uitwerkingen frequentietabellen en spreidingsmaten


UITWERKINGEN

FREQUENTIETABELLEN EN SPREIDINGSMATEN

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les


UITWERKINGEN

FREQUENTIETABELLEN EN SPREIDINGSMATEN

Slide 1 - Tekstslide

Frequentietabellen

Slide 2 - Tekstslide

Ga bij de volgende vraag eerst na wat er precies gevraagd wordt.
  • Wat geeft de bovenste rij weer?
  • Wat geeft de onderste rij weer?
  • Hoe moet je de tabel lezen?
  • Wat houdt het woord 'relatief' in?

Relatief betekent altijd iets ten opzichte van iets anders. In dit geval betekent het de frequentie van een bepaalde waarde ten opzichte van de totale frequentie, oftewel:
hoe vaak iets voorkomt ten opzichte van het totaal aantal waarnemingen!

Slide 3 - Tekstslide


Bereken de relatieve frequentie van het getal 5
A
30,3%
B
15,2%
C
18,2%
D
6,1%

Slide 4 - Quizvraag

Bereken de relatieve frequentie van het getal 5. 

Dit betekent dat je de frequentie van het getal 5 gaat bekijken ten opzichte van de totale frequentie.
De totale frequentie is 3 + 5 + 6 + ... + 2 = 33

Het (waarnemings)getal 5 komt twee keer voor, want de frequentie van het aantal 5 is 2. (Er zijn dus 2 gezinnen met 5 fietsen).

De relatieve frequentie is dus 



332100=6,0606...6,1
%
De tabel geeft per gezin het aantal fietsen weer. Er zijn 33 gezinnen ondervraagd (frequentie is 33) en er zijn 3 gezinnen met 0 fietsen, 5 gezinnen met 1 fiets, etc..

Slide 5 - Tekstslide


In hoeveel procent van de gezinnen was het aantal fietsen minder dan het gemiddelde?
A
42,4%
B
24,2%
C
18,2%
D
%9,0

Slide 6 - Quizvraag

In hoeveel procent van de gezinnen was het aantal fietsen minder dan het gemiddelde?
Gemiddelde = som van alle waarneminggetallen : totale frequentie 
Gemiddelde=33(30+51+...+54+25)=3383=2,515...
Het aantal gezinnen (frequenties) met minder dan 2,5 fietsen is 3 + 5 + 6 = 14

Totaal aantal gezinnen was 33 (totale frequentie):

Antwoord: in 42,4 % van de gezinnen zijn er minder fietsen dan het gemiddelde.
3314100=42,4242...42,4
%
Het totaal aantal fietsen (som van alle waarnemingsgetallen) vind je door aantal x frequentie te doen en dit bij elkaar op te tellen. 

Slide 7 - Tekstslide

Centrummaten

Slide 8 - Tekstslide

Bereken gemiddelde, mediaan en modus en sleep het juiste antwoord naar de juiste centrummaat
Gemiddelde
Mediaan
Modus
5
3,1
1
1,5
2,9
7
2
2,6
3
4

Slide 9 - Sleepvraag

gemiddelde=31(0+7+8+15+12+20+12+0+8)=3182=2,6451..2,6
31 waarnemingen (aantallen per uur), het middelste getal is de mediaan. Het zestiende getal is dus de mediaan (15 + 1 + 15). 

Wat is het zestiende getal?  Kijk hierbij goed naar de frequenties!
nr. 1 t/m 5 --> 0  (eerste vijf getallen hebben de waarde 0)
nr. 6 t/m 12 --> 1  (de volgende zeven getallen hebben de waarde 1)
nr.  7 t/m 16 --> 2 (de volgende vier getallen hebben de waarde 2), dus het zestiende getal, de mediaan, is 2

De modus is het waarnemingsgetal (aantal) wat het meeste voorkomt, en dat is 1


Slide 10 - Tekstslide

Spreidingsmaten

Slide 11 - Tekstslide


Wat is de spreidingsbreedte?

Slide 12 - Open vraag

Spreidingsbreedte is de hoogste waarde min de laagste waarde. 

Hoogste waarnemingsgetal (aantal per uur):  10
Laagste waarnemingsgetal (aantal per uur): 0

spreidingsbreedte: 10 - 0 = 10

De spreidingsbreedte staat los van de frequenties

Slide 13 - Tekstslide


Wat is de kwartielafstand?

Slide 14 - Open vraag

Wat is de kwartielafstand?

Daarvoor moet je eerst de totale frequentie kennen. 
Totale frequentie = 5 + 7 + .... + 9 + 2 = 69

Mediaan: 35e getal
Eerste kwartiel Q1 is het (17e+ 18e) /2. Het 17e en 18e getal zijn allebei een 2, dus is het derde kwartiel een 2.

Derde kwartiel Q3 is het (52e + 53e)/2. Het 52e en 53e getal zijn allebei een 7, dus is het derde kwartiel gelijk aan 7.
Kwartielafstand = 7 - 2 = 5




Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Boxplots

Slide 17 - Tekstslide


Slide 18 - Open vraag

Voor een boxplot heb je nodig

  • hoogste waarde
  • laagste waarde
  • mediaan
  • 1e kwartiel
  • 3e kwartiel

Slide 19 - Tekstslide

Berekeningen boxplot zak A


18 waarnemingen
  • hoogste waarde is 40
  • laagste waarde is 16
  • mediaan: 18 waarnemingen (even) dus mediaan is het gemiddelde van het 9e en 10e getal --> (26 + 26 )/2 =26
  • 1e kwartiel Q1: mediaan van de eerste helft is het 5e getal --> 22
  • 3e kwartiel Q3: mediaan van de tweede helft is het 14e getal --> 35
35

Slide 20 - Tekstslide

Berekeningen boxplot zak B


22 waarnemingen
  • hoogste waarde is 38
  • laagste waarde is 15
  • mediaan: 22 waarnemingen (even) dus mediaan is het gemiddelde van het 11e en 12e getal --> (20 + 21 )/2 =20,5
  • 1e kwartiel Q1: mediaan van de eerste helft is het 6e getal --> 18
  • 3e kwartiel Q3: mediaan van de tweede helft is het 17e getal --> 27

Slide 21 - Tekstslide

bij zak A is de spreiding in het gewicht van de stenen groter. 
Het derde kwartiel is 35, dus de box moet iets verder doorlopen (had een getal niet goed overgenomen)

Slide 22 - Tekstslide

Noem (eventueel) drie dingen die je lastig vindt van dit onderwerp (b.v. relatieve frequenties, berekenen mediaan, kwartielen, boxplots, spreidingsbreedtes etc.)

Slide 23 - Open vraag