Afschrijving en interest

Afschrijving en interest

1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Afschrijving en interest

Open met het idee dat een machine of auto niet in één keer als kosten verdwijnt, maar over meerdere jaren verdeeld wordt. Dat vormt de brug naar afschrijving, boekwaarde en interest.

Leerdoel

  • Je kunt de afschrijvingskosten op duurzame productiemiddelen berekenen.

  • Je kunt de interestkosten op duurzame productiemiddelen berekenen.

  • Je kunt het resultaat berekenen bij verkoop of buitengebruikstelling van een duurzaam productiemiddel.

  • Je weet wat een afschrijvingsstaat is en kunt deze opstellen.

De gebruiker noemde meerdere leerdoelen. Volgens de instructie is één leerdoel leidend; dit deck kiest het berekenen van afschrijvingskosten als centrale doel, terwijl interest, verkoopresultaat en afschrijvingsstaat als noodzakelijke uitwerking terugkomen.

Welke woorden koppel jij aan afschrijving?

Gebruik de opbrengst om voorkennis op te halen. Verwachte woorden: waardedaling, machine, kosten, boekwaarde, restwaarde, gebruiksduur, interest.

Wat is afschrijving?

  • Afschrijving = boekhoudkundige waardedaling van een duurzaam productiemiddel

  • Het gaat om kosten per periode

  • Voorbeelden: machine, bestelauto, inventaris

  • Je verdeelt de waardedaling over de jaren van gebruik

Deze slide heeft geen instructies

Technische of economische duur?

  • Technische gebruiksduur: zolang het middel technisch nog werkt

  • Economische gebruiksduur: zolang het financieel verstandig is om het te gebruiken

  • Voor afschrijving gebruik je de economische gebruiksduur

  • Die is vaak korter dan de technische gebruiksduur

Benadruk dat stijgende onderhoudskosten en dalende prestaties ertoe leiden dat vervanging eerder slim kan zijn dan technisch noodzakelijk.

Belangrijke begrippen

Waarom nodig?

Waarden

Aanschafprijs - prijs exclusief btw, plus installatiekosten


Restwaarde - verwachte opbrengst aan het eind van de economische gebruiksduur


Boekwaarde - aanschafprijs min eerdere afschrijvingen

  • Deze begrippen heb je nodig in bijna elke berekening

  • Ze bepalen samen hoeveel er nog moet worden afgeschreven

  • De boekwaarde verandert na elke periode

Deze slide heeft geen instructies

Twee afschrijvingsmethoden

  • Vast percentage van de aanschafprijs → elk jaar hetzelfde bedrag

  • Vast percentage van de boekwaarde → elk jaar een lager bedrag

  • De keuze hangt af van het verloop van de waardedaling

  • Bijvoorbeeld: auto's dalen vaak in het begin sneller in waarde

Deze slide heeft geen instructies

Lineair afschrijven

Bij lineaire afschrijving schrijf je elk jaar een gelijk bedrag af.


Formule:

(aanschafprijs - restwaarde) / economische gebruiksduur

Gebruik bewust de term lineair alleen als toelichting op 'vast percentage van de aanschafprijs', zodat leerlingen beide benamingen kunnen koppelen.

Welke gebruiksduur gebruik je bij afschrijven?

A

Economische gebruiksduur

B

Technische gebruiksduur

C

Fiscale gebruiksduur

D

Werkelijke gebruiksduur

Toets het onderscheid tussen technisch en economisch. Veel studenten kiezen technisch, omdat het middel dan nog 'werkt'.

Kernbegrippen bij afschrijving

Bij lineaire afschrijving schrijf je elk jaar een gelijk bedrag af. De formule is aanschafprijs min restwaarde, gedeeld door de economische gebruiksduur. De waarde volgens de boekhouding heet de boekwaarde.

gelijk bedrag
aanschafprijs
economische gebruiksduur
boekwaarde
technische gebruiksduur
verkoopopbrengst
vast percentage
restkosten

Alleen de economische gebruiksduur hoort in de formule. Laat leerlingen hardop uitleggen waarom technisch hier niet past.

Voorbeeld lineaire afschrijving

Machine:

  • aanschafprijs € 80.000

  • restwaarde € 10.000

  • economische gebruiksduur 5 jaar


Jaarlijkse afschrijving:

(80.000 - 10.000) / 5 = € 14.000

Deze slide heeft geen instructies

Percentage en boekwaarde

Bij dezelfde machine:


  • Afschrijvingspercentage:

14.000 / 80.000 × 100% = 17,5%

  • Boekwaarde na 3 jaar:

80.000 - 3 × 14.000 = € 38.000

Wijs erop dat het percentage hier wordt berekend over de aanschafprijs, niet over de boekwaarde.

