Het Keynesiaanse kruis (Economie vwo), les 1: Uitleg

CONJUNCTUUR · KRUIS

Het Keynesiaanse kruis

Examenstof economie vwo

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg van het Keynesiaanse kruis voor een gesloten economie: consumptie met autonome consumptie en marginale consumptiequote, de bestedingslijn en 45-gradenlijn, het evenwichtsinkomen, animal spirits, de multiplier, het spaarlek en belastinglek en de rol van de overheid. Rekenvoorbeelden met ronde getallen; zes checks, een peiling, een reflectievraag en een video over het kruis.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · KRUIS

Het Keynesiaanse kruis

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · KRUIS

Wat ga je kunnen?

Ik kan met het Keynesiaanse kruis het evenwichtsinkomen en de multiplier berekenen en uitleggen hoe vertrouwen, lekken en overheidsbeleid het inkomen veranderen.

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er als iedereen minder uitgeeft?

Verwacht: bedrijven verkopen minder, minder productie, minder banen, minder inkomen, mensen geven nog minder uit. Schrijf de woorden in een woordweb en trek er een kring omheen: bestedingen worden inkomen. In de les maken we die kring precies met het Keynesiaanse kruis.

CONJUNCTUUR · KRUIS

Het Keynesiaanse kruis

  • Het Keynesiaanse kruis laat zien hoe Y zich aanpast aan de bestedingen, bij gegeven rente en inflatie.

  • Het model is genoemd naar de econoom John Maynard Keynes.

  • De bestedingen van de een zijn het inkomen van een ander: stijgt Y, dan stijgen de totale bestedingen.

  • We werken in een gesloten economie: Y = C + I + O.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: "Het Keynesiaanse kruis geeft het evenwicht tussen de bestedingen en het inkomen bij gegeven rente en inflatie" en "De bestedingen van de een zijn het inkomen van een ander: de totale bestedingen nemen toe/af als het inkomen stijgt/daalt (ceteris paribus)". De rente en de inflatie nemen we in deze les als gegeven. Gesloten economie: geen export en import, dus Y = C + I + O. Veelgemaakte fout: denken dat het kruis over één bedrijf of één huishouden gaat, terwijl het de hele economie beschrijft.

CONJUNCTUUR · KRUIS

Sinterklaasdrukte in de Kalverstraat, Amsterdam, 1965

Consumptie en autonome investeringen

  • Consumptie: C = cY + Ca. Zonder belasting is het besteedbaar inkomen gelijk aan Y.

  • De marginale consumptiequote c is het deel van elke extra euro inkomen dat je uitgeeft, bijvoorbeeld 0,8.

  • De autonome consumptie Ca (bijvoorbeeld 200) geef je ook uit bij een inkomen van nul.

  • De investeringen I (100) zijn autonoom, net als O (100): ze hangen niet af van Y.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindtermen: "De consumptie stijgt als het besteedbaar inkomen toeneemt en als de autonome consumptie toeneemt" en "De investeringen zijn autonoom". Ons voorbeeld: C = 0,8Y + 200, I = 100, O = 100. De autonome bestedingen zijn Ca + I + O = 400. De bestedingen zijn dus 0,8Y + 400. Veelgemaakte fout: c en Ca door elkaar halen: c is de helling (afhankelijk van Y), Ca is het vaste deel. Autonome investeringen: bij een gegeven rente en gegeven vertrouwen veranderen ze niet als Y verandert. Image credit: Ron Kroon / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · KRUIS

Bestedingslijn en 45-gradenlijn

Bestedingslijn en 45-gradenlijn

  • De bestedingslijn geeft bij elk inkomen Y de bestedingen C + I + O: hier 0,8Y + 400.

  • Hij begint bij 400 op de verticale as (de autonome bestedingen Ca + I + O) en stijgt met helling c = 0,8.

  • Op de 45-gradenlijn zijn de bestedingen gelijk aan het inkomen.

  • Waar de twee lijnen elkaar snijden, is er evenwicht: zie de volgende dia.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Vaardigheid (A2): grafieken tekenen en bewerken. Laat leerlingen de lijn zelf tekenen: beginpunt 400, bij Y = 1.000 zijn de bestedingen 1.200, bij Y = 2.000 zijn ze 2.000. De 45-gradenlijn heeft helling 1 en laat zien waar bestedingen en inkomen gelijk zijn. Veelgemaakte fout: de assen verwisselen: Y staat horizontaal, de bestedingen verticaal. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

De marginale consumptiequote is 0,8. Wat betekent dat?

