omdat.....
Nog 1 zin met waarom... nu doe je het alleen. Gebruik het eerste werkwoord: luisteren
Nu hebben we een beetje geoefend. Nu jij alleen. Maak een zin met lachen.
Nog een zin met : vragen
Vergeet niet: wie? wanneer? waar?
Schrijven...
Lezen
Eten
Sporten
Wie heeft nog een beetje moeite met het maken van zinnen? wat vindt je moeilijk?
Nu kunnen jullie betere zinnen maken. Typ 1 goede zin voor mij.
Goed gedaan! Nu kunnen jullie mooie, lange en goede zinnen maken! Blijf oefenen! IK BEN HEEEEEL TROTS OP JULLIE!