samenvatting stoffen

-Tas in kast
-laptop, etui, boek en planagenda  op tafel                k1a
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

-Tas in kast
-laptop, etui, boek en planagenda  op tafel                k1a

Slide 1 - Tekstslide

-Tas in kast
-laptop, etui, boek en planagenda op tafel               k1b

Slide 2 - Tekstslide

-Tas in kast
-laptop, etui, boek en planagenda op tafel             k1d

Slide 3 - Tekstslide

huiswerk / plan agenda
vak:          nask
datum:    6 maart 2026
lesuur:
huiswerk:  Toets hoofdstuk 2  (blz 46 - 82 en  blz 91-93)



Slide 4 - Tekstslide

vandaag: samenvatting H2 "stoffen"
-uitleg punt Tinkcad 3D-tekening
-uitleg onderdompelmethode
-vraag 12 en 13 nakijken (blz 80-81)
-herhaling H2 m.b.v. mindmap en quiz 
-(2 opgave maken met uitkomsten)
-uitleg Amerikaanse projectie en uitleg over voertuig
VOLGENDE WEEK TOETS HOOFDSTUK 2

Slide 5 - Tekstslide

test jezelf maken
-test jezelf H2.4 maken (niet voldoende dan opnieuw)
-Heb je H2.4 al klaar, maak dan een andere die nog niet voldoende is

timer
10:00

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

stoffen



           Veiligheid ----------------->

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

       stoffen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

kleiner dan
groter dan

Slide 17 - Tekstslide

                                                                dichtheid


                                                      = dichtheid

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

oefening dichtheid bepalen
  • stel je hebt een blokje van 8 cm3
  • stel de massa = 21,6 g
  • wat is de dichtheid?
  • formule: dichtheid = massa/volume
  • dichtheid = 21.6 / 8
  • dichtheid = 2,7  g/cm3
  • zoek op in tabel ===> aluminium



8 cm3
21,6 g
massa
volume

Slide 20 - Tekstslide

oefening dichtheid bepalen met onderdompelmethode
  • volume = eindstand -beginstand
  • volume = 26-22       
  • volume = 4 ml of 4 cm3
  • massa = 10,8 g
  • dichtheid = massa / volume
  • dichtheid = 10,8 / 4
  • dichtheid = 2,7 g/cm3
10,8 g

Slide 21 - Tekstslide

leren voor toets hoofdstuk 2
-alle tekst van de paragraven H2.1 t/m H2.4 doorlezen (plus-stof hoeft niet)
-opnieuw maken van lastige vragen (antw. in teamtegel mmn)
-gebruik leerstofoverzicht blz. 91 t/m 93 als samenvatting
-op laptop, maak oefentoets (kan alleen als je een test jezelf hebt gemaakt)
-op laptop, ga naar 'Afsluiting' en maak diagnostische toets.
-op laptop, ga naar 'Afsluiting' en gebruik flitskaarten (helemaal onderin)
-oefenen volume-eenheden vmbo (bij H2.4 op laptop)
-oefenen volume en dichtheid blz 81, 82 uit boek (antw. in teamtegel mmn)
- blooket:  https://dashboard.blooket.com/set/6978d8a79dd4e5e395237d8b




Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

1 m =
A
10 cm
B
1000 cm
C
100 cm
D
10000 cm

Slide 24 - Quizvraag

45,5 meter =
A
4550 cm
B
455000 cm
C
4.55 cm
D
45.5 cm

Slide 25 - Quizvraag


14 kg =
A
14 g
B
1.400 g
C
140 g
D
14.000 g

Slide 26 - Quizvraag


42 cm3 =
A
42000 dm3
B
42 dm3
C
0,042 dm3
D
0,42 dm3

Slide 27 - Quizvraag

Wat is geen stofeigenschap?
A
Kleur
B
Brandbaarheid
C
Geur
D
Hoeveelheid

Slide 28 - Quizvraag

Wat is GEEN stofeigenschap?
A
Kleur
B
Kookpunt
C
Dichtheid
D
Massa

Slide 29 - Quizvraag

Op de verpakking van een voedingsmiddel staat een lijst met ingrediënten.

