10.6 Het hormoonstelsel

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.6 blz. 147 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 35
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 35 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.6 blz. 147 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je weet wat reflexen zijn en welke functies ze hebben.

  • Je kunt beschrijven hoe een reflexboog werkt.

10.6 Het hormoonstelsel

Thema 10 Regeling

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip hormonen?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet hoe het hormoonstelsel is opgebouwd en werkt.

  • Je kunt de belangrijkste hormoonklieren in een afbeelding aanwijzen.

  • Je weet hoe hormonen uit de hypofyse en schildklier werken.

  • Je weet hoe hormonen uit de eilandjes van Langerhans en de bijnieren werken.

Hormonen

  • Klieren maken en scheiden stoffen af.

  • Hormoonklieren maken hormonen.

  • Hormonen worden direct aan het bloed afgegeven.

  • Via het bloed worden hormonen door het hele lichaam vervoerd.

  • Alleen organen die gevoelig zijn voor een bepaald hormoon reageren daarop.

  • Hormonen regelen vooral langzame, langdurige processen in het lichaam.

  • Voorbeelden van processen die door hormonen worden geregeld:

    • groei en ontwikkeling;

    • stofwisseling;

    • voortplanting.

Voordoen

Wat is het verschil tussen een gewone klier en een hormoonklier?

Een hormoonklier maakt hormonen. Een gewone klier maakt andere stoffen, zoals speeksel of zweet.

Zelf oefenen

Welke manier van regelen past beter bij een snelle reactie: hormonen of impulsen van zenuwen? Leg uit.

Impulsen van zenuwen, omdat hormonen vooral langzame en langdurige processen regelen.

De hypofyse

  • De hypofyse ligt aan de onderkant van de hersenen.

  • De hypofyse is een belangrijke hormoonklier.

  • De hypofyse maakt verschillende hormonen.

  • Het groeihormoon regelt de groei van botten en spieren.

  • Tijdens de puberteit wordt extra groeihormoon geproduceerd, waardoor een groeispurt ontstaat.

  • Te veel groeihormoon kan leiden tot reuzengroei.

  • Te weinig groeihormoon kan leiden tot dwerggroei.

  • De hypofyse maakt ook hormonen die andere hormoonklieren aansturen.

Voordoen

Waar ligt de hypofyse?

Aan de onderkant van de hersenen.

Zelf oefenen

Waarom groeien veel jongeren snel tijdens de puberteit?

Omdat de hypofyse in de puberteit meer groeihormoon produceert.

De schildklier

  • De schildklier ligt in de hals, vóór het strottenhoofd en tegen de luchtpijp.

  • De schildklier maakt schildklierhormoon.

  • De hypofyse regelt hoeveel schildklierhormoon wordt geproduceerd.

  • Schildklierhormoon beïnvloedt:

    • de stofwisseling;

    • de groei en ontwikkeling.

  • Te veel schildklierhormoon zorgt voor een snellere stofwisseling:

  • Te weinig schildklierhormoon zorgt voor een langzamere stofwisseling:

  • Door jodiumtekort kan de schildklier vergroot raken (struma)

Voordoen

Waarom val je vaak af als je te veel schildklierhormoon produceert?

Omdat de stofwisseling sneller verloopt en er meer verbranding in de cellen plaatsvindt.

Zelf oefenen

Twee personen eten evenveel. Persoon A produceert veel schildklierhormoon en persoon B weinig schildklierhormoon. Wie zal waarschijnlijk sneller afvallen en waarom?

Persoon A. Door de grotere hoeveelheid schildklierhormoon verloopt de stofwisseling sneller en vindt meer verbranding in de cellen plaats.

De eilandjes van Langerhans

  • De eilandjes van Langerhans zijn groepjes cellen in de alvleesklier.

  • De alvleesklier is een verteringsklier, maar de eilandjes van Langerhans werken als hormoonklieren.

  • De eilandjes produceren de hormonen:

    • insuline

    • glucagon

  • Deze hormonen regelen samen het glucosegehalte van het bloed.

