Fase en moleculen

Fase en faseovergangen 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Fase en faseovergangen 

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
- Herhaling
- De kenmerken van het deeltjesmodel
- Toestandsaanduidingen herkennen
- Faseovergangen kennen
- Invloed van temperatuur aan kunnen geven.

Slide 2 - Tekstslide

Geef een stofeigenschap van alcohol

Slide 3 - Woordweb

In de formule p = m/v betekent de p de .....
A
massa
B
Volume
C
Dichtheid
D
Energie

Slide 4 - Quizvraag

Deeltjesmodel
Elke stof heeft zijn eigen kenmerkende eigenschappen. Om die stofeigenschappen te kunnen verklaren, kun je gebruikmaken van het deeltjesmodel.

Slide 5 - Tekstslide

Kenmerken van een deeltjesmodel
- Elke stof is opgebouwd uit heel kleine deeltjes, moleculen genoemd.
- Elke stof bestaat uit zijn eigen soort moleculen. Suiker bestaat uit suiker en water uit water moleculen.
- Moleculen bewegen voortdurend
- Als de temperatuur stijf, gaan de moleculen sneller bewegen.
- Moleculen trekken elkaar aan.

Slide 6 - Tekstslide

De fases
Zoals eerder bekeken hadden we het over de fases, vast, vloeibaar en gas. Deze fases geven aan hoeveel een molecuul kan bewegen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Aanduidingen fases
- vast = (s)
- vloeistof = (l)
- gas = (g)
- in oplossing (aq)

Slide 9 - Tekstslide

Waar komt de afkorting aq vandaan?
A
aquarium
B
aqua
C
aquam
D
aquatisch

Slide 10 - Quizvraag

Faseovergangen
Verwarm je een vloeistof, dan gaan de moleculen steeds sneller bewegen. 
De vloeistof kan dan verdampen.
Bij een faseverandering gaan moleculen anders bewegen.

Slide 11 - Tekstslide

Faseverandering is een geen scheikundige reactie
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quizvraag

De 6 faseovergangen

Slide 13 - Tekstslide

De leef wereld van de ijsberen verdwijnen, hoe noemen we die fase overgang?
A
Bevriezen
B
Verdampen
C
Rijpen
D
Smelten

Slide 14 - Quizvraag

Als het buiten koud is en je ademt uit zie je een soort damp, wat is er gebeurt met het water?
A
Het is verdampt
B
Het is gecondenseerd
C
Het is aan het bevriezen
D
Het water smelt

Slide 15 - Quizvraag

smeltpunt en kookpunt

Slide 16 - Tekstslide

In welke fase is de stof?
Onder het smeltpunt is de fase vast.

Tussen het smelt-en kookpunt vloeibaar.

Boven het kookpunt gasvormig.

Slide 17 - Tekstslide

Onder het smeltpunt is de fase vast.

Tussen het smelt-en kookpunt vloeibaar.

Boven het kookpunt gasvormig.

Slide 18 - Tekstslide

Smeltpunt en kookpunt zijn stofeigenschappen
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het smeltpunt van water?
A
100 graden Celsius
B
100 graden
C
0 graden Celsius
D
0 Celsius

Slide 20 - Quizvraag

Het kookpunt en smeltpunt van water zijn...
A
100º Celsius 0º Celsius
B
0º Celsius 100º Celsius
C
50º Celsius 0º Celsius
D
100º Celsius 50º Celsius

Slide 21 - Quizvraag

Aan het einde van deze les:
- kan je uitleggen wat een smeltpunt, stolpunt en kookpunt is.
- kan je uitleggen wat dichtheid betekend.

Leerdoelen

Slide 22 - Tekstslide

Het punt waarop een stof van vaste fasen naar vloeibare fasen veranderd. 
Constante en specifieke temperatuur per stof
Smeltpunt

Slide 23 - Tekstslide

Wat is het stolpunt?
Stolpunt

Slide 24 - Tekstslide

Het punt waarop een stof van vloeibare fasen naar vaste fasen veranderd.
Constante en specifieke temperatuur per stof
Stolpunt

Slide 25 - Tekstslide

Het punt waarop een stof van vloeibare fasen naar gasvormige fasen veranderd.
kookpunt 

Slide 26 - Tekstslide

Smelt en kookpunt 

Slide 27 - Tekstslide

Moleculen
  • Moleculen is het kleinste deeltje stof, kan je niet zien
  • Ze hebben allerlei vormen
  • Voorstellen als kleine bolletjes                                                                 = molecuulmodel 
  • Bepaald de eigenschappen

Slide 28 - Tekstslide

Atomen
  • Een molecuul bestaat weer uit atomen 
  • Een atoom is het allerkleinste deeltje op aarde
  • Je hebt verschillende soorten atomen

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Als je kristalsuiker fijn gaat malen, gaan de moleculen niet uit elkaar 

Slide 31 - Tekstslide

kleinste suiker deeltje 

Slide 32 - Tekstslide

We kennen nu 118 soorten atomen

Slide 33 - Tekstslide

Er bestaan wel ruim 10 miljoen moleculen

Slide 34 - Tekstslide