IS-MB-GA en scholen (Economie vwo), les 1: Uitleg

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

IS-MB-GA en scholen

Examenstof economie vwo

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg van de IS-curve, de MB-curve, de GA-curve met loon- en prijsrigiditeit, de aanpassing van korte naar lange termijn, conjuncturele werkloosheid en de standpunten van Keynesianen, monetaristen en neo- en nieuwklassieken, met eigen grafieken in een gesloten economie.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

IS-MB-GA en scholen

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: I4 (4.2 t/m 4.6). Image credit: Ypsilon / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Wat ga je kunnen?

Ik kan met het IS-MB-GA-model de effecten van schokken en beleid op inkomen en inflatie uitleggen en de standpunten van de economische scholen herkennen.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe reageert een economie op een plotselinge daling van het consumentenvertrouwen? Denk aan inkomen, rente en inflatie.

Verwacht: minder bestedingen, lager inkomen, lagere inflatie, centrale bank verlaagt de rente. Laat de woorden in een woordweb zetten. In deze les krijgt elk woord een plek in het IS-MB-GA-model: IS (bestedingen), MB (centrale bank) en GA (aanbod en inflatie), en daarna de scholen.

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

De IS-curve (eigen grafiek)

De IS-curve

  • De IS-curve geeft de combinaties van inkomen Y en reële rente r waarbij de goederenmarkt in evenwicht is.

  • Op de horizontale as staat het inkomen, op de verticale as de reële rente.

  • De IS-curve daalt: bij een lagere reële rente stijgen de consumptie en de investeringen.

  • Meer bestedingen betekent een hoger inkomen waarbij productie gelijk is aan bestedingen.

Syllabus I4.2. Bouwsteen is het Keynesiaanse kruis (les Keynesiaans kruis): bij een gegeven rente hoort daar één evenwichtsinkomen, de IS-curve verzamelt die punten voor alle rentes. Gesloten economie. Veelgemaakte fout: de IS-curve lezen als een vraagcurve met prijs op de verticale as; hier staat de reële rente. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

IS naar rechts (eigen grafiek)

IS schuift naar rechts of links

  • Stijgen de autonome bestedingen, dan schuift de IS-curve naar rechts: bij elke reële rente is Y hoger.

  • Oorzaken: hogere autonome consumptie, hogere autonome investeringen of stimulerend begrotingsbeleid.

  • Dalen de autonome bestedingen of is het begrotingsbeleid verkrappend, dan schuift de IS-curve naar links.

  • Een andere reële rente is geen verschuiving, maar een beweging langs de IS-curve.

Syllabus I4.2. Begrotingsbeleid komt hier alleen voor als verschuiving van de IS-curve; het beleid zelf staat in de les Begrotingsbeleid. In de figuur blijft de MB-curve liggen, dus de reële rente blijft r0. Veelgemaakte fout: een renteverandering aanzien voor een verschuiving van de IS-curve. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

MB omhoog (eigen grafiek)

De MB-curve

  • De MB-curve is de monetaire beleidsregel van de centrale bank: een horizontale lijn bij de reële rente die zij zet.

  • Het snijpunt van IS en MB geeft het inkomen Y waarbij de goederenmarkt in evenwicht is.

  • Stijgt de inflatie, dan zet de centrale bank een hogere reële rente: de MB-curve schuift omhoog.

  • Een hogere reële rente verlaagt de bestedingen, dus Y daalt langs de IS-curve.

Syllabus I4.3. De MB-curve is horizontaal: de reële rente hangt in dit model niet af van Y, maar van de inflatie. Het ECB-beleid zelf (rente, geldschepping) staat in de les Monetair beleid en banken. Veelgemaakte fout: de MB-curve stijgend tekenen of een renteverhoging als beweging langs de MB-curve zien. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

De Eurotower in Frankfurt, hoofdkantoor van de ECB, 2012

Waarom de MB-curve verschuift

  • De centrale bank verhoogt de nominale rente als de inflatie stijgt en verlaagt haar als de inflatie daalt.

  • Bij gegeven inflatieverwachtingen stijgt of daalt daardoor ook de reële rente.

