volgende vragen kun je na het einde van de les beantwoorden?
Wat is een grootheid en een eenheid?
Wat is het meetbereik en het schaaldeel?
EN
Je kent het symbool van een aantal grootheden en de bijbehorende eenheden en definities.
Slide 2 - Tekstslide
Wat is de eenheid en wat de grootheid in deze notatie?
v = 40 m/s
1 : v is eenheid, m/s is grootheid
2 : v is grootheid, m/s is eenheid
Slide 3 - Tekstslide
Voorbeelden van grootheden
Grootheden zijn iets wat je kan meten, zoals:
lengte
massa
temperatuur
oppervlakte
inhoud
tijd
Slide 4 - Tekstslide
grootheid: Massa
eenheid: kilogram >>kg
symbool: m
m=1 kg (lees: massa is 1 kilogram)
Slide 5 - Tekstslide
Meetinstrumenten blz. 16
Slide 6 - Tekstslide
Meetinstrumenten aflezen
Schaalverdeling: de verdeling van de streepjes op het meetinstrument
Schaaldeel: waarde tussen twee streepjes op een meetinstrument
Meetbereik: de waardes die gemeten kunnen worden met het meetinstrument
Slide 7 - Tekstslide
Welk meetinstrument gebruik je?
Grootheid:Meetinstrument:
Lengte
Tijd
Temperatuur
Massa
Volume
Slide 8 - Tekstslide
Schaaldeel/Bereik
Slide 9 - Tekstslide
Meetbereik en schaaldeel
De waarden die je met een meetinstrument kunt meten, noem je het meetbereik van het meetinstrument.
Een schaaldeel is de waarde tussen twee streepjes op de schaalverdeling.
Meetbereik:
Schaaldeel:
°50−°300
°5
Slide 10 - Tekstslide
schaaldeel
1 millimeter
Slide 11 - Tekstslide
Meetbereik en schaaldeel
De waarden die je met een meetinstrument kunt meten, noem je het meetbereik van het meetinstrument.
Een schaaldeel is de waarde tussen twee streepjes op de schaalverdeling.
Meetbereik:
Schaaldeel:
Slide 12 - Tekstslide
Schaaldeel rechterschaal
Slide 13 - Tekstslide
Nauwkeurigheid
Nauwkeurigheid hangt af van het schaaldeel. Een schaaldeel is de waarde tussen twee streepjes. Veel meetinstrumenten zijn digitaal. Dan lees je de meetwaarde in een venster. In het display staat hoe nauwkeurig het meetinstrument is.
Slide 14 - Tekstslide
Tabel maken
Met de meetgegevens kan je een tabel invullen.
Zet bovenin de tabel de grootheid en de
eenheid en daaronder zet je de getallen.
Slide 15 - Tekstslide
Diagram maken
Zet de grootheden bij de juiste assen.
Verdeel de assen gelijk.
De gegevens uit de tabel zet je
in een diagram.
Slide 16 - Tekstslide
Grafieken tekenen
Je leert nu een grafiek tekenen bij een verhaaltje.
Dit doen we met een stappenplan:
Maak een tabel.
Teken een assenstelsel. Zet een titel boven de grafiek.
Schrijf bij de assen waar ze over gaan. (grootheid en eenheid)
Zet er getallen bij=Schaalverdeling
Teken de punten uit de tabel in de grafiek.
(Bij regelmaat) Trek en rechte lijn waar mogelijk door de punten.
Slide 17 - Tekstslide
TIPS
Zorg dat je de meetgegevens uit een tabel in een diagram kan zetten.
Je kan de juiste grootheid en eenheid bij de assen zetten
Je kan een goede verdeling maken van de getallen op de assen