Herhaling H2
Krachten
Kracht en beweging
Herhaling H2
Krachten
Kracht en beweging
Leerdoelen H2
Voor de toets kan je:
Zwaartekracht berekenen
Veerconstante uitleggen en berekenen
Krachtenschaal
Voortstuwen en tegenwerken
Zwaartekracht berekenen
Fz = m x g
Fz = zwaartekracht in N
m = massa in kg
g = valversnelling -> op aarde 9,8 m/s2
Je heb een massa van 5 kg. Bereken de zwaartekracht op aarde.
0,5 N
5 N
49 N
4,9 N
Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 500 N. Bereken de massa.
51 g
0,02 g
0,02 kg
51 kg
Je hebt een massa van 60 g. Bereken de zwaartekracht.
588 N
58,8 N
5,88 N
0,588 N
Veerconstante
De hoeveelheid kracht die nodig is om een veer 1 cm of 1 meter uit te rekken.
Een constante waarde, afhankelijk van het materiaal
Veer en massa
De uitrekking van een veer is afhankelijk van de kracht die wordt uitgeoefend op de veer.
Veerconstante
Hoe groter de veerconstante des te stugger de veer.
Een veertje van 10 cm lang wordt uitgerekt met een kracht van 8N . De veerconstante 2 N/cm. Hoe ver rekt de veer uit?
4 cm
14 cm
16 cm
20 cm
Welke veer heeft de grootste veerconstante?
C
D
Welke veer is het stugst?
C
D
krachtenschaal
In een krachtentekening wordt een krachtenschaal gebruikt. Deze geeft aan hoe groot de kracht is van een vector van 1 cm.
Bijvoorbeeld: 1 cm ≙ 500 N
iedere cm stelt een kracht voor van 500 N
Kracht
Krachtenpijl of vector
Herkennen van een kracht
Waar kan je aan herkennen dat er een kracht werkt?
verandering van vorm (elastisch en plastisch)
verandering van beweging (langzamer of sneller)
verandering van richting
Resultante kracht
Als de voortstuwende kracht kleiner is dan de tegenwerkende kracht is de beweging:
Constant
Versneld
Vertraagd
Achteruit
Als de voortstuwende kracht gelijk is aan alle tegenwerkende krachten welke beweging voert het voorwerp dan uit.
Versneld
Vertraagd
Eenparig
Je trekt een slee vooruit met een kracht van 50 N. De slee beweegt met een constante snelheid. Wat is de weerstand van de slee?
kan je niet weten
50 N
0 N
minder dan 50 N
Zie het (v,t) diagram van een autorit in de afbeelding. Tussen 0 en 2 s is de resulterende kracht...
meewerkend
tegenwerkend
gelijk aan nul
Is op basis van de informatie niet te zeggen
Zie het (v,t) diagram van een autorit in de afbeelding. Tussen 2 en 4 s is de resulterende kracht...
meewerkend
tegenwerkend
gelijk aan nul
Is op basis van de informatie niet te zeggen
Omrekenen m/s naar km/h
Huiswerk
Maak de opdrachten van de oefen toets
Leerdoelen H5
Voor de toets kan je:
De snelheid in km/h en m/s omrekenen
De formule vgem = Δs / Δt gebruiken
De formule a = Δv / Δt gebruiken
De formule F = m x a gebruiken
Uitleggen wat reactietijd en stopafstand is
De afstand uit een v,t-diagram bepalen
Johan fietst met een snelheid van 5,5 m/s, hoeveel km/h is dat?
19,8
5,5
1,53
55
Gemiddelde snelheid
de gemiddelde snelheid is de snelheid gedurende een bepaalde periode.
Ik fiets met 15 km/h naar school, daar doe ik een een over. Hoeveel km moet ik fietsen?
5 km
15 km
30 km
1,5 km
Formule versnelling
Luca trekt op zijn scooter op van 20 km/h naar 30 km/h in 10 s. Bereken zijn versnelling.
1 m/s2
0,27 m/s2
3,6 m/s2
Bereken de versnelling voor a, b, c en d
Tweede wet van Newton
F = m x a
F = kracht
m = massa
a = versnelling
Een fietser met een massa van 85 kg trekt op met een versnelling van 2 m/s2. Bereken de resultante kracht waarmee de fietser vooruit gaat.
170 N
1666 N
42,5 N
Een fietser met een massa van 85 kg trekt op met een versnelling van 2 m/s2. Er is een rolweerstand van 50 N. Bereken de kracht die de fietser moet leveren.
120 N
170 N
220 N
240 N
Stopafstand en afstand
stopafstand = reactie-afstand + remweg
Afstand kun je bepalen door de oppervlakte onder
een v,t,-grafiek te bepalen.
Jaro rijdt op zijn scooter. Hij is moe, waardoor zijn reactietijd langer is dan normaal. Wat gebeurt er dan met de reactieafstand, de remweg en de stopafstand?
De reactieafstand en de remweg worden langer; de stopafstand blijft gelijk.
De reactieafstand en de stopafstand worden langer; de remweg blijft gelijk.
De reactieafstand wordt langer; de remweg en de stopafstand blijven gelijk.
De remweg en de stopafstand worden langer; de reactieafstand blijft gelijk.
Hoeveel afstand legt het voertuig af in de eerste 4 seconden
16 meter
10 meter
12 meter
geen afstand
Leerdoelen H2
Voor de toets kan je:
Zwaartekracht berekenen
Je kunt met parallellogrammethode de resultante bepalen als als krachten een hoek maken
Veerconstante uitleggen en berekenen
Leerdoelen H4
Voor de toets kan je:
De snelheid in km/h en m/s omrekenen
De formule vgem = Δs / Δt gebruiken
De formule a = Δv / Δt gebruiken
De formule F = m x a gebruiken
De afstand uit een v,t-diagram bepalen