Mentorles cl2 Samen in de klas

Samen in de klas

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMentorlesISK

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Samen in de klas

Open de les rustig en positief. Benoem dat de klas samen kijkt naar wat al goed gaat, wat beter kan en hoe leerlingen elkaar kunnen helpen.

Pak je IPad

pak ook een pen en papier

of woordschrift !


schrijf die woorden op die je wil gebruiken en of leren

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Ik kan in eigen woorden zeggen

  1. wat goed gaat in de klas


  1. wat beter kan !


  1. Welke tips kunnen helpen bij een nog leukere klas maken.

Houd de taal eenvoudig op A1-niveau. Je kunt 'simpele woorden' zeggen als dat beter past bij de groep.

Wat gaat er goed?

Woorden en zinnen die passen:

  • rustig

  • vriendelijk

  • op tijd

  • samenwerken

  • luisteren

  • helpen

  • netjes

  • hard werken

Laat leerlingen deze woorden eerst horen en zien. Eventueel kort voordoen met gebaren of voorbeelden.

Voorbeelden van goed

  • We luisteren naar de docent.

  • We helpen elkaar.

  • We zijn op tijd.

  • We werken goed samen.

  • De klas is netjes.

  • Iedereen doet mee.

Koppel elk voorbeeld aan herkenbare klassensituaties, zoals begin van de les, groepswerk en opruimen.

Wat past goed bij de zin:


Wat gaat er goed in de klas?

A

samenwerken

B

te laat

C

rommelig

D

storen

Checkt of leerlingen positieve voorbeelden kunnen herkennen uit slides 2-5.

Goed in onze klas

Als iets goed gaat, is de sfeer fijn.

Leerlingen voelen zich veilig.

Werken en leren gaat dan beter.

Dit is de betekenislaag van vraag 1: niet alleen noemen wat goed gaat, maar ook waarom dat belangrijk is.

Nog meer goede dingen

  • We wachten op onze beurt.

  • We praten netjes met elkaar.

  • We maken ons werk.

  • We letten goed op.

  • We komen met spullen naar de les.

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaat goed in onze klas?

Laat leerlingen korte woorden of korte zinnen geven, bijvoorbeeld: rustig, helpen, luisteren, op tijd, samenwerken. Gebruik de antwoorden als opstap naar de volgende slides met voorbeeldwoorden.

Maak de zinnen af

In onze klas gaat veel goed. We luisteren naar de docent en we helpen elkaar. We zijn op tijd en de klas is netjes.

luisteren
helpen
op tijd
netjes
druk
te laat
rommelig
storen

Alle woorden komen direct uit de eerste inhoudsblok-slides en zijn A1-niveau.

Noem 1 of 2 dingen die goed gaan in onze klas !

Bespreek klassikaal concrete voorbeelden, zoals luisteren, helpen, samenwerken, op tijd zijn, netjes werken. Er zijn geen vaste goede antwoorden; het doel is positieve observaties delen.

Wat kan er beter?

Woorden en zinnen die passen:

  • te laat

  • druk

  • rommelig

  • niet luisteren

  • niet opletten

  • veel praten

  • elkaar storen

  • werk niet afmaken

Houd de toon veilig en neutraal. Het gaat om gedrag in de klas, niet om personen.

Voorbeelden van beter

  • Soms is het te druk.

  • Sommige leerlingen komen te laat.

  • Niet iedereen luistert goed.

  • Er wordt veel gepraat.

  • De klas is soms niet netjes.

  • Huiswerk niet geleerd.

  • Huiswerk niet gemaakt.

Gebruik 'soms' om te voorkomen dat leerlingen het als aanval voelen.

Waarom moet het beter?

Als het niet goed gaat in de klas,

is leren moeilijker.


Dan is er minder rust en minder aandacht.


En leerling komt niet tot leren

Benadruk het effect op iedereen in de klas: rust, aandacht en leren.

Kleine dingen, groot effect

  • te laat komen → les missen

  • veel praten → minder rust

  • niet luisteren → fouten maken

  • rommel → onrust in de klas

Lees de pijlen rustig voor. Dit maakt oorzaak en gevolg zichtbaar op A1-niveau.

Wat is een goed voorbeeld

van iets dat beter kan?

A

op tijd

B

veel praten

C

helpen

D

netjes

Gebaseerd op slides 6-9: leerlingen onderscheiden wat beter kan van wat al goed gaat.

Maak de zinnen af

Soms is het druk in de klas. Dan is er minder rust en minder aandacht. Als leerlingen niet luisteren, is leren moeilijker.

druk
rust
aandacht
moeilijker
vriendelijk
netjes
helpen
samenwerken

Deze oefening koppelt gedrag aan effect: drukte leidt tot minder rust en aandacht.

Wat kan in onze klas beter?

1

op tijd komen

2

minder praten

3

beter luisteren

4

netter werken

5

op je beurt wachten

Deze slide heeft geen instructies

Tips voor elkaar

  • Luister als iemand praat.

  • Kom op tijd.

  • Help een klasgenoot.

  • Maak je werk af.

  • Houd de klas netjes.

  • Praat rustig.

Deze slide geeft direct bruikbare taal voor vraag 3.

Zo help je de klas

Een goede tip is kort en duidelijk.

Een goede tip helpt iedereen.

Een goede tip is vriendelijk.

Je kunt hier modelleren: 'Praat zacht' is duidelijker dan 'Doe normaal'.

Voorbeelden van tips

  • Zet je I-Pad weg.

  • Steek je vinger op.

  • Begin snel met werken.

  • Ruim je tafel op.

  • Wacht op je beurt.

  • Vraag hulp als iets moeilijk is.

Kies voorbeelden die passen bij de gewoonten en regels van deze klas.

Samen beter

Iedereen kan iets doen.

Kleine stappen helpen.

Samen zorgen we voor een fijne klas.

Rond inhoudelijk af met een positieve gezamenlijke boodschap.

Welke tip is kort, duidelijk en vriendelijk?

A

Doe normaal

B

Praat rustig

C

Jij stoort altijd

D

Waarom let je niet op

Sluit aan bij slide 11: een goede tip is kort, duidelijk en vriendelijk.

Woordenlijst

druk - niet rustig

rommelig - niet netjes

storen - iemand lastig maken

werk afmaken - klaar maken

op letten - goed kijken en luisteren

beurt - het moment dat jij mag

tip - een kort advies

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

rustig - stil en kalm

vriendelijk - aardig tegen anderen

samenwerken - samen werken

luisteren - goed horen en letten op

netjes - opgeruimd en in orde

op tijd - niet te laat

helpen - iets doen voor een ander

Deze slide heeft geen instructies

Maak de tekst compleet

Een goede tip is kort en duidelijk. Je kunt zeggen: kom op tijd en houd de klas netjes.

tip
duidelijk
op tijd
netjes
druk
rommelig
te laat
storen

Herhaalt de taal van slides 10-13 in een eenvoudige, bruikbare vorm.

Welke tip wil jij geven aan de klas?

Laat leerlingen een korte, vriendelijke tip geven die iedereen kan gebruiken, bijvoorbeeld: luister goed, praat zacht, wacht op je beurt, ruim je tafel op.

Wat ga jij morgen beter doen?

Reflectievraag over toepassen. Stimuleer één kleine, haalbare stap, zoals op tijd komen, minder praten of beter luisteren.

Wat heb jij geleerd in deze les?

Reflectievraag zonder goed of fout. Mogelijke antwoorden: beter luisteren, dat kleine dingen groot effect hebben, hoe je een vriendelijke tip geeft.