Wat zijn ingrediënten?
A
alle geur-, kleur- en smaakstoffen die in het product zitten
B
alle verschillende stoffen die in het product zitten
C
het water en de vulstoffen die in het product zitten
D
het water en de zuivere stoffen die in het product zitten

Slide 30 - Quizvraag

Als je twee zuivere stoffen mengt dan krijg je een
A
Mengsel
B
Zuivere stof

Slide 31 - Quizvraag

Welke van de volgende stoffen is een zuivere stof?
A
ice tea
B
cola
C
melk
D
suiker

Slide 32 - Quizvraag

Uit hoeveel stoffen
bestaat een zuivere stof?
A
uit één soort stof
B
uit twee soorten stoffen
C
uit meer dan twee soorten stoffen
D
dat is bij elke zuivere stof verschillend

Slide 33 - Quizvraag

Hiernaast zie je een mengsel.
Wat is dit voor een
soort mengsel?
A
Zuivere stof
B
Oplossing
C
Mengsel
D
Suspensie

Slide 34 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen een oplossing en een suspensie?
A
Een oplossing is een mengsel
B
Een suspensie is een mengsel
C
Een oplossing is troebel een suspensie helder
D
Een oplossing is helder een suspensie troebel

Slide 35 - Quizvraag

Bij natuur- en scheikunde moet je vaak de massa van een voorwerp weten.
Hoe bepaal je de massa van een voorwerp?
A
l x b x h
B
weegschaal
C
onderdompelmethode
D
maatcilinder

Slide 36 - Quizvraag

Met een weegschaal meet je de grootheid …. en de eenheid …...
A
Liter en volume
B
Volume en liter
C
Massa en gram
D
Gram en massa

Slide 37 - Quizvraag

Met een maatcilinder meet je de grootheid …. en de eenheid …...
A
Liter en volume
B
Volume en liter
C
Massa en gram
D
Gram en massa

Slide 38 - Quizvraag

Erik zegt van een kiezelsteentje dat het een volume heeft van 23 cm3. Je wilt dat controleren met de onderdompelmethode.
De beginstand van het water is 47 mL.
Wat wordt de eindstand als Erik gelijk heeft?
A
24 mL
B
44,7 mL
C
49,3 mL
D
70 mL

Slide 39 - Quizvraag

Wat is dichtheid?
A
De hoeveelheid stof per 1 gram
B
De hoeveelheid stof die je weegt
C
De hoeveelheid stof per 1 cm3
D
De hoeveelheid stof die je ziet

Slide 40 - Quizvraag

Dichtheid is een stofeigenschap.
Wat is de dichtheid van water?
A
0,5 g/cm3
B
0,7 g/cm3
C
1,0 g/cm3
D
1,3 g/cm3

Slide 41 - Quizvraag

Het blokje ijzer heeft een GROTERE dichtheid dan water, het...
A
zinkt
B
blijft drijven
C
gaat zweven

Slide 42 - Quizvraag

Het blokje hout heeft een KLEINERE dichtheid dan water, het...
A
zinkt
B
blijft drijven
C
gaat zweven

Slide 43 - Quizvraag

Dichtheid is een stofeigenschap.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 44 - Quizvraag

De massa = 10 g.
Het volume = 5 cm3.
Wat is de dichtheid?
A
5 : 10 = 0,5 g/cm3
B
10 : 5 = 2 g/cm3
C
5 x 10 = 50 g/cm3

Slide 45 - Quizvraag

met welke formule bereken
je de dichtheid?
A
dichtheid = massa x volume
B
dichtheid = massa / volume
C
dichtheid = volume / massa
D
dichtheid = lengte x breedte

Slide 46 - Quizvraag

Slide 47 - Tekstslide

opruim schema:   vandaag tafel 5 en 6

Slide 48 - Tekstslide