Katern 5 hoofdstuk 1 lessonup klas - theorie

Katern 5 hoofdstuk 1 
Alleen theorie
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 43 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Katern 5 hoofdstuk 1 
Alleen theorie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 1 Samenwerken
1.1 Speltheorie
1.2 Onderhandelen en samenwerken
1.3 De overheid en niet-optimale uitkomsten
1.4 Samenwerken en onderhandelen in context

Slide 2 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

§ 1.1 Speltheorie
Leerdoelen, Je kunt:
- het belang van informatie bij speltheorie binnen de economie uitleggen en je herkent verschillende soorten spellen
- een evenwicht in een opbrengstenmatrix bepalen met behulp van de best response-methode
- uitleggen wat een gevangenendilemma is en je kunt deze herkennen in een opbrengstenmatrix
- uitleggen waarom de uitkomst van een gevangenendilemma niet optimaal is.
Je begrijpt wat een prijzenoorlog (plus onderliggende motieven) is




Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Speltheorie: Theorie over de manier waarop mensen beslissingen nemen, waarbij ze rekening houden met de mogelijk uitkomst van keuzes van anderen.

Er zijn twee soorten spellen:
- Simultaan spel: Spelers nemen gelijktijdig beslissingen.
- Sequentieel spel Spelers nemen achtereenvolgens beslissingen.



Slide 4 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt het gevangenendilemma omschrijven
Het bekendste (simultane) spel is het Prisoners’ dilemma (gevangenendilemma):
Gevangenendilemma: Een situatie of spel waarin een evenwicht ontstaat waarbij de uitkomst voor beide spelers niet optimaal is.




Slide 5 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt het gevangenendilemma omschrijven
De opbrengsten van een dilemma geven we weer in een opbrengstenmatrix; deze bestaat (veelal) uit 4 vakken
Het eerste cijfer in een vakje behoort bij de rij-speler (links van de matrix genoemd). Het tweede cijfer hoort bij de kolom-speler (boven de matrix genoemd).
Oplossing: Om tot een evenwicht te komen in een opbrengstenmatrix moet je vier keer 2 getallen vergelijken, met de vragen:
Als speler A kiest voor strategie 1, kiest speler B dan voor strategie 1 of strategie 2, enz




Slide 6 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Nash-evenwicht: Combinatie van strategieën van de spelers die leidt tot een resultaat waarbij geen van de spelers een reden heeft om van strategie te veranderen, gegeven de strategie van de ander.



Slide 7 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Individuele belang: Het vooropstellen van het eigen belang in een dilemma.

Niet-optimale uitkomst: Een uitkomst in een gevangenendilemma die mogelijk voor beide spelers beter zou kunnen, maar niet tot stand komt.

Collectief belang: Het kiezen voor een gezamenlijk belang om een betere uitkomst voor alle partijen te krijgen. --> bv door overleg



Slide 8 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Een spel kan daarnaast:

- eenmalig zijn: er is één spelronde.
- herhaald zijn: er zijn meerdere spelrondes.

En een spel kan:
- coöperatief zijn: het beste resultaat voor de hele groep.
- niet-coöperatief zijn: het beste resultaat voor jezelf.


Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Een prijsverlaging door een bedrijf lokt vaak een zelfde reactie uit van de concurrent. Hierdoor kan een prijzenoorlog (= strijd tussen concurrenten op basis van prijsverlagingen) ontstaan.
--> Het ontstane voordeel van een lagere prijs is dan vrijwel direct weer verdwenen. Het enige wat overblijft (bij gelijkblijvende kosten) is een lagere winstmarge.
--> Toch doen bedrijven in een oligopolistische markt (supermarkten, telecombedrijven, tankstations) het vaak. Doel is dan om de concurrent uit te schakelen.


Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 1.2 Samenwerken en onderhandelen
Leerdoelen, Je kunt:
- de beginselen van een ultimatumspel noemen
- bij een sequentieel spel vanuit een matrix een spelboom opstellen en vervolgens het evenwicht bepalen
- aan de hand van voorbeelden uitleggen hoe zelfbinding kan leiden tot samenwerken
* Je begrijpt hoe een contract kan helpen bij het nakomen van gemaakte afspraken
* Je weet hoe verzonken kosten de beslissingen bij een spel kunnen beïnvloeden




Slide 11 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Vaak worden beslissingen niet gelijktijdig, maar sequentieel genomen.
De één reageert op de beslissing van de ander.

De mogelijke uitkomsten geef je
dan weer in een spelboom
(of beslissingsboom)
En niet in een opbrengsten-
matrix

Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Spelboom: Een chronologisch overzicht van de mogelijke uitkomsten in een sequentieel spel.

Ultimatum spel: Spel waarbij een partij een aanbod van een andere partij kan aannemen of weigeren. Bijvoorbeeld bij de verdeling van een geldbedrag.




Slide 13 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Overleg of samenwerken beter zijn voor het collectief belang.
--> Maar, samenwerken brengt ook risico’s met zich mee:
Is de ander te vertrouwen?