  • Ruimer monetair beleid (lagere rente of hogere inflatiedoelstelling) schuift MB omlaag; krapper beleid omhoog.

  • Bij een sterkere afkeer van inflatie past de centrale bank de rente sterker aan en schuift MB verder.

Syllabus I4.3. Reële rente is ongeveer nominale rente min verwachte inflatie; bij gegeven inflatieverwachtingen betekent een hogere nominale rente dus een hogere reële rente. Veelgemaakte fout: denken dat ruimer beleid een hogere rente is. Image credit: Ypsilon / Wikimedia Commons, CC0

Zet de keten op volgorde, van eerste naar laatste stap

1

De centrale bank verhoogt de nominale rente

2

De reële rente stijgt: MB schuift omhoog

3

De inflatie stijgt

4

De bestedingen dalen en het inkomen Y daalt

Eerst de inflatie, dan de nominale rente, dan de reële rente (MB omhoog) en pas dan het effect op de bestedingen en Y.

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

De GA-curve (eigen grafiek)

De GA-curve

  • De GA-curve geeft het geaggregeerde aanbod van goederen en diensten bij elk inflatieniveau.

  • Op de horizontale as staat het inkomen, op de verticale as de inflatie. De GA-curve stijgt.

  • Bij Y = Y*, de potentiële productie, is de inflatie gelijk aan de verwachte inflatie.

  • Is Y groter dan Y*, dan is de inflatie hoger dan verwacht; is Y kleiner, dan is ze lager.

Syllabus I4.4. Y is de potentiële productie uit de les Conjunctuur en reële grootheden. Het punt (Y, verwachte inflatie) ligt vast op de GA-curve. Veelgemaakte fout: de inflatie op de verticale as aanzien voor het prijsniveau. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Helling van de GA-curve (eigen grafiek)

Loon- en prijsrigiditeit

  • Door loon- en prijsrigiditeit liggen nominale lonen en inkoopprijzen op korte termijn vast in contracten.

  • Is de inflatie hoger dan verwacht, dan dalen de reële lonen en de reële productiekosten.

  • Lagere reële productiekosten maken meer productie lonend: bedrijven produceren meer en Y stijgt.

  • Hoe flexibeler de lonen en prijzen, hoe steiler de GA-curve; hoe rigider, hoe vlakker.

Syllabus I4.4. Bij een lagere inflatie dan verwacht stijgen de reële lonen en reële productiekosten juist en produceren bedrijven minder. Veelgemaakte fout: denken dat de GA-curve stijgt omdat de vraag stijgt; het gaat om het aanbod bij een inflatie die afwijkt van de verwachting. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

IS-MB-GA na een vraagschok (eigen grafiek)

Het model samen: een vraagschok

  • Hogere autonome bestedingen: IS schuift naar rechts en Y stijgt boven Y*.

  • Op de GA-curve hoort bij dat hogere Y een inflatie hoger dan de verwachte inflatie.

  • Een positieve output gap (Y min Y*) gaat dus samen met een inflatie boven de verwachte inflatie.

  • De centrale bank zet daarom een hogere rente: de MB-curve schuift omhoog en Y daalt weer.

Syllabus I4.2 tot en met I4.4. Boven: IS-MB bepaalt Y; onder: de GA-curve vertaalt Y naar inflatie. De output gap komt uit de les Conjunctuur en reële grootheden. Veelgemaakte fout: Y en inflatie los van elkaar redeneren, terwijl de GA-curve ze koppelt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

IS-MB-GA bij lagere bestedingen (eigen grafiek)

Van korte naar lange termijn

  • Dalen de bestedingen, dan schuift IS naar links: Y zakt onder Y* en de inflatie is lager dan verwacht.

  • Een lagere inflatie verlaagt de inflatieverwachtingen: lonen en inkoopprijzen worden opnieuw onderhandeld.

  • GA schuift daardoor omlaag over de tijd. Bij een hogere inflatie schuift GA omhoog.

  • Op de lange termijn geldt Y = Y* en is de inflatie gelijk aan de verwachte inflatie.

