Geldzaken H3

Pak alvast je lesbrief geldzaken, schrift, pen en rekenmachine.

Geef alvast een antwoord op de volgende vraag
- Hoe bereken je de liquiditeit van een bank
- Stel een klant stort € 100 op zijn rekening, wat verandert er dan aan de liquiditeit en solvabiliteit van de bank?

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Pak alvast je lesbrief geldzaken, schrift, pen en rekenmachine.

Geef alvast een antwoord op de volgende vraag
- Hoe bereken je de liquiditeit van een bank
- Stel een klant stort € 100 op zijn rekening, wat verandert er dan aan de liquiditeit en solvabiliteit van de bank?

Slide 1 - Tekstslide

na deze les kan je
Vertellen wat wederzijdse schuldaanvaarding is

Slide 2 - Tekstslide

Welke stelling over het Eigen Vermogen is juist ?
A
is altijd positief
B
staat aan de debetzijde van de balans
C
bezittingen min de schulden
D
wijzigt niet

Slide 3 - Quizvraag

Hoe noemen we de rechterzijde van de balans ?
A
Liquide middelen
B
Passiva
C
Debet
D
Activa

Slide 4 - Quizvraag

Welk begrip hoort bij:
De mate waarin een onderneming in staat is haar schulden terug te betalen
A
Liquiditeit
B
Solvabiliteit
C
Staatsschuldquote
D
Bestedingsevenwicht

Slide 5 - Quizvraag

Bereken het solvabiliteitspercentage van deze geldscheppende bank.
A
15,4%
B
13,3%
C
20%
D
66,7%

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Is er bij wederzijdse schuldaanvaarding sprake van geldschepping?
A
soms
B
altijd
C
misschien
D
bijna altijd

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Een afnemer die jou nog moet betalen, is een ....
A
crediteur
B
schuldeiser
C
verstrekker van vreemd vermogen
D
debiteur

Slide 11 - Quizvraag

Maken
Geldzaken H3:blz 17 3.1 t/m 3.9

Weektaak hoofdstuk 3 

Slide 12 - Tekstslide