Maatschappijkunde | Integratie

Maatschappijkunde | Integratie
Boek open op bladzijde 50-51.
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Maatschappijkunde | Integratie
Boek open op bladzijde 50-51.

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen van vandaag
- Aan het einde van de les kan je de verschillende fases van integratie uitleggen.
- Aan het einde van de les kan je uitleggen wat 'discriminatie' is. 

Slide 2 - Tekstslide

Begrippen van vorige lessen
Deze begrippen komen vandaag terug... 
Hoe zat het ook alweer?
Integratie
Segregatie 
     Cultuur

Slide 3 - Tekstslide

Verschillende fases 
Integratie = aanpassen naar een cultuur (dominante cultuur of subcultuur). 

3 fases: vermijden, conflict en aanvaarding.

Slide 4 - Tekstslide

Fase 1: vermijden
Autochtonen en nieuwkomers blijven uit elkaars buurt, ze vermijden elkaar.
Autochtonen: de bevolking die er al woonde.



Slide 5 - Tekstslide

Fase 2: conflict
Er ontstaan botsingen, groepen komen met elkaar in conflict.
Deze conflicten ontstaan door cultuurverschillen.




Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld

Slide 8 - Tekstslide

Fase 3: aanvaarden
Mensen accepteren dat de maatschappij verandert, er ontstaat respect en tolerantie vanuit beide groepen (nieuwkomers & autochtonen). 




Slide 9 - Tekstslide

Verschil in generaties
Integratie kost tijd.

Eerste generatie
De eerste mensen die ervoor kiezen naar Nederland te komen. Houden vast aan eigen cultuur. Weinig contact met anderen.
Tweede generatie
De kinderen van de eerste generatie hier geboren. Ze groeien op in twee culturen, die van hun ouders en die van Nederland. 
Derde generatie
De kinderen van de tweede generatie vormen de derde generatie. Zij voelen zich het meest Nederlands.

Slide 10 - Tekstslide

Polarisatie

Slide 11 - Tekstslide

Inenten
De ene subcultuur wilt gevaccineerd worden, de ander niet. 
Hoeft niet cultuur afhankelijk te zijn. 

Slide 12 - Tekstslide

Botsende normen en waarden
Norm: ongeschreven of geschreven regels over hoe je je moet gedragen.
Waarden: dingen die je belangrijk vind, zoals rechtvaardigheid.

Groepen verschillen in normen en waarden, hierdoor kunnen spanningen ontstaan. 

Voorbeelden zijn...

Slide 13 - Tekstslide

Boerkaverbod
Nederlandse normen en waarden: We moeten elkaar kunnen aankijken.

Normen en waarden vanuit het geloof: vrouw moet zich bedekken. 

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat?: Maken 'vragen bij 5.1' en 'vragen bij 5.2' op bladzijde 51 & 53.
Hoe?: Zelfstandig en stil. Oortjes mag.
Tijd: 10 minuten
Klaar?: Vul alvast bekende begrippen in op de begrippenlijst.
timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

Nakijken van de opdrachten
Nakijken 5.1 & 5.2 

Slide 16 - Tekstslide

Gevolgen van discriminatie
Polarisatie neemt toe. Wij tegenover zij. 

Door polarisatie neemt de sociale cohesie af. Mensen worden minder met elkaar verbonden. 

Slide 17 - Tekstslide

Discriminatie 
Kenmerken discriminatie: stereotypen en vooroordelen. 

Mensen worden gediscrimineerd op basis van: Culturele achtergrond of afkomst, uiterlijk, geslacht, seksuele geaardheid, leeftijd, geloof of handicap. 

Slide 18 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat?: Maken van opdrachten 12, 13 & 14.
Hoe?: Zelfstandig en stil. Oortjes mogen.
Tijd: 25 minuten
Klaar? Maak de begrippenlijst & samenvatting verder af.
timer
7:00

Slide 19 - Tekstslide

Nakijken van de opdrachten
We kijken de opdrachten & begrippenlijst na.

Slide 20 - Tekstslide

Sociaal Experiment

Slide 21 - Tekstslide