Glasapparatuur voor een vacuümdestillatie in een lab (foto: KiveVictor, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Examentraining
Reacties en mechanismen: zo pak je examenvragen aan
Glasapparatuur voor een vacuümdestillatie in een lab (foto: KiveVictor, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Examentraining
Reacties en mechanismen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: KiveVictor / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over organische reacties en mechanismen aanpakken: bindingen, elektronenparen, radicalen en analoge reacties.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven: stoffen, reactiesoort of mechanisme, ladingen en elektronenparen.
2. Zoek: welke bindingen verdwijnen en welke ontstaan; tel atomen en lading.
3. Volg: per pijl: waar begint het paar, waar eindigt het, wie is nucleofiel en wie elektrofiel?
4. Schrijf: de vergelijking in structuurformules en controleer atomen en lading.
Deze slide heeft geen instructies
Een stuk zeep: zeep ontstaat door hydrolyse van vet met loog (publiek domein)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Vraagtype 1: bindingen en vergelijking
Schrijf de beginstoffen in structuurformules en zet de nieuwe groep op de plek van de oude.
Vraag je naar bindingen: tel welke verdwijnen en welke ontstaan.
Controleer altijd atomen en lading links en rechts.
Hydrolyse: C(=O)–O of C(=O)–N breekt; de OH van water gaat naar C, de H naar O of N.
Syllabus R1.15 en R1.16: bindingen aangeven en reactievergelijkingen in structuurformules (additie, condensatie, hydrolyse). De foto toont zeep: die ontstaat bij hydrolyse van de estergroepen in een vet. Image credit: Lacrimosus / Wikimedia Commons, publiek domein
Ethaanzuur reageert met CH₃NH₂ tot een amide. Welke bindingen verbreken?
C=O van het zuur en een C–N van het amine
C–OH van het zuur en de C–N van het amine
C–H van het zuur en een N–H van het amine
C–OH van het zuur en een N–H van het amine
Syllabus R1.15. CH₃COOH + CH₃NH₂ → CH₃CONHCH₃ + H₂O (links C₃H₉NO₂, rechts C₃H₇NO + H₂O is ook C₃H₉NO₂). Verbroken: C–OH van het zuur en een N–H van het amine. Gevormd: C–N en een O–H (in H₂O). Verwachte fouten: de C=O laten breken, of de C–N van het amine (die blijft) als verbroken zien.
Reactievergelijking van but-2-een + Br₂?
Syllabus R1.16 en R1.17 (analoog aan etheen + Br₂). CH₃–CH=CH–CH₃ + Br₂ → CH₃–CHBr–CHBr–CH₃ (2,3-dibroombutaan). Atomen: links C₄H₈ + Br₂, rechts C₄H₈Br₂. De C=C wordt een enkele binding en elk C-atoom van de C=C krijgt één Br. Verwachte fout: Br op de CH₃-groepen zetten of de C=C laten staan.
Glaswerk voor een organische synthese met koeler en mantel (foto: Baminnick, CC BY-SA 3.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Vraagtype 2: mechanisme beschrijven
Gegeven: NH₃ reageert met C₂H₅Br in twee stappen.
Stap 1 (langzaam): NH₃ + C₂H₅Br → C₂H₅NH₃⁺ + Br⁻.
Stap 2 (snel): C₂H₅NH₃⁺ + NH₃ → C₂H₅NH₂ + NH₄⁺.
In stap 1 valt het vrije paar op N het C-atoom aan; het paar van C–Br gaat naar Br.
Syllabus R2.4 en R2.5. Stap 1: links C₂H₅Br + NH₃ is C₂H₈NBr, rechts C₂H₅NH₃⁺ + Br⁻ is C₂H₈NBr, lading 0 = +1 − 1. Stap 2: links C₂H₅NH₃⁺ + NH₃ is C₂H₁₁N₂ met lading +1, rechts C₂H₅NH₂ + NH₄⁺ is C₂H₁₁N₂ met lading +1. Stap 1 is langzaam, dus snelheidsbepalend. Image credit: Baminnick / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Tel beide stappen op. Wat is de totaalvergelijking?
C₂H₅Br + NH₃ → C₂H₅NH₂ + HBr
C₂H₅Br + 2 NH₃ → C₂H₅NH₂ + NH₄⁺ + Br⁻
C₂H₅Br + NH₃ → C₂H₅NH₃⁺ + Br⁻
C₂H₅NH₃⁺ + NH₃ → C₂H₅NH₂ + NH₄⁺
Syllabus R2.4. Optellen: C₂H₅Br + NH₃ + C₂H₅NH₃⁺ + NH₃ → C₂H₅NH₃⁺ + Br⁻ + C₂H₅NH₂ + NH₄⁺. Het tussenproduct C₂H₅NH₃⁺ staat links en rechts en valt weg: C₂H₅Br + 2 NH₃ → C₂H₅NH₂ + NH₄⁺ + Br⁻. Atomen links C₂H₁₁N₂Br, rechts ook; lading 0 = +1 − 1. Verwachte fouten: één stap als totaal nemen, of het tweede NH₃ vergeten.