Syllabus I4.4. De overgang van korte naar lange termijn loopt via de verwachte inflatie. In de figuur is alleen de eerste stap getekend; ook MB schuift omlaag zolang de inflatie daalt, waardoor Y terugkeert naar Y. Veelgemaakte fout: denken dat de economie na een schok meteen op Y uitkomt. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Werklozen in de rij voor gratis soep, Chicago, februari 1931

Conjuncturele werkloosheid

  • Conjuncturele werkloosheid treedt op bij een negatieve output gap: Y ligt onder Y*.

  • Hoe negatiever de output gap, hoe groter de conjuncturele werkloosheid.

  • Is de output gap nul, dan blijft alleen de natuurlijke werkloosheid over.

  • Voorbeeld: Y = 960 en Y = 1.000 geeft een output gap van -40, dus -4% van Y.

Syllabus I4.5. Output gap = Y min Y*; (960 min 1.000) gedeeld door 1.000 is -4%. De natuurlijke werkloosheid komt uit de les Conjunctuur en reële grootheden. Veelgemaakte fout: conjuncturele werkloosheid zien als structurele werkloosheid, of denken dat ze bij een positieve output gap ook bestaat. Image credit: Onbekend / NARA, Wikimedia Commons, publiek domein

Vul in

Hoe flexibeler de lonen en prijzen, hoe steiler de GA-curve. Bij Y = Y* is de inflatie gelijk aan de verwachte inflatie.

flexibeler
steiler
verwachte inflatie
rigider
vlakker

Flexibele lonen en prijzen maken de GA-curve steiler, rigide maken haar vlakker. Het punt Y = Y* geeft de verwachte inflatie.

Zet op volgorde, van eerste naar laatste stap

1

Lonen en prijzen worden opnieuw onderhandeld

2

De inflatie is lager dan verwacht

3

De GA-curve schuift omlaag

4

De bestedingen dalen: Y zakt onder Y*

5

De inflatieverwachtingen dalen

Eerst een lagere Y, dan lagere inflatie dan verwacht, dan lagere inflatieverwachtingen, dan nieuwe lonen en prijzen en pas dan de verschuiving van GA.

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

John Maynard Keynes, 1929

Keynesianen

  • Keynesianen: begrotingsbeleid is krachtig en monetair beleid is zwak.

  • De IS-curve is steil: de bestedingen reageren weinig op renteveranderingen.

  • De MB-curve schuift weinig: de centrale bank verhoogt de rente weinig bij stijgende inflatie.

  • Lonen en prijzen zijn niet perfect flexibel: de GA-curve is niet verticaal en Y wijkt op korte termijn af van Y*.

Syllabus I4.6. John Maynard Keynes schreef in de jaren dertig over werkloosheid en vraag. Een steile IS betekent dat een rentedaling weinig extra bestedingen oplevert. Veelgemaakte fout: IS-steilheid verwarren met de grootte van de verschuiving. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Milton Friedman, 2004

Monetaristen

  • Monetaristen: begrotingsbeleid is zwak en monetair beleid is sterk.

  • De IS-curve is vlak: de bestedingen reageren sterk op de rente.

  • De MB-curve schuift veel: de centrale bank verhoogt de rente sterk bij stijgende inflatie.

  • Ook monetaristen nemen geen perfecte loon- en prijsflexibiliteit aan, dus de GA-curve is niet verticaal.

Syllabus I4.6. Milton Friedman is de bekendste monetarist. Bij monetaristen compenseert een sterk reagerende centrale bank veel van een begrotingsimpuls. Veelgemaakte fout: monetaristen en klassieken op één hoop gooien; monetaristen nemen wel rigiditeit aan. Image credit: The Friedman Foundation for Educational Choice / Wikimedia Commons, CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Steile en vlakke IS (eigen grafiek)

Zelfde renteverlaging, ander effect

  • Bij dezelfde renteverlaging (MB omlaag) stijgt Y weinig bij een steile IS en veel bij een vlakke IS.

  • Keynesianen: de rente doet weinig, dus werkt monetair beleid zwak en begrotingsbeleid krachtig.

  • Monetaristen: de rente doet veel, dus werkt monetair beleid sterk en begrotingsbeleid zwak.