Mogelijke oplossingen hiervoor:
- Een contract en boetes kunnen hierbij helpen.
- Ook sociale normen spelen een rol.
- Of zelf het goede voorbeeld geven door zelfbinding.


Slide 14 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Contract: Document waarin gemaakte afspraken zijn vastgelegd.

Sociale normen: Ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen.

Zelfbinding: Een van beide partijen maakt vooraf zijn keuze bekend, om vertrouwen van de tegenpartij te winnen.


Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt de speltheorie omschrijven
Een ander risico bij samenwerking zijn de gemaakte kosten (investering in tijd of geld) door één van de partijen.

--> Mislukt de samenwerking, dan is er sprake van verzonken kosten.

Verzonken kosten: Kosten die gemaakt zijn voor een samenwerking, maar niet zijn terug te verdienen wanneer de samenwerking niet doorgaat.



Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 1.3 De overheid en niet-optimale uitkomsten
Leerdoelen, Je kunt:
- uitleggen wat positieve en negatieve externe effecten zijn
- uitleggen wat maatschappelijke kosten zijn
- je begrijpt dat er bij productie van goederen meeliftgedrag kan ontstaan




Slide 17 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Je kunt uitleggen wat positieve en negatieve externe effecten zijn
Externe effecten: Een bijkomstig gevolg van productie of consumptie, dat niet door de veroorzaker wordt betaald.
--> kunnen positief en negatief zijn

Maatschappelijke kosten: Kosten als gevolg van externe effecten.
Maatschappelijke opbrengsten: Opbrengsten als gevolg van externe effecten.






Slide 18 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt collectieve goederen omschrijven
Negatieve externe effecten en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke kosten zijn ongewenst.
--> Om deze te voorkomen past de overheid soms collectieve dwang toe (bijvoorbeeld bij het innen van belastingen).
--> Met deze belastingen worden collectieve goederen geproduceerd. 

Collectieve dwang: Middelen die worden ingezet om negatieve externe effecten te voorkomen.





Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt collectieve goederen omschrijven
Collectieve goederen: Met belastinggeld geproduceerde goederen.
--> Dijken, rechtspraak, politie, leger, straatverlichting

Kenmerken van collectieve goederen:
- door de overheid geproduceerd
- niet in individuele eenheden te splitsen (niet splitsbaar)
- er kan geen prijs voor in rekening worden gebracht (niet uitsluitbaar)







Slide 20 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt collectieve goederen omschrijven
Naast collectieve goederen, kun je ook quasi-collectieve en individuele goederen onderscheiden.

Quasi-collectieve goederen: Goederen waarvan de lasten grotendeels door de overheid worden betaald, maar die individueel kunnen worden afgenomen (splitsbaar)
--> Voorbeelden: school, bibliotheek, gezondheidszorg







Slide 21 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt individuele goederen omschrijven
Individuele goederen: Goederen die door de markt worden geproduceerd en individueel kunnen worden afgenomen.
--> Voorbeelden: kleren, telefoons, eten, fatbikes etc

Deze goederen zijn splitsbaar (in individuele eenheden) en uitsluitbaar (als je niet betaalt, word je uitgesloten van gebruik)

Slide 22 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt collectieve goederen omschrijven
d en individueel kunnen worden afgenomen.










Slide 23 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

je begrijpt dat er bij productie van goederen meeliftgedrag kan ontstaan
De overheid regelt dus allerlei collectieve goederen die maatschappelijk belang hebben (bijvoorbeeld stadsparken, dijken, rechtspraak, brandweer).
--> Om meeliftgedrag bij burgers te voorkomen, wordt de betaling van deze goederen collectief afgedwongen met belastingen.

Meeliftgedrag: Mensen maken wel ergens gebruik van, maar betalen er niet voor.











Slide 24 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 1.4 Samenwerken en onderhandelen in context
Leerdoelen:
- Je kunt uitleggen wat individuele arbeidsvoorwaarden zijn en hoe deze een rol spelen bij de onderhandelingen over een arbeidsovereenkomst
- je weet wat een collectieve arbeidsovereenkomst is en wie de onderhandelingen hierover voeren




Slide 25 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Je kunt uitleggen wat individuele arbeidsvoorwaarden zijn + hun rol bij de onderhandelingen over een arbeidsovereenkomst
Als je nu of later gaat werken, zul je verschillende afspraken moeten maken. Over geld, werkdagen, vakantie, etc. Dit is een vorm van samenwerken en onderhandelen.

De afspraken die je maakt rondom werk noemen we arbeidsvoor-waarden. Je hebt primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.


De arbeidsvoorwaarden worden in een (individuele) arbeidsovereenkomst opgenomen.










Slide 26 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt uitleggen wat individuele arbeidsvoorwaarden zijn + hun rol bij de onderhandelingen over een arbeidsovereenkomst
Arbeidsovereenkomst: Overeenkomst tussen werkgever en werknemer waarin de arbeidsvoorwaarden worden opgenomen.

