2020 2021 k3c - 29 01 2021 - adjectives

Word order
Adjectives
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Word order
Adjectives

Slide 1 - Tekstslide

Today, January 29th 2021
  • Woordvolgorde -> adjectives.

  • Quiz vocabulary ABC thema 4 

Slide 2 - Tekstslide

Thema 3 - Part E
In the ad, the underlined words are
adjectives. 

What do the underlined words mean?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Word order - adjectives
Vaste woordvolgorde: WIE - DOET - WAT - WAAR - WANNEER
He watched a film at home last weekend.
WIE: he
DOET: watched
WAT: a film
WAAR: at home
WANNEER: last weekend

Slide 5 - Tekstslide

Word order - adjectives

Slide 6 - Tekstslide

Word order - adjectives
You wear a lovely dress
Adjectives vóór het zelfstandig naamwoord

Uitzondering: 
Bij de woorden am, are, is, look, appear, seem komt het adjective áchter het werkwoord.
                                                                    I am very tired.

Slide 7 - Tekstslide

Wat is de standaard woordvolgorde in het Engels? (5 woorden)

Slide 8 - Open vraag

Wat is de adjective in deze zin?
They live in a beautiful house.
A
they
B
live
C
beautiful
D
house

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de adjective in deze zin?
She wore a beautiful dress.

A
she
B
wore
C
beautiful
D
dress

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de adjective in deze zin?
This shop is much nicer.
A
this shop
B
is
C
much
D
nicer

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de adjective in deze zin?
This glass is breakable.
A
This
B
glass
C
is
D
breakable

Slide 12 - Quizvraag

Welke zin staat in de juiste woordvolgorde?
A
He didn't see the red light.
B
He didn't see red the light.
C
He didn't see the light red.

Slide 13 - Quizvraag

Welke zin staat in de juiste woordvolgorde?
A
You seemed in class stressed.
B
You seemed stressed in class.
C
You stressed seemed in class.

Slide 14 - Quizvraag

Welke zin staat in de juiste woordvolgorde?
A
I had a weird dream again.
B
I had a dream weird again.
C
I had a weird again dream.

Slide 15 - Quizvraag

Homework
Nu eerst: quizizz vocabulary ABC!

Huiswerk: 
Google Classroom, opdracht 'woordvolgorde oefening'. 

Slide 16 - Tekstslide