  • Voor het verschil tussen beide scholen kijk je dus naar de steilheid van IS en de grootte van de MB-verschuiving.

Syllabus I4.6. De figuur laat alleen het effect van een gelijke renteverlaging zien. Veelgemaakte fout: denken dat Keynesianen monetair beleid helemaal nutteloos vinden; het is zwak, niet afwezig. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Adam Smith, vroege klassieke econoom (schilderij, circa 1800)

Neo- en nieuwklassieken

  • Neo- en nieuwklassieken gaan uit van perfecte loon- en prijsflexibiliteit.

  • De GA-curve is verticaal en Y is altijd gelijk aan de potentiële productie Y*.

  • Vraagstimulering, budgettair of monetair, heeft geen effect op het inkomen, alleen op de inflatie.

  • Y = Y* betekent dat de output gap nul is: er is dan geen conjuncturele werkloosheid.

Syllabus I4.6. Adam Smith staat hier als vroege klassieke econoom met vertrouwen in de markt; de neo- en nieuwklassieken zijn latere stromingen. Veelgemaakte fout: denken dat vraagstimulering bij deze scholen werkloosheid wegneemt. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Verticale GA-curve (eigen grafiek)

Verticale GA: alleen de inflatie stijgt

  • Bij een verticale GA-curve blijft Y gelijk aan Y*, wat er ook met de vraag gebeurt.

  • Meer vraag leidt dan alleen tot een hogere inflatie: A naar B in de figuur.

  • Zet dit af tegen de stijgende GA-curve: daar neemt Y wel toe, door loon- en prijsrigiditeit op korte termijn.

  • Keynesianen en monetaristen: GA niet verticaal. Neo- en nieuwklassieken: GA verticaal.

Syllabus I4.6. Deze dia vat de GA-curve per school samen. Veelgemaakte fout: de verticale GA-curve zien als het gevolg van een vaste reële rente in plaats van perfect flexibele lonen en prijzen. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Welke school stelt dat begrotingsbeleid zwak en monetair beleid sterk is?

A

Keynesianen

B

Neo- en nieuwklassieken

C

Keynesianen en monetaristen

D

Monetaristen

Monetaristen: IS vlak, MB verschuift veel. Keynesianen vinden juist begrotingsbeleid krachtig. Verwachte fout: de twee scholen omdraaien.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

IS- en MB-curve

2

De GA-curve

3

Korte en lange termijn

4

De economische scholen

Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.

Waarom stijgt de GA-curve?

Verwacht: door loon- en prijsrigiditeit liggen nominale lonen en inkoopprijzen op korte termijn vast. Bij hogere inflatie dan verwacht dalen de reële productiekosten en produceren bedrijven meer. Fout: zeggen dat de vraag stijgt.

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Begrippen (1/2)

  • IS-curve: Combinaties van inkomen en reële rente waarbij de goederenmarkt in evenwicht is; dalend

  • MB-curve: Horizontale lijn: de reële rente die de centrale bank zet; schuift omhoog bij stijgende inflatie

  • GA-curve: Geaggregeerde aanbod bij elk inflatieniveau; stijgend, met Y = Y* bij de verwachte inflatie

  • monetaire beleidsregel: De regel waarmee de centrale bank de rente zet in reactie op de inflatie

  • loon- en prijsrigiditeit: Nominale lonen en prijzen liggen op korte termijn vast, waardoor GA stijgt

Deze slide heeft geen instructies

CONJUNCTUUR · IS-MB-GA

Begrippen (2/2)

  • verwachte inflatie: De inflatie bij Y = Y*; pas je aan, dan schuift de GA-curve

  • conjuncturele werkloosheid: Werkloosheid bij een negatieve output gap

  • Keynesianen: Begrotingsbeleid krachtig, monetair beleid zwak; GA niet verticaal

  • monetaristen: Monetair beleid sterk, begrotingsbeleid zwak; GA niet verticaal

  • neo- en nieuwklassieken: Perfecte flexibiliteit: verticale GA, vraagstimulering werkt alleen op de inflatie

Deze slide heeft geen instructies