A

Van elke extra euro inkomen spaar je 80 cent

B

Bij een inkomen van nul geef je 80 cent uit

C

Je geeft altijd 80% van je totale inkomen uit

D

Van elke extra euro inkomen geef je 80 cent uit

Goed: c is het uitgegeven deel van elke extra euro (marginaal). Verwachte fout: c verwarren met Ca of met het gemiddelde uitgegeven deel van het totale inkomen: door Ca is dat deel groter dan 0,8.

Vul in

In het kruis zijn de investeringen autonoom: ze veranderen niet als het inkomen Y stijgt.

investeringen
autonoom
inkomen
consumptie
belasting

Goed: investeringen, autonoom, inkomen. Verwachte fout: consumptie invullen; die hangt juist wel af van Y (C = cY + Ca).

CONJUNCTUUR · KRUIS

Het evenwichtsinkomen is 2.000

Het evenwichtsinkomen

  • In evenwicht zijn de bestedingen gelijk aan het inkomen: het snijpunt van bestedingslijn en 45-gradenlijn.

  • Y = C + I + O = 0,8Y + 400. Dus 0,2Y = 400 en het evenwichtsinkomen is Y = 2.000.

  • Controle: C = 0,8 x 2.000 + 200 = 1.800 en 1.800 + 100 + 100 = 2.000.

  • Bij Y = 1.500 zijn de bestedingen 1.600: de voorraden slinken, bedrijven produceren meer en Y stijgt.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: "Mechanisme: inkomen Y past zich aan om evenwicht te geven op de goederenmarkt". Vaardigheid (A2): eerstegraadsvergelijking oplossen via substitutie: C = 0,8Y + 200 invullen in Y = C + I + O geeft Y = 0,8Y + 400, dus 0,2Y = 400 en Y = 2.000. Controle: 0,8 x 1.500 + 400 = 1.600. Is Y hoger dan het evenwichtsinkomen, dan zijn de bestedingen lager dan Y: de voorraden stijgen en bedrijven produceren minder. Veelgemaakte fout: 400 : 0,8 uitrekenen in plaats van 400 : 0,2, dus delen door c in plaats van door 1 - c. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

CONJUNCTUUR · KRUIS

Paniek bij de beurs van New York, 24 oktober 1929

Animal spirits

  • Animal spirits: optimisme of pessimisme van consumenten en bedrijven bepaalt wat zij willen uitgeven.

  • Meer consumentenvertrouwen: bij elk inkomen stijgt de autonome consumptie Ca.

  • Meer producentenvertrouwen: bedrijven investeren meer, dus I stijgt bij elk inkomen.

  • De bestedingslijn schuift omhoog (bij pessimisme omlaag). De helling c blijft gelijk.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: "Consumentenvertrouwen en producentenvertrouwen, optimisme/pessimisme (animal spirits): hogere/lagere autonome consumptie of investeringen" met specificatie "Bij ieder inkomen willen huishoudens of bedrijven meer/minder consumeren of investeren". De foto laat de paniek van 24 oktober 1929 zien: een sterk voorbeeld van pessimisme. Veelgemaakte fout: denken dat de lijn draait. Bij animal spirits verschuift de lijn evenwijdig omdat alleen Ca of I verandert; bij een andere c draait hij. Image credit: Associated Press / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · KRUIS

De multiplier: I stijgt met 20, Y met 100

De multiplier

  • Stijgt I van 100 naar 120, dan is het nieuwe evenwichtsinkomen 2.100: Y stijgt met 100.

  • Multiplier = verandering van Y : verandering van de autonome bestedingen = 100 : 20 = 5.

  • Waarom meer dan 20? Elke uitgave is inkomen van een ander, die weer 80% uitgeeft: 20 + 16 + 12,8 + ...