Aan de slag 1 t/m 4

Deze slide heeft geen instructies

Verkoop vóór einde gebruiksduur

  • Eerst bereken je de boekwaarde op het moment van verkoop

  • Daarna vergelijk je die met de verkoopopbrengst

  • Opbrengst lager dan boekwaarde = verlies

  • Opbrengst hoger dan boekwaarde = winst

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld verkoopresultaat

Machine wordt na 4 jaar verkocht.


  • Boekwaarde na 4 jaar:

80.000 - 4 × 14.000 = € 24.000

  • Verkoopopbrengst: € 18.000

  • Resultaat: 24.000 - 18.000 = € 6.000 verlies

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het resultaat als opbrengst lager is dan boekwaarde?

A

Restwaarde

B

Interest

C

Verlies

D

Winst

Sluit aan op de slides over verkoop vóór einde gebruiksduur.

Afschrijven op boekwaarde

  • Elk jaar hetzelfde percentage

  • Maar over een steeds lagere boekwaarde

  • Daardoor daalt het afschrijvingsbedrag per jaar

  • Past bij middelen die vooral in het begin snel waarde verliezen

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag met 5 t/m 6

Deze slide heeft geen instructies

Eerst de juiste aanschafprijs

Bestelauto kost € 42.350 inclusief 21% btw.


Voor afschrijving reken je met de prijs exclusief btw:


100 / 121 × 42.350 = € 35.000

Benadruk dat de tekst uitgaat van afschrijving op de prijs exclusief omzetbelasting.

Voorbeeld boekwaardemethode

Afschrijving = 40% van de boekwaarde


  • Jaar 1: 40% van 35.000 = € 14.000

  • Boekwaarde eind jaar 1: 35.000 - 14.000 = € 21.000

  • Jaar 2: 40% van 21.000 = € 8.400

Deze slide heeft geen instructies

Waarom daalt het afschrijvingsbedrag bij de boekwaardemethode?

A

De restwaarde stijgt

B

Het percentage daalt

C

De boekwaarde daalt

D

De btw daalt

Controleert begrip van het mechanisme, niet alleen de formule.

Afschrijven op boekwaarde

Bij afschrijving op boekwaarde gebruik je elk jaar hetzelfde percentage. Dat bereken je over de boekwaarde aan het begin van het jaar. Daardoor wordt het afschrijvingsbedrag per jaar lager. Voor de bestelauto reken je eerst met de prijs exclusief btw.

percentage
boekwaarde
lager
exclusief btw
aanschafprijs
hoger
inclusief btw
restwaarde

Let op het veelgemaakte misverstand dat je hier met de aanschafprijs blijft rekenen.

Waarom ook interest?

Een duurzaam productiemiddel kost geld dat pas later wordt terugverdiend.

Daarom reken je naast afschrijving ook interestkosten mee.

Deze slide heeft geen instructies

Interest per jaar berekenen

Gebouw:

  • aanschafprijs € 500.000

  • restwaarde € 20.000

  • gebruiksduur 40 jaar

  • interest 5%


Jaarlijkse afschrijving:

(500.000 - 20.000) / 40 = € 12.000

Deze slide heeft geen instructies

Interest in eerste en laatste jaar

  • Gemiddelde boekwaarde jaar 1:

(500.000 + 488.000) / 2 = € 494.000

  • Interest jaar 1:

5% van 494.000 = € 24.700

  • Gemiddelde boekwaarde laatste jaar:

(32.000 + 20.000) / 2 = € 26.000

  • Interest laatste jaar:

5% van 26.000 = € 1.300

Licht toe dat 488.000 de boekwaarde aan het eind van jaar 1 is: 500.000 - 12.000.

Gemiddelde interest over hele duur

Soms bereken je één vast interestbedrag per jaar.


  • Gemiddelde boekwaarde over de hele gebruiksduur:

(500.000 + 20.000) / 2 = € 260.000

  • Jaarlijkse interest:

5% van 260.000 = € 13.000

Deze slide heeft geen instructies

Waarover bereken je de interest in jaar 1 van het gebouw?

A

Gemiddelde boekwaarde

B

Restwaarde

C

Aanschafprijs

D

Jaarafschrijving

Toets de kernregel uit het interestvoorbeeld.

Wat vind jij lastiger bij interestkosten?

1

Gemiddelde boekwaarde

2

Percentage toepassen

3

Eerste jaar

4

Laatste jaar

Deze slide heeft geen instructies

Economische gebruiksduur

  • Naast afschrijving en interest zijn er complementaire kosten

  • Denk aan energie, bediening en onderhoud

  • Die kosten stijgen vaak in de tijd

  • Je zoekt de gebruiksduur met de laagste kosten per prestatie

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is de economische gebruiksduur bereikt?

A

Bij hoogste opbrengst

B

Bij laagste kosten per product

C

Bij laagste interest

D

Bij nul restwaarde

Distractors sluiten aan op begrippen uit de uitleg, maar slechts één criterium is juist.

Aan de slag

Opdracht 7

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een afschrijvingsstaat?

Een afschrijvingsstaat is een overzicht van alle duurzame activa.

