Het Keynesiaanse kruis (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

CONJUNCTUUR · KRUIS

Quiz

Terugblik: Het Keynesiaanse kruis

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz met tien vragen over autonome consumptie, het evenwichtsinkomen, verschuivingen van de bestedingslijn, animal spirits, de output gap, S = I + (O - B), de multiplier en de lekken.

Onderdelen in deze les

CONJUNCTUUR · KRUIS

Quiz

Terugblik: Het Keynesiaanse kruis

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Deerpeter / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wat betekent de 200 in C = 0,8Y + 200?

A

Van elke extra euro inkomen geef je 200 uit

B

Je spaart 200, ook als je inkomen nul is

C

Je consumeert 200, ook als je inkomen nul is

D

De consumptie stijgt met 200 als het inkomen stijgt

Goed: autonome consumptie Ca. Verwachte fout: 200 zien als de helling; de helling is c = 0,8.

Vul in

Het evenwichtsinkomen ligt waar de bestedingslijn de 45-gradenlijn snijdt; daar zijn bestedingen en inkomen gelijk.

evenwichtsinkomen
bestedingslijn
45-gradenlijn
multiplier
spaarlek

Goed: evenwichtsinkomen, bestedingslijn, 45-gradenlijn.

Welke gebeurtenis schuift de bestedingslijn evenwijdig omhoog?

A

Bedrijven investeren meer door hoger vertrouwen

B

De marginale consumptiequote stijgt

C

Het inkomen Y stijgt, de bestedingen stijgen mee

D

Het belastingtarief t stijgt

Goed: een hogere autonome post verschuift de lijn. Fouten: een andere c of t laat de lijn draaien; een hoger Y is een beweging langs de lijn.

Noem een voorbeeld van animal spirits.

Goed: bijvoorbeeld consumenten die minder uitgeven door slecht nieuws, of bedrijven die meer investeren door optimisme over de afzet. Verwachte fout: een maatregel van de overheid noemen.

Y* is 2.000 en Y is 1.840, c = 0,75. Hoeveel extra O sluit de output gap?

A

O stijgt met 160

B

O stijgt met 640

C

O stijgt met 120

D

O stijgt met 40

Output gap = Y - Y* = -160. Multiplier 1 : 0,25 = 4, dus 160 : 4 = 40. Fouten: de output gap zelf (160); 160 x 4 = 640; 0,75 x 160 = 120.

Gesloten economie in evenwicht: I = 100, O = 150, B = 120. Hoe groot is S?

A

S = 370

B

S = 130

C

S = 70

D

S = 100

S = I + (O - B) = 100 + 30 = 130. Fouten: alles optellen (370); O - B van I aftrekken (70); het tekort vergeten (100).

C = 0,5Y + 100, I = 50, O = 50. Bereken Y: volgorde

1

Y = 0,5Y + 100 + 50 + 50

2

Y = 400

3

0,5Y = 200

4

Y = C + I + O

Eerst de evenwichtsvoorwaarde, dan invullen, dan Y naar links, dan delen door 0,5. Controle: C = 300 en 300 + 50 + 50 = 400.

Welke uitspraak over de 45-gradenlijn is juist?

A

Op elk punt zijn de bestedingen gelijk aan het inkomen

B

Op elk punt zijn de bestedingen groter dan het inkomen

C

De lijn laat zien hoe C stijgt als het inkomen stijgt

D

De lijn schuift omhoog als het vertrouwen toeneemt

Goed: de 45-gradenlijn heeft helling 1. Verwachte fout: hem verwarren met de bestedingslijn, die wel verschuift bij animal spirits.

Land A heeft c = 0,9 en land B heeft c = 0,7. Wat geldt voor A?

A

Steilere bestedingslijn maar kleinere multiplier

B

Vlakkere bestedingslijn en grotere multiplier

C

Steilere bestedingslijn en grotere multiplier

D

Vlakkere bestedingslijn en groter spaarlek

A: multiplier 10, B: 1 : 0,3 = 3,3. Een hogere c geeft een steilere lijn, een kleiner spaarlek en een grotere multiplier.

Welke twee lekken verkleinen de multiplier in dit model?

A

Het spaarlek en het investeringslek

B

Het spaarlek en het belastinglek

C

Het belastinglek en het consumptielek

D

Het consumptielek en het investeringslek

Goed: het spaarlek en het belastinglek. De andere lekken bestaan niet in deze les.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONJUNCTUUR · KRUIS

Goed gedaan!

Je kunt nu met het Keynesiaanse kruis het evenwichtsinkomen berekenen, de multiplier bepalen en uitleggen hoe vertrouwen, lekken en overheidsbeleid het inkomen veranderen. Controleer bij elke som of je Y terug kunt invullen in de bestedingen.

Deze slide heeft geen instructies