  • Formule: multiplier = 1 : (1 - c) = 1 : 0,2 = 5.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Vaardigheid (A2): berekeningen op basis van grafieken. Controle: 0,8Y + 420 = Y geeft 0,2Y = 420 en Y = 2.100. De reeks 20 + 16 + 12,8 + ... is een meetkundige reeks met som 20 : (1 - 0,8) = 100; leerlingen hoeven de reeks niet te sommeren, de formule volstaat. 1 : (1 - c) is ook 1 : s, met s de marginale spaarquote. Veelgemaakte fout: de multiplier uitrekenen als 1 : c. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

Video: Keynesiaanse kruis - Economie Compact Online. Kijkvraag: waar in het kruis lees je het evenwichtsinkomen af en waarom zijn de bestedingen daar gelijk aan het inkomen? Let op: in de video kunnen letters en getallen anders zijn dan in deze les; de redenering is dezelfde. De video is ruim zes minuten; laat eventueel een deel zien.

Bij Y = 2.500 zijn de bestedingen 2.400. Wat gebeurt er met Y?

A

Y stijgt: de voorraden slinken en de productie groeit

B

Y daalt: de voorraden stijgen en de productie neemt af

C

Y blijft gelijk, want de bestedingen liggen vast

D

Y stijgt, want de bestedingen zijn lager dan Y

Goed: de bestedingen (2.400) zijn lager dan het inkomen (2.500), dus de voorraden stijgen en bedrijven produceren minder tot Y 2.000 is. Verwachte fout: de richting omdraaien.

Zet op volgorde: bedrijven investeren 50 meer, c = 0,8

1

Huishoudens besteden 80% daarvan: 40 extra inkomen

2

Zo gaat het door: in totaal 250 extra inkomen

3

Dat wordt weer 80% besteed: 32 extra inkomen

4

Bedrijven investeren 50 meer: 50 extra inkomen

Volgorde: 50, 40 (80% van 50), 32 (80% van 40), totaal 250 = 50 x 5. Controle: 50 : (1 - 0,8) = 250.

CONJUNCTUUR · KRUIS

Steilere lijn, grotere multiplier

Steilheid en multiplier

  • Een hogere marginale consumptiequote maakt de bestedingslijn steiler en de multiplier groter.

  • De marginale spaarquote s = 1 - c is het deel van elke extra euro inkomen dat je spaart.

  • c = 0,8: s = 0,2 en multiplier 5. c = 0,5: s = 0,5 en multiplier 2 (autonome bestedingen steeds 400).

  • Het gespaarde deel is het spaarlek: het wordt niet besteed en stroomt weg uit de bestedingsketen.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: "Een hogere / lagere marginale consumptiequote (= lagere / hogere marginale spaarquote) zorgt ervoor dat de bestedingslijn steiler / vlakker wordt, waardoor de effecten van hogere bestedingen op het inkomen (multipliers) groter / kleiner zijn en vice versa". Controle: bij c = 0,5 is het evenwicht 0,5Y + 400 = Y, dus Y = 800 en de multiplier is 1 : 0,5 = 2. Veelgemaakte fout: denken dat een hoger spaarlek de multiplier groter maakt. Meer sparen betekent minder bestedingen in elke ronde. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0

CONJUNCTUUR · KRUIS

Een spaarpot met munten en een briefje

Spaarlek en belastinglek

  • Bij belastingtarief t is het besteedbaar inkomen (1 - t)Y en geldt C = c(1 - t)Y + Ca.

  • Voorbeeld: t = 0,25 en c = 0,8. Van 1 extra euro Y blijft 0,75 over en daarvan geef je 0,6 uit.

  • Het deel naar de overheid is het belastinglek (0,25), het gespaarde deel het spaarlek (0,2 x 0,75 = 0,15).

  • Multiplier = 1 : (lekken) = 1 : 0,4 = 2,5. Grotere lekken geven een kleinere multiplier.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindterm: "De grootte van de multiplier hangt af van het spaarlek en het belastinglek." Controle: c(1 - t) = 0,8 x 0,75 = 0,6, dus 1 : (1 - 0,6) = 2,5 en ook 1 : (0,25 + 0,15) = 2,5. Met t = 0,25 en autonome bestedingen 400 is het evenwichtsinkomen 400 : 0,4 = 1.000. De bestedingslijn is dan vlakker: helling 0,6. Het kruis hier is een gesloten economie; een importlek komt niet aan de orde. Veelgemaakte fout: de belasting vergeten in de multiplier en toch 1 : (1 - c) gebruiken. Image credit: stevepb / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · KRUIS

Wegwerkzaamheden in een winkelstraat in Zwolle

Overheid en het kruis

  • Hogere overheidsuitgaven O schuiven de bestedingslijn omhoog: Y stijgt met de multiplier x de stijging van O.