Per activum staan onder andere aanschafprijs, restwaarde, gebruiksduur, afschrijving en boekwaarde.

Leg uit dat dit een praktisch overzicht is dat aansluit op de boekhouding en helpt bij controle van vaste activa.

Onderdelen van de afschrijvingsstaat

Aanschafprijs


Restwaarde


Gebruiksduur


Afschrijving per jaar of maand

Voor het overzicht

Per activum

Boekwaarde begin periode


Boekwaarde eind periode


Verkoop of buitengebruikstelling


Aansluiting met de boekhouding

Deze slide heeft geen instructies

Auto in de afschrijvingsstaat

Gegevens auto:

  • aanschafprijs € 42.000

  • restwaarde € 4.200

  • gebruiksduur 8 jaar


Jaarlijkse afschrijving:

(42.000 - 4.200) / 8 = € 4.725

Deze slide heeft geen instructies

Van jaarbedrag naar maandbedrag

Afschrijving auto per maand:


4.725 / 12 = € 393,75


Tot en met eind jaar 9 is 47 maanden afgeschreven.

Cumulatieve afschrijving:

47 × 393,75 = € 18.506,25

Noem expliciet dat de afschrijving loopt vanaf de maand van aanschaf tot en met het einde van de gebruiksduur.

Boekwaarde begin en eind jaar

  • Boekwaarde begin jaar 10:

42.000 - 18.506,25 = € 23.493,75 ≈ € 23.494

  • Boekwaarde eind jaar 10:

23.494 - 4.725 = € 18.769

  • In een afschrijvingsstaat worden bedragen vaak afgerond op hele euro's

Deze slide heeft geen instructies

PC 1 in de afschrijvingsstaat

Gegevens PC 1:

  • aanschafprijs € 1.250

  • restwaarde € 125

  • gebruiksduur 5 jaar = 60 maanden


Maandelijkse afschrijving:

(1.250 - 125) / 60 = € 18,75

Benadruk dat deze berekening vaak letterlijk terugkomt bij het lezen of opstellen van een afschrijvingsstaat.

Wat moet je kunnen aflezen?

  • Is de gebruiksduur technisch of economisch? → economisch

  • Hoe is de afschrijving berekend?

  • Wat is de boekwaarde aan het begin van het jaar?

  • Wat is de boekwaarde aan het eind van het jaar?

  • Is er winst of verlies bij verkoop?

Deze slide vat samen welke denksprongen leerlingen moeten maken bij toetsvragen over de afschrijvingsstaat.

Wat staat altijd in een afschrijvingsstaat?

A

Verkoopprijs en btw

B

Aanschafprijs en boekwaarde

C

Loonkosten en omzet

D

Winst en interestvoet

Belangrijk subthema volgens de docent. Laat eventueel doorvragen welke andere onderdelen ook vaak in de staat staan.

Lezen van een afschrijvingsstaat

In een afschrijvingsstaat is de gebruiksduur meestal de economische gebruiksduur. De boekwaarde aan het begin van een jaar bereken je met de aanschafprijs min de cumulatieve afschrijving. De boekwaarde aan het eind van het jaar is de beginboekwaarde min de afschrijving van dat jaar.

economische gebruiksduur
aanschafprijs
cumulatieve afschrijving
afschrijving
technische gebruiksduur
restwaarde
interest
verkoopopbrengst

Sluit direct aan op slides 25 t/m 29. Laat leerlingen de auto als voorbeeld noemen.

Aan de slag!

Opdracht 8 t/m 11

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb jij vandaag het duidelijkst geleerd?

Vrije reflectie. Vraag eventueel door naar een concreet voorbeeld of berekening uit de les.

Welk onderdeel vind je nog lastig?

Vrije reflectie. Laat studenten benoemen welk onderdeel extra oefening vraagt.

Wat hielp jou het meest om dit te begrijpen?

Vrije reflectie op leerstrategie of lesopbouw.

Begrippenlijst

Afschrijving - de boekhoudkundige waardedaling van een duurzaam productiemiddel

Duurzaam productiemiddel - bedrijfsmiddel dat meerdere jaren meegaat

Technische gebruiksduur - periode waarin het middel technisch nog kan functioneren

Economische gebruiksduur - periode waarin gebruik financieel verantwoord is

Aanschafprijs - prijs exclusief btw, plus eventuele installatiekosten

Restwaarde - verwachte opbrengst aan het einde van de gebruiksduur

Boekwaarde - aanschafprijs min de afschrijvingen tot dat moment

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

Interestkosten - kosten van het vermogen dat in het productiemiddel vastligt

Gemiddelde boekwaarde - het gemiddelde van beginboekwaarde en eindboekwaarde

Complementaire kosten - extra kosten naast afschrijving en interest, zoals onderhoud en energie

Afschrijvingsstaat - overzicht van duurzame activa met afschrijving en boekwaarde

Cumulatieve afschrijving - totaal van alle afschrijvingen tot een bepaald moment


Deze slide heeft geen instructies