Beschrijf de verplaatsing van elektronenparen in stap 1.
Syllabus R2.5. Een goed antwoord: het vrije elektronenpaar op N (nucleofiel) vormt een binding met het C-atoom (δ+, elektrofiel); tegelijk gaat het bindingspaar van C–Br naar Br, dat Br⁻ wordt. Verwachte fout: een pijl van het N-atoom of een pijl die bij H begint.
Natuurrubber (latex) uit een rubberboom (foto: Vyacheslav Argenberg, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Vraagtype 3: 1,2- en 1,4-additie
Gegeven: HBr voegt zich aan buta-1,3-dieen toe via het kation CH₃–CH⁺–CH=CH₂.
Teken een grensstructuur: verschuif het paar van de C=C naar de C⁺.
Natuurrubber is een polymeer van isopreen, een dieen; de eenheden zijn 1,4 gekoppeld.
Controleer de som: het product is C₄H₆ + HBr.
Syllabus R1.15 en R2.5. Het kation heeft formule C₄H₇⁺. Natuurrubber bestaat uit isopreeneenheden die via een 1,4-verbinding gekoppeld zijn; de polymerisatie zelf hoort bij de les Polymeren en materialen. Image credit: Vyacheslav Argenberg / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Geef de tweede grensstructuur van CH₃–CH⁺–CH=CH₂.
Syllabus R2.5. CH₃–CH=CH–CH₂⁺: het paar van de C=C tussen C3 en C4 verschuift naar de binding tussen C2 en C3, de plus komt op C4. Formule C₄H₇⁺ blijft gelijk. Verwachte fout: een H-atoom of een C-atoom verplaatsen in plaats van een elektronenpaar.
Br₂ voegt zich 1,4 toe aan buta-1,3-dieen. Welke stof ontstaat?
1,4-dibroombut-2-een
3,4-dibroombut-1-een
1,4-dibroombutaan
2,3-dibroombut-2-een
Syllabus R1.15 en R1.17 (analoog aan HBr). Br op C1 en C4, de C=C tussen C2 en C3: BrCH₂–CH=CH–CH₂Br, C₄H₆Br₂. 3,4-dibroombut-1-een is het 1,2-product. 1,4-dibroombutaan heeft geen C=C meer (C₄H₈Br₂). Verwachte fout: het 1,2-product kiezen.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Vraagtype 4: radicalen en analoge reacties
Gegeven: CH₄ + Cl₂ → CH₃Cl + HCl met uv-licht, via Cl• en •CH₃.
Analoog: ethaan reageert met Br₂ en licht; vervang Cl door Br en CH₃ door C₂H₅.
Een propagatiestap levert altijd een nieuw radicaal op; bij terminatie verdwijnen twee radicalen.
Syllabus R2.5 en R1.17. Gegeven mechanisme: Cl₂ → 2 Cl•; Cl• + CH₄ → HCl + •CH₃; •CH₃ + Cl₂ → CH₃Cl + Cl•. Analoge reactie: C₂H₆ + Br₂ → C₂H₅Br + HBr.
Ethaan reageert met Br₂ en licht. Welke stap is een propagatiestap?
Br₂ → 2 Br•
•C₂H₅ + Br• → C₂H₅Br
Br• + C₂H₆ → HBr + •C₂H₅
C₂H₆ + Br₂ → C₂H₅Br + HBr
Syllabus R2.5 en R1.17. Br• + C₂H₆ → HBr + •C₂H₅: links 2 C, 6 H en Br; rechts 2 C, 1 + 5 = 6 H en Br; er ontstaat een nieuw radicaal. Br₂ → 2 Br• is initiatie, •C₂H₅ + Br• → C₂H₅Br is terminatie, de laatste is de totaalvergelijking. Verwachte fout: de totaalvergelijking als stap kiezen.
Geef een terminatiestap met alleen •CH₃.
Syllabus R2.5. •CH₃ + •CH₃ → C₂H₆: twee radicalen vormen een binding, er blijft geen radicaal over. Atomen: links 2 C en 6 H, rechts 2 C en 6 H. Verwachte fout: een propagatiestap opschrijven, waarbij weer een radicaal ontstaat.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Bindingen en vergelijking
Een mechanisme beschrijven
1,2- en 1,4-additie
Radicalen en analoge reacties
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst, met een voorbeeld op het bord.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · MECHANISMEN
Tips voor op het examen
Controleer bij elke vergelijking atomen én lading: links gelijk aan rechts.
Een krommepijl begint bij een elektronenpaar (binding of vrij paar) en eindigt bij een nieuw bindingspaar of een atoom.
Een vishaak (halve pijl) is één elektron, een hele pijl twee.
Bij een analoge reactie: markeer eerst de bindingen in het gegeven voorbeeld, daarna pas de nieuwe stoffen.
Gebruik de vaktermen in je antwoord: nucleofiel, elektrofiel, radicaal, grensstructuur.
Deze slide heeft geen instructies