Primaire arbeidsvoorwaarden: Afspraken met werkgever over werktijden en loon.

Secundaire arbeidsvoorwaarden: Afspraken met een werkgever over aanvullende zaken als pensioen en vakantiedagen.










Slide 27 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt uitleggen wat individuele arbeidsvoorwaarden zijn + hun rol bij de onderhandelingen over een arbeidsovereenkomst
Omdat het veel tijd zou kosten om met iedere werknemer apart alle afspraken te maken worden er belangrijke afspraken voor een hele branche tegelijk gemaakt.

--> Vakcentrales en werkgeverscentrales proberen in samenspraak met de regering tot een Centaal Akkoord te komen.

--> Uiteindelijk worden afspraken per bedrijfstak opgenomen in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Door een cao algemeen verbindend te verklaren is deze van toepassing op alle werknemers in dezelfde bedrijfstak.









Slide 28 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Je kunt uitleggen wat individuele arbeidsvoorwaarden zijn + hun rol bij de onderhandelingen over een arbeidsovereenkomst
Centraal Akkoord: Landelijke afspraken over arbeids-voorwaarden tussen werkgevers- en werknemerscentrales en de regering.

cao: Afspraken over arbeidsvoorwaarden binnen een bedrijfstak of bedrijf.

algemeen verbindend verklaren: De cao geldt voor iedereen in dezelfde bedrijfstak











Slide 29 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Katern 3 Paragraaf 2.4 Arbeidsmarkt
Deze paragraaf gaat over de arbeidsmarkt en overlapt deels met paragraaf 1.4 van katern 5.
--> beide behandelen individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§ 2.4 Arbeidsmarkt
Leerdoelen, Je kunt:
- het aanbod op de arbeidsmarkt beschrijven aan de hand van de begrippen beroepsbevolking, beroepsgeschikte bevolking en werkzame beroepsbevolking.
- de vraag op de arbeidsmarkt beschrijven.
- de bruto en netto participatiegraad berekenen.
- (verschillende vormen van) werkloosheid omschrijven.
- (onderhandelingen over) arbeidsvoorwaarden omschrijven.



Slide 31 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag

Slide 32 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag

Slide 33 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Je kunt de beroepsbevolking omschrijven

Slide 34 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt de participatiegraad omschrijven
Participatiegraad:  De mate waarin mensen deelnemen aan de arbeidsmarkt.







Slide 35 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt de participatiegraad omschrijven
De participatiegraad is de afgelopen decennia gestegen door o.a.:

- Verhoogde pensioenleeftijd

- Meer vrouwen zijn gaan werken

- Meer deeltijdwerk
- Betere voorzieningen voor kinderopvang en ouderschapsverlof





Slide 36 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt de participatiegraad omschrijven
De vraag naar arbeid bestaat uit alle banen bij organisaties en de overheid. Dit is de werkgelegenheid.

Werkgelegenheid = bezette banen + vacatures
(gemeten in personen of in arbeidsjaren)
Arbeidsjaren: Voltijdbanen op jaarbasis.







Slide 37 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt de participatiegraad omschrijven
De arbeidsmarkt is heterogeen (verschillende soorten banen en werknemers) en vraag en aanbod is vaak niet in evenwicht.

Als het aanbod > de vraag (ruime arbeidsmarkt) is er sprake van werkloosheid.

Als het aanbod < de vraag spreken we van een krappe arbeidsmarkt








Slide 38 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt arbeidsvoorwaarden omschrijven
De overheid grijpt in op de arbeidsmarkt om ongewenste effecten te voorkomen. Een voorbeeld van ongewenste effecten zijn te lage prijzen op de markt.
De overheid grijpt in met minimumprijzen: het minimumloon
Minimumloon: Het loon dat een werkgever, volgens de wet, minimaal moet uitbetalen.








Slide 39 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt arbeidsvoorwaarden omschrijven
Lonen worden vastgelegd in arbeidsovereenkomsten:
- individueel (tussen één werkgever en één werknemer)
- collectief (cao) (tussen vakbonden en één of meerdere werkgeversorganisaties)








Slide 40 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt arbeidsvoorwaarden omschrijven
Loon is een voorbeeld van een primaire arbeidsvoorwaarde. (Voorwaarden die betrekking hebben op de financiële beloningen zoals loon, vakantiegeld en overwerktoeslagen).

Daarnaast zijn er ook secundaire arbeidsvoorwaarden. (Voorwaarden die betrekking hebben op andere beloningen dan in geld zoals
opleidingsmogelijkheden, kinderopvang en verlofregelingen en een auto van de zaak.








Slide 41 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt werkloosheid omschrijven
Werkloosheid: Geregistreerde werkloosheid omvat mensen tussen 15 en 75 jaar die ingeschreven staan bij het UWV en minimaal 1 uur per week willen werken.









Slide 42 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

§ 2.4 Je kunt de participatiegraad omschrijven

Slide 43 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.