Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Examentraining
Interest en waarde: zo pak je examenvragen aan
Euromunten en eurobiljetten
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Examentraining
Interest en waarde: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Wat ga je kunnen?
Ik kan in examenopgaven over interest de juiste berekening kiezen en uitvoeren.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven (bedrag, percentage, jaren) en wat wordt gevraagd?
2. Teken: zet de bedragen op een tijdlijn en let op begin of einde van het jaar.
3. Kies: vooruit rekenen is eindwaarde, terug rekenen is contante waarde; bij een reeks gebruik je de somformule.
4. Controleer: eindwaarde groter dan het beginbedrag, contante waarde kleiner dan het bedrag later.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Vraagtype 1: Een bedrag
Eind- en contante waarde: kijk eerst of het geld vooruit gaat (eindwaarde) of terug (contante waarde).
Casus: Dierenkliniek Bos legt € 18.000 vast voor 5 jaar tegen 3,2% samengestelde interest per jaar.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is de eindwaarde van het bedrag van de kliniek na 5 jaar?
€ 20.880,00
€ 21.070,31
€ 18.576,00
€ 15.377,09
Syllabus 11.2.8. 1,032^5 = 1,170573, maal € 18.000 is € 21.070,31. Fouten: € 20.880 is enkelvoudig (18.000 x 1,16), € 18.576 is één jaar, € 15.377,09 is terugrekenen.
Contante waarde van € 12.000, 4 jaar, 2,5%?
Syllabus 11.2.8. € 12.000 / 1,025^4 = € 12.000 / 1,103813 = € 10.871,41. Verwachte fout: vermenigvuldigen (€ 13.245,75).
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Vraagtype 2: Twee soorten
Enkelvoudig of samengesteld: reken bij twee aanbiedingen voor elke looptijd uit welke het meeste oplevert.
Casus: Noordster biedt 4% enkelvoudig, Zuidwest 3,8% samengesteld. Beide over € 10.000.
Deze slide heeft geen instructies
Welke bank geeft het hoogste bedrag na 3 jaar en na 12 jaar?
Beide keren Noordster
Beide keren Zuidwest
3 jaar Zuidwest, 12 jaar Noordster
3 jaar Noordster, 12 jaar Zuidwest
Syllabus 11.2.6-11.2.8. Na 3 jaar: Noordster € 11.200, Zuidwest 10.000 x 1,038^3 = € 11.183,87. Na 12 jaar: Noordster € 14.800, Zuidwest € 15.644,74. Samengesteld haalt het in bij langere looptijd. Verwachte fout: alleen naar het hoogste percentage kijken.
Het percentage gaat van 3% naar 6%. Wat gebeurt met de interest over 10 jaar?
Beide precies dubbel
Enkelvoudig meer dan dubbel, samengesteld precies dubbel
Beide minder dan dubbel
Enkelvoudig precies dubbel, samengesteld meer dan dubbel
Syllabus 11.2.6. Enkelvoudig is evenredig met i. Samengesteld over 10 jaar: 1,03^10 - 1 = 34,4% en 1,06^10 - 1 = 79,1%, meer dan het dubbele (68,8%). Verwachte fout: denken dat alles evenredig is met het percentage.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Vraagtype 3: Een reeks
Reeks gelijke bedragen: de somformule staat in het examen: som = a x (1 - r^n) / (1 - r).
Casus: Karim stort 6 jaar lang aan het einde van elk jaar € 3.000 tegen 4% samengestelde interest.
Deze slide heeft geen instructies
Eindwaarde van Karims reeks na 6 jaar?
Syllabus 11.2.9. EW = 3.000 x (1,04^6 - 1) / 0,04 = 3.000 x 6,632975 = € 19.898,93. Verwachte fout: 6 x 3.000 x 1,04^6, of r = 0,04 kiezen.
Wat is de contante waarde van Karims reeks?
€ 19.898,93
€ 15.726,41
€ 18.000,00
€ 14.225,66
Syllabus 11.2.9. CW = 3.000 x (1 - 1,04^-6) / 0,04 = 3.000 x 5,242137 = € 15.726,41. Fouten: € 19.898,93 is de eindwaarde, € 18.000 is de som zonder interest, € 14.225,66 is € 18.000 in één keer 6 jaar terugrekenen.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Vraagtype 4: Kiezen
Kiezen en vergelijken: reken termijnen om naar contante waarde en vergelijk met de prijs nu.
Casus: Garage Visser koopt een machine: nu € 40.000 of 4 jaar lang € 11.000 aan het einde van elk jaar. Rekenrente 5%.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is voordeliger voor de garage?
Nu betalen: de termijnen kosten samen € 44.000
Nu betalen: eindwaarde termijnen is € 47.411,38
Termijnen: contante waarde € 39.005,46 is lager
Gelijk, want rekenrente en looptijd vallen weg
Syllabus 11.2.8-11.2.9. CW = 11.000 x (1 - 1,05^-4) / 0,05 = 11.000 x 3,545951 = € 39.005,46, lager dan € 40.000. Foute redenering: nominale bedragen of eindwaarde vergelijken met de prijs nu.
De termijnen gaan aan het begin van elk jaar. Wat verandert er?
CW wordt € 40.955,73: nu betalen is goedkoper
CW blijft € 39.005,46: termijnen blijven goedkoper
CW wordt € 37.148,05: termijnen worden goedkoper
CW wordt € 44.000: nu betalen is goedkoper
Syllabus 11.2.9. Begin van het jaar: x 1,05, dus € 39.005,46 x 1,05 = € 40.955,73. Dat is meer dan € 40.000. Fouten: niet aanpassen, delen in plaats van vermenigvuldigen (€ 37.148,05).
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Eind- en contante waarde
Enkelvoudig of samengesteld
Reeks gelijke bedragen
Kiezen en vergelijken
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INTEREST
Tips voor op het examen
Zet gegevens altijd eerst op een tijdlijn en bepaal of het begin of einde van het jaar is.
Doe de schattingscontrole: eindwaarde groter, contante waarde kleiner dan het bedrag zelf.
Reken i als decimaal (0,04), niet als 4, en vul 1 + i in de macht in.
Bij een reeks: kies a en r zorgvuldig, de somformule krijg je maar je moet hem kunnen gebruiken.
Deze slide heeft geen instructies