In deze les zitten 16 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Het periodiek systeem
Slide 1 - Tekstslide
Atoommodel van Bohr
elektronenconfiguratie = 2, 8, 0
Slide 2 - Tekstslide
Atoomnummer & massagetal
Atoomnummer: het aantal protonen
Massagetal: het aantal protonen +
neutronen
! Elektronen hebben een verwaarloosbare massa
Lading kan je uitdrukken in - eenheid Coulomb(C). Die - gebruik je meestal niet
Slide 3 - Tekstslide
De massa van een atoom
De massa van een atoom wordt dus bepaald door hoeveel protonen en neutronen er zijn. De massa van een elektron wordt verwaarloosd.
De massa wordt altijd gegeven in atomaire maas-eenheid: u (unit).
Slide 4 - Tekstslide
isotopen
Slide 5 - Tekstslide
Deeltjesmodellen
Atoommodel van Rutherford en Atoommodel van Bohr
Slide 6 - Tekstslide
in een animatie; Na staat graag een e- af, F neemt er eentje op: er ontstaan twee ionen
die samen een zout vormen
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Molecuulmassa
Massa atomen bij elkaar op tellen
VB. Massa van H2O:
2 x H = 2 x 1,008 = 2,016 u
1 x O = 1 x 16,00 = 16,00 u
2,016 + 16,00 = 18,016 u
Slide 10 - Tekstslide
Ionmassa
Het aantal elektronen verschilt. Deze hebben een verwaarloosbare massa, dus de ionmassa is hetzelfde als de atoommassa.
Massa O = 16,00 u
Massa O2- = 16,00 u
Slide 11 - Tekstslide
m% atoom in molecuul
massapercentage van zuurstof in zwavelzuur (H2SO4):
massa zuurstof: 4x O = 4x 16,00 = 64,00 u
massa zwavelzuur: 2x H + 1x S + 4x O = (2x 1,008) + 32,06 + 64,00 = 98,076 u
m% = (64,00 / 98,076) x 100 = 65,3%
Slide 12 - Tekstslide
Omrekenen met vermenigvuldigingsfactoren
geen SI-eenheden
<div>Sommige eenheden zoals L en mL voor de grootheid Volume, staan niet in het SI, maar worden wel erkend als eenheid.</div><div><br></div>De eenheden L, mL etc. gebruik je vooral bij vloeistoffen.<div>De eenheden dm<sup>3</sup>, cm<sup>3</sup> etc. gebruik je meestal bij gassen. </div>
Van klein naar groot
Wanneer je van een kleine eenheid naar een grote eenheid gaat (bijv. van mm<sup>3</sup> naar cm<sup>3</sup>), dan<b> : 1000</b>
Slide 13 - Tekstslide
Significantie: Afronden van getallen
Afronden bij vermenigvuldigen en delen van meetwaarden: Afronden op het minste aantal significante cijfers
Wetenschappelijke notatie van getallen:<div>Een getal moet altijd worden weergegeven als een getal tussen 1 en 10 en een macht van 10.</div><div><br></div><div>Voorbeeld: </div><div>15 m<span style="vertical-align: super">3</span> = </div><div>15 x 10<span style="vertical-align: super">3</span> dm<span style="vertical-align: super">3</span> = </div><div>1,5.10<span style="vertical-align: super">4</span> dm<span style="vertical-align: super">3</span></div>
Slide 14 - Tekstslide
Molariteit en concentratie
Aantal gram / Molaire massa = aantal mol
Aantal mol x Molaire massa = aantal gram
Aantal mol x getal van Avogadro = aantal deeltjes
Aantal deeltjes / getal van Avogadro = aantal mol
Slide 15 - Tekstslide
Hoeveel mol propaan (C3H8) komt overeen met 7,8gram van deze stof?