H1 Welvaart-BBP

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Tekstslide

Volgens sommige economen is ondernemerschap een productiefactor. Noem de andere drie productiefactoren.

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Samengevat

Slide 15 - Tekstslide

Noem drie voorbeelden waarom het BBP/hfd niet ideaal is om welvaart te meten.

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

1
2
3
4
bedrijven verhogen hun productie
De consumptie (en dus de effectieve vraag) stijgt.
De overheid verlaagt de inkomstenbelasting
Het besteedbare inkomen neemt toe.

Slide 19 - Sleepvraag

Welvaart
= de mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien.

BBP groei door prijsverandering --> Welvaart blijft gelijk
(Prijzen omhoog --> nominaal BBP omhoog --> reëel BBP gelijk)
BBP groei door volumeverandering --> Welvaart stijgt 
(productie omhoog --> reëel BBP omhoog = economische groei)

Slide 20 - Tekstslide

Als het nominale bbp met 5% stijgt, en de inflatie is 2%. Met hoeveel procent stijgt het reële bbp dan?
A
3%
B
Iets meer dan 3%
C
Iets minder dan 3%

Slide 21 - Quizvraag

Gegevens van een onderneming:
Toegevoegde Waarde: €3.800.000
Onderlinge Leveringen: €1.500.000
Lonen: €800.000
Wat is dan de omzet van deze onderneming?
A
€3.800.000
B
€4.600.000
C
€5.300.000
D
€6.100.000

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de economische groei als het nominale BBP met 6% groeit en er 3% inflatie is?

Slide 23 - Open vraag

Hoe bepalen we de toegevoegde waarde van een minister?
A
0
B
Zijn/haar uren
C
zijn/haar loon
D
zijn/haar productie

Slide 24 - Quizvraag

Welke productie tellen we niet tot het BBP maar verhoogt wel de welvaart?
A
Bejaardenverzorging door verplegers
B
Productie van varkensvlees
C
Bijles geven voor €30 per uur
D
Vrijwilligerswerk in een asielzoekerscentrum

Slide 25 - Quizvraag

In 2021 stijgt het nominaal inkomen van Jael met 4% ten opzichte van 2020. De prijzen stijgen met 2,6. Hoeveel procent stijgt het reële inkomen van Jael?
A
1,36%
B
1,40%
C
6,6%
D
-1,40%

Slide 26 - Quizvraag

Eind 2021 bedraagt het inkomen van Jael 2300 per maand. In 2022 wordt een inflatie voorspeld van 1,4%. Met hoeveel procent moet het nominaal inkomen van Jael stijgen als zij er reëel 4% op vooruit willen gaan?
A
5,4%
B
2,6%
C
4%
D
1,4%

Slide 27 - Quizvraag