  • Voorbeeld: Y = 2.250 en Y = 2.000, dus de output gap (Y - Y) is -250. Met multiplier 5 is 50 extra O genoeg.

  • Een vaste belasting 50 lager: C stijgt 0,8 x 50 = 40 en Y stijgt 5 x 40 = 200. Bij 50 meer O stijgt Y met 250.

  • In evenwicht geldt ook S = I + (O - B): de vermogensmarkt is dan vanzelf in evenwicht.

Syllabus economie vwo 2027, I4.1 Het Keynesiaanse kruis. Eindtermen: "Hogere/lagere overheidsuitgaven O of lagere/hogere belastingen B verhogen/verlagen bestedingen waardoor een hoger/lager inkomen wordt bereikt" en "Uit de kringloop (bij gesloten economie) volgt dat aanbod gelijk is aan de vraag op de vermogensmarkt: S = I + (O - B)". Controle: 50 x 5 = 250 en 0,8 x 50 = 40, 40 x 5 = 200. Een belastingverlaging werkt minder sterk dan een even grote stijging van O: een deel wordt gespaard. In evenwicht met I = 100, O = 100 en B = 0 is S = 200 = Y - C = 2.000 - 1.800. De in- en uitverdieneffecten (belasting en uitkeringen die meebewegen) staan in de les begrotingsbeleid; hier rekenen we met de multiplier. Image credit: Deerpeter / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in

Hoe groter de marginale spaarquote, hoe groter het spaarlek en hoe kleiner de multiplier.

spaarquote
spaarlek
kleiner
consumptiequote
groter

Goed: spaarquote, spaarlek, kleiner. Verwachte fout: consumptiequote invullen; een hogere consumptiequote geeft juist een grotere multiplier.

Waarom verkleint een belasting de multiplier?

Goed: een deel van elke extra euro inkomen gaat naar de overheid (belastinglek) en wordt niet besteed, dus het besteedbaar inkomen en de consumptie stijgen minder in elke ronde. Verwachte fout: alleen zeggen dat mensen minder geld hebben, zonder de ketenreactie.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Het kruis en de 45-gradenlijn

2

Het evenwichtsinkomen berekenen

3

De multiplier berekenen

4

Spaarlek en belastinglek

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Waarom is de multiplier groter dan 1?

Goed antwoord: een stijging van de autonome bestedingen is inkomen voor anderen, die een deel daarvan weer uitgeven (c), enzovoort; de totale stijging van Y is dus groter dan de eerste stijging. Verwachte fout: zeggen dat de overheid het verschil bijpast.

CONJUNCTUUR · KRUIS

Begrippen (1/2)

  • Keynesiaans kruis: Model van het evenwicht tussen bestedingen en inkomen, bij gegeven rente en inflatie.

  • autonome consumptie: Ca: de consumptie bij een inkomen van nul, onafhankelijk van Y.

  • marginale consumptiequote: c: het deel van elke extra euro besteedbaar inkomen dat wordt uitgegeven; s = 1 - c is de marginale spaarquote.

  • besteedbaar inkomen: Het inkomen na belasting: (1 - t)Y bij belastingtarief t.

  • autonome investeringen: I: investeringen die niet afhangen van het inkomen Y.

Deze slide heeft geen instructies

CONJUNCTUUR · KRUIS

Begrippen (2/2)

  • bestedingslijn: C + I + O als functie van Y; de helling is c (met belasting c(1 - t)).

  • evenwichtsinkomen: Het inkomen waarbij de bestedingen gelijk zijn aan Y: het snijpunt met de 45-gradenlijn.

  • animal spirits: Optimisme of pessimisme van consumenten en bedrijven; verschuift de bestedingslijn.

  • multiplier: Verandering van Y : verandering van de autonome bestedingen = 1 : (1 - c).

  • spaarlek en belastinglek: Het gespaarde deel en het deel naar de overheid van extra inkomen: ze verkleinen de multiplier.

Deze slide heeft geen instructies