  • Hierdoor blijft de hoeveelheid glucose in het bloed zo veel mogelijk constant.

Voordoen

Welke twee hormonen maken de eilandjes van Langerhans?

Insuline en glucagon.

Zelf oefenen

Waarom zijn insuline en glucagon belangrijk?

Ze houden het glucosegehalte van het bloed zo veel mogelijk constant.

Glucosegehalte regelen

  • Koolhydraten uit voedsel worden verteerd tot glucose.

  • Glucose wordt in het bloed opgenomen en is een belangrijke brandstof voor cellen.

  • Het glucosegehalte van het bloed blijft normaal rond 0,1%.

  • Na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt het glucosegehalte.

  • De eilandjes van Langerhans maken dan insuline.

  • Insuline zorgt ervoor dat glucose door cellen wordt opgenomen en als glycogeen wordt opgeslagen in lever en spieren.

  • Tijdens inspanning daalt het glucosegehalte van het bloed.

  • De eilandjes van Langerhans maken dan glucagon.

  • Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen weer wordt omgezet in glucose.

  • Insuline en glucagon hebben een tegengestelde werking en houden samen het glucosegehalte constant.

Voordoen

Welk hormoon wordt afgegeven als het glucosegehalte van het bloed te hoog wordt?

Insuline

Zelf oefenen

Welk hormoon wordt afgegeven als het glucosegehalte van het bloed te laag wordt?

Glucagon

Diabetes

  • Bij diabetes maken de eilandjes van Langerhans te weinig insuline of reageert het lichaam niet goed op insuline.

  • Daardoor wordt minder glucose opgenomen door de cellen.

  • Het glucosegehalte van het bloed stijgt.

  • Is het glucosegehalte hoger dan ongeveer 0,16%, dan komt glucose in de urine terecht.

  • Mensen met diabetes moeten hun glucosegehalte regelmatig controleren.

  • Bij diabetes type 1 maakt het lichaam geen of te weinig insuline.

  • Mensen met diabetes type 1 moeten insuline toedienen via injecties of een insulinepomp.

  • Een ongezonde leefstijl vergroot de kans op diabetes type 2.

  • Mensen met diabetes kunnen met de juiste behandeling meestal normaal leven.

Voordoen

Wat is diabetes?

Een ziekte waarbij het lichaam te weinig insuline maakt of niet goed reageert op insuline.

Zelf oefenen

Een leerling heeft diabetes type 1. Waarom moet deze leerling insuline gebruiken?

Omdat het lichaam zelf geen of te weinig insuline maakt.

Bijnieren

  • De bijnieren liggen bovenop de nieren.

  • De bijnieren produceren het hormoon adrenaline.

  • Adrenaline komt vrij bij spannende situaties, bijvoorbeeld als je bang, boos of nerveus bent.

  • Adrenaline zorgt ervoor dat je lichaam snel kan reageren.

  • Onder invloed van adrenaline:

    • stijgt de hartslag;

    • gaat de ademhaling sneller;

    • wordt in de lever glycogeen omgezet in glucose;

    • stijgt het glucosegehalte van het bloed.

  • Hierdoor krijgen spieren meer brandstof en energie.

  • Adrenaline werkt snel, maar de werking duurt kort.

Voordoen

Welk hormoon produceren de bijnieren?

Adrenaline.

Zelf oefenen

Waarom stijgt het glucosegehalte van het bloed onder invloed van adrenaline?

Omdat glycogeen in de lever wordt omgezet in glucose en aan het bloed wordt afgegeven

Aan het werk!

Maken opdrachten 10.6: 1, 2, 3, 5, 6 en 7

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken test jezelf 10.6

Veel goed? -> Maken 8+ online extra 


 


5

m

00

s

Leerdoelen checken

  • Je weet hoe het hormoonstelsel is opgebouwd en werkt.

  • Je kunt de belangrijkste hormoonklieren in een afbeelding aanwijzen.

  • Je weet hoe hormonen uit de hypofyse en schildklier werken.

  • Je weet hoe hormonen uit de eilandjes van Langerhans en de